01-12-1945: De geschiedenis van de KLOKKENVORDERING

___________________________________________________________

01-12-1945 Vrij Nederland 

* De geschiedenis van de KLOKKENVORDERING

  De heer J. W. Janzen, rijksinspecteur van de kunstbescherming, vertelt het volgende over de geschiedenis der klokkenvordering. Reeds voor den oorlog had de toenmalige directeur van het Rijksbureau voor de Monumenten zorg, Dr. J. Kalf, in een rapport aan de regeering, gewezen op de mogelijkheid van een vordering van torenklokken in oorlogstijd, hetzij door onze eigen instanties, hetzij door een bezettende macht.
In overleg met den klokken- en orgelraad werd toen een lijst opgemaakt van de meest belangrijke klokken en carillons, die in elk geval gespaard dienden te blijven. Deze klokken werden voorzien van een merkteeken “ M ” (de beginletter van Monument) benevens een in vier talen gesteld certificaat, dat het verzoek bevatte, de aldus gemerkte klok te sparen.

  Toen de bekende kopervordering werd ingesteld, gelukte het aan Dr. Kalf, die inmiddels belast was met de leiding van de Inspectie Kunstbescherming, de klokken en ook de orgels buiten de metaalvordering te houden.
Toen echter de kopervordering niet het door de Duitschers gewenschte resultaat opleverde, vorderden zij de kerkklokken. Om nog te redden wat mogelijk was, werd getracht te bereiken dat in ons : land, evenals in Duitschland, 25% van het totale klokkengewicht zou worden gespaard. Dit werd toegestaan, onder voorbehoud, dat de te sparen klokken van minstens dezelfde kunsthistorische waarde zouden zijn als de te sparen Duitsche klokken. Dit zou door een Duitsche deskundige te Hamburg worden uitgemaakt.
Inmiddels werden alle klokken (in de westelijke en noordelijke provincies ook de M-klokken) uit de torens gehaald.
Ten einde een overzicht te verkrijgen van de in ons land aanwezige klokken, werd door Dr. Kalf de medewerking ingeroepen van een aantal deskundigen die vrijwillig de taak op zich hebben genomen de klokken uit hun provincie te registreeren door de opschriften te ontcijferen, foto’s te nemen en papier- en gipsafdrukken te maken van de op de klokken voorkomende ornamenten. Aan den moeitevollen arbeid van deze heeren en hunne medewerkers is het te danken dat toen beschikt kon worden over de gegevens van vrijwel elke ook maar eenigszins belangrijke klok. Volledige registratie van alle klokken was niet mogelijk, omdat in sommige provincies de moderne klokken reeds weggevoerd waren.

  Om te geraken tot het volle gewicht van de te sparen 25% was het noodig, dat de z.g. M-klokken met andere waardevolle klokken werden aangevuld. De hiervoor in aanwerking komende klokken werden met een “P ” (beginletter van Prüfung) gemerkt. Deze P zouden yoorloopig in ons land blijven, tot door een Duitsch deskundige uitgemaakt was, welke klokken gespaard zouden blijven.
Door een kwistige uitdeeling van het P-merk werd bereikt, dat aanvankelijk slechts moderne klokken van na 1800 werden weggevoerd en de overige in ons land bleven. Door allerlei manipulaties was de Rijksinspectie Kunstbescherming er tenslotte in geslaagd, dat in September 1944 ongeveer 45% van het klokkengewicht en wel vrijwel alle kunsthistorisch waardevolle klokken nog in ons land aanwezig waren.

  Na den dollen Dinsdag organiseerden de Duitschers echter den roof van alles wat zij in handen konden krijgen en daaronder vielen ook de kerkklokken. Toen zij in Brabant terug moesten trekken, hebben zij in aller ijl een aantal kleine klokken medegenomen, doch het meerendeel bleef achter en werd in den tijd dat het Noorden nog bezet was, reeds aan de eigenaren teruggegeven.

  De P-klokken uit de westelijke provincies werden opgeslagen te Spijk nabij Gorinchem; de M-klokken uit diezelfde provincie bij de glasfabriek “ Leerdam,” terwijl de P-klokken uit de Noordelijke provincies te Meppel en de M-klokken te Giethoorn werden geborgen. Deze laatsten ontsnapten aan de algemeene roof.

  Het schip, waarmede de klokken uit Leerdam vervoerd werden, werd tijdens den storm op den in aanbouw zijnden dijk van den Noord-Oost polder bij Urk geslagen en is daar gezonken. Door de welwillende medewerking van den Rijkswaterstaat zijn de klokken uit dit schip reeds gelicht en naar Amsterdam vervoerd om aan de eigenaren terug te geven.

  De Rijksinspecteur voor Kunstbescherming, Dr. Kalf, protesteerde met klem tegen het wegvoeren der klokken als in strijd zijnde met de gemaakte afspraak, met het resultaat dat drie maanden nadat de klokken ingescheept waren, beloofd werd dat zij in het land mochten blijven.

  Waarschijnlijk tegen de verwachting van de Duitschers in, waren de klokken uit Spijk nog niet ons land uit. Zij konden nog achterhaald worden en zijn toen te Groningen gelost. De klokken uit Meppel hadden helaas Duitschland reeds bereikt.

  Terstond na de bevrijding is het de Rijksinspectie gelukt deze klokken in Duitschland op te sporen en zij heeft daar alles in het werk gesteld om deze klokken ten spoedigste in ons land terug te krijgen. Dank zij de medewerking van de “British Military Mission to the Netherlands Government” en de uiterst welwillende houding van de “Control oommission for Germany” zijn de klokken vrijgegeven.

  Deze klokken, waarvan een 150 uit de provincie Friesland, en een even groot aantal uit Groningen en Drente en Overijsel afkomstig, zijn nu in ons land aangekomen. Onder deze klokken bevinden zich enkele moderne klokken die aan de smeltkroes ontsnapt zijn door den chaos, veroorzaakt door de bombardementen van de fabrieken, waarin deze klokken gesmolten zouden worden.

  Onder de talrijke merkwaardige klokken bevindt zich o.a. een klok uit Leens, gegoten door N. Sicmans in het jaar 1632. Deze heeft het volgende opschrift;
“Yoncker Lambert Tjarda van Starkenborch tot Verhildersum heeft mij doen ghaten unde heeft my Sinte Peter doen heeten doen Yohannes Wolphius Pastor unde Yohan Hindricks Kerckvoogden tot Leens waren Anno MDCXXXII.”

  Doordat er indertijd een nauwkeurige documentatie van de klokken opgesteld is, kan nu, zelfs wanneer de indertijd daarop aangebrachte merken onleesbaar geworden zijn, vastgesteld worden vanwaar een klok afkomstig is, al is de identificatie dan ook moeilijk.

  Uiteraard zal met het uitzoeken eenigen tijd gemoeid zijn. Helaas hebben de klokken die door de Duitschers niet met al te veel zorg behandeld zijn, nog al eens wat geleden en vertoonen verschillende daarvan gebreken die, nu de klokken op den grond staan, verholpen moeten worden.
  Dit zal door de zorgen van de Rijksinspectie geschieden.
Het is aan te nemen dat straks een groot aantal nieuwe klokken gegoten zal worden. Daarom wordt de hopelijk nooit meer voorkomende gelegenheid aangegrepen om de gespaarde klokken op hun klankgehalte te onderzoeken, teneinde gegevens te verzamelen welke van groot nut kunnen zijn bij het maken van nieuwe klokken. 

  Door de Rijksinspectie Kunstbescherming zal zoo spoedig mogelijk kennis worden gegeven aan de eigenaren dat zij hun klok terug kunnen verwachten. Om te bereiken dat het vervoer en het wederophangen op deskundige wijze geschieden, zal dit evenals reeds gebeurd met de M.-klokken uit ’’ Giethoorn, geschieden onder leiding van door de Rijksinspectie architecten, door ter zake kundige aannemers. Het vervoer en het ophangen van de P-klokken zal voor rekening van de eigenaren komen.

___________________________________________________________

Naar Klokkenroof