Klokkenroof: vordering van kerkklokken en terugkeer van de klokken

___________________________________________________________

Dr. A. Seyss-Inquart, rijkscommissaris, hield op zondag 11 oktober 1942 in “Musis Sacrum” te Arnhem een toespraak  ter gelegenheid van de oprichting in 1940 van de Arbeitsbereich der NSDAP in Nederland.
Een dag later dag nog drukte de Nederlandse kranten de toespraak integraal af. In zijn rede refereerde de Rijkscommissaris aan de ‘noodzakelijke’ vordering van de kerkklokken in het bezette Nederland:

“Een ding wil ik nog kort vermelden”, zo ging de Rijkscommissaris verder, “Gij weet, dat wij thans de kerkklokken wegnemen. Dat is een volkomen natuurlijke maatregel. Het is steeds zo geweest, dus reeds voor eeuwen, wellicht zelfs 1000 jaar geleden, dat men in goede tijden de schatten in de kerken geplaatst heeft. Wanneer dan oorlogen kwamen, werden de kelken en monstransen weggenomen en als oorlogsschat gebruikt, om het vaderland te beschermen. Daartoe kan men dus op zijn minst ook de kerkklokken rekenen, die naar onze begrippen nog lang niet behoren tot zulke godsdienstige voorwerpen als een monstrans of een kelk. Het spreekt vanzelf, dat wij hier iedere gram koper, tin, enz. mobiliseren.

Wanneer thans van enigerlei zijde zij het ook een geestelijke, tot mij de vraag gericht wordt, hoe ik dat kan doen, zou ik hem hier willen antwoorden: “Mijnheer, ik verwonder mij zeer dat gij niet vrijwillig gekomen zijt, om den Duitschen soldaat dit koper aan te bieden, opdat hij het bolsjewisme van uw grenzen zal afhouden”.
(Bron: Niod.nl)

___________________________________________________________

Seyss-Inquart had niet helemaal ongelijk. Ook in de 80-jarige oorlog, WO I en andere oorlogen werden de klokken niet ontzien.

A. Pathuis zei in 28-12 1937 in een lezing voor Zuid-Afrikaanse studenten: Klokken en kanonnen, ze werden door dezelfde gieters en uit hetzelfde mengsel gegoten. Menige klok is omgesmolten om voor een minder vreedzaam doel te worden gebruikt.
A. Pathuis was vanaf 1936 doende met het beschrijven van de kerkklokken in de provincie Groningen en stelde zijn gegevens beschikbaar aan de Rijkscommissie voor de Monumentenzorg voor de serie „De Nederlandsche Monumenten van Kunst en Geschiedenis“. In 1941 verscheen het Provincie Groningen.
En dan vangt eind 1942 op grond van de verordening nr 79/1942 (metaalverordening) de inbeslagneming van de klokken aan.

23-11-1942: Aanvang levering van kerkklokken

07-01-1943: Het klokgelui opnemen op gramofoonplaten?

25-08-1945: Schip met klokken terug; schipper liet zijn vaartuig zinken!
21-11-1945: De klepels gaan weer klinken
01-12-1945: 
De geschiedenis van de KLOKKENVORDERING


___________________________________________________________

Naar Luidklok “Maria” in de kerktoren van Zuurdijk