06-09-1973: Waar is de Kikker | schilderijen van Han Jansen 

___________________________________________________________

06-09-1973 Nieuwsblad van het Noorden, donderdag 

Nederland is geen kikkerland meer Waar blijft de kikker toch?

Er zaten zeven kikkertjes al in een boerensloot; 
de sloot was toegevroren, ze waren bijna dood,
ze kwekten niet, ze kwaakten niet
van honger en verdriet. 

DIT VEELGEZONGEN KINDERLIEDJE moet al behoorlijk oud zijn, want vandaag de dag hoeven de sloten niet toegevroren te raken, om de kikkers niet meer te laten kwaken. Zelfs als er bij een aangename temperatuur een mals regentje valt, hoor je geen kikkers meer.
Oorzaak: kikkers zijn zeldzaam geworden.
Waar is de kikker” (gebleven)? Deze vraag is de titel van een expositie in de borg Verhildersum in Leens, waar verduidelijkt wordt waarom er nog maar zo weinig kikkers zijn.
En waar ook iets wordt getoond uit het roemruchte verleden van de kikker, die in vele sprookjes en kinderboeken een belangrijke rol speelde. De kikker sprak tot de verbeelding en niet alleen toen, maar ook nu, zoals blijkt uit het werk van diverse eigentijdse kunstenaars.
Parende kikkers bijvoorbeeld in een schilderij van Wout Muller, kikkers in etsen van de Amsterdamse graficus Jaap Hillenius, in studietekeningen van W. Kort. De kikker stond ook model voor de beelden van Tosca van der Haak, terwijl Marion Askjear Veld met haar beelden zelfs de verbondenheid van de mens met de kikker wil uitbeelden.
  Merkwaardig genoeg valt er op de schilderijen van Han Jansen geen enkele kikker te ontdekken en toch zijn ze op deze expositie wel op hun plaats. Ze symboliseren het moderne landschap waaruit de kikker grotendeels is verdwenen; grote, door ruilverkaveling ontstane akkers en weilanden en weinig sloten. Niet bepaald een ideaal kikkerland.
Ook de waterverontreiniging vormt een ernstige bedreiging voor de kikkerstand. Het feit dat de meest in het water verblijvende, groene kikker met z’n gevoelige dunne huid een zeldzame verschijning begint te worden, geeft te denken.
  Maar niet alle kikkers zijn zo afhankelijk van water als de groene kikker. De bruine of gele kikker leeft vooral op het land en is daarom misschien nog wel de meest voorkomende soort. Alleen om zich voort te planten zoekt hij het water weer op. Het gevaar dat hen bedreigt is het toegenomen autoverkeer en dat richt soms massale slachtingen aan zoals in het geval van de moeraskikkers in Twente, die op hun vaste trekroute naar hun paringsgebied een weg kruisen.
Uitsterven in plaats van voortplanten en dat terwijl de kikkers het bij het paren toch al zo moeilijk hebben.
  Er ooit bij stilgestaan dat een spekgladde mannetjeskikker er de grootste moeite mee heeft zijn even spekgladde vrouwtje te omklemmen? De natuur wel. Die heeft er voor gezorgd dat mannetjeskikkers in de voortplantingstijd een soort wratten aan hun handen krijgen, die het hun makkelijker maakt meer vat op de vrouwtjes te krijgen. Niet smakelijk misschien, maar wel effectief. Na de voortplantingstijd verdwijnen die wratten trouwens weer.
  Ook droge zomers zijn funest voor de kikkerstand. Zo neemt men aan dat de extreem droge zomers van ’59 en ’64 verantwoordelijk zijn voor de grote achteruitgang in de noordelijke kikkerstand.
De kikkers, die in Verhildersum als levend expositiemateriaal de terraria bevolken, zijn even uit de moeilijkheden. Zij krijgen op tijd hun natje en droogje, maar sommige graven zich zo ver in dat zelfs dan de titel van de expositie nog opgaat: „Waar is de kikker?”.

___________________________________________________________

Naar Ommelander Museum en Verhildersum