Menu +

Invoering van wet door de provincie

Groninger Archieven: 1099/10996 regelgeving begraafplaatsen 1869-1874

Ministerie van Binnenlandsche zaken. No. 212 2e Afdeeling Binnenlandsch bestuur
’s Gravenhage, den 5 Junij 1869

Bij de wet van 10 April 1869 (Staatsblad No 65) zijn nieuwe bepalingen vastgesteld betrekkelijk het begraven van lijken, de begraafplaatsen en de begrafenisrechten. Ingevolge Art. 49 dier wet moeten vóór den 1e Januarij 1870 alle voor het begraven op de Algemeene begraafplaatsen geheven regten overeenkomstig de bepalingen der nieuwe wet herzien en aan ’s Koning goedkeuring onderworpen, en ingevolge Art. 50 alinea 2 moeten de plaatselijke verordeningen omtrent het begraven en de begraafplaatsen mede vóór 1 Januarij herzien worden.
Ik verzoek U de aandacht der gemeente besturen hierop te vestigen en hen uit te noodigen tijdig tot de gevorderde herzieningen over te gaan, wat betreft de bedoelde regten met in achtneming der bepalingen van § 3 alsmede van de Artt. 21 en 22 der wet en wat de verordeningen op het begraven en de begraafplaatsen aangaat met inachtneming der bepalingen van de Artt. 7, 8, 21 en 28, waarbij ook zoo noodig op de toepassing van Art. 29 gelet zal moeten worden.
Ten einde de behoorlijke uitvoering der wet te verzekeren zal ook moeten worden onderzocht in hoeverre wat de begraafplaatsen betreft de gemeente besturen maatregelen te nemen zullen zijn ter voldoening aan de bepalingen der wet.
Ik verzoek U alles na te gaan en mij zonder te lang verwijl mede te deelen:

1o in hoeverre wat elke gemeente Uwer provincie betreft reeds voldaan is aan de bepaling, dat zij ten minste ééne Algemeene begraafplaats, onder het beheer van het gemeentebestuur staande, moet hebben, hetzij voor zich alleen hetzij met eene andere gemeente of andere gemeenten gemeenschappelijk;
2o in hoeverre de bestaande begraafplaatsen, zoo bijzondere als algemeene, in iedere gemeente op den in Art 45 bepaalden afstand van eene bebouwde kom der gemeente verwijderd zijn;
3o of er begraafplaatsen zijn die in strijd met het slot van Art. 16 der wet toegangen of ingangen van een graf of grafkelder in eene kerk of ander gesloten gebouw hebben;
4o of de algemeene begraafplaatsen de bij Art 17 der wet bevolen uitgestrektheid hebben, waarbij in acht te nemen zal zijn, dat de graven op den bij Art. 22 voorgeschreven afstand van elkander verwijderd behooren te zijn en dat hierbij niet in aanmerking kan komen de voor eigen graven afgezonderde ruimte, maar daartegenover ook niet gelet behoeft te worden op het getal lijken, dat jaarlijks in eigen graven begraven wordt;
5o in hoeverre de begraafplaatsen overeenkomstig art. 18 der wet afgesloten zijn; en
6o welke begraafplaatsen, niet op den in Art. 45 bepaalden afstand van de bebouwde kom der gemeente gelegen na ingewonnen adres van den geneeskundigen inspecteur, door U als schadelijk voor de volksgezondheid beschouwd worden.

Aan heeren Gedeputeerde Staten van Groningen

 


Wehe den 7 Julij 1869

No 97 Begraafplaatsen Enz.

(aantekening in potlood: waar zijn de algemeene begraafplaatsen gelegen?
Te Leens, Wehe, Warfhuizen en Mensingeweer)

Naar aanleiding der circulaire van UEdGroot Achtb. dd 11 Junij No 32, 1e afd (voorblad No 35) nakende de uitvoering der wet van den 10 April 1869 (Staatsblad No 65) waarbij nieuwe bepalingen zijn vastgesteld, betrekkelijk het begraven van lijken, de begraafplaatsen en de begrafenisregten, hebben wij de eer UEdGroot Achtb. te berichten:
1o) dat in deze gemeente vier algemeene begraafplaatsen, onder beheer van het gemeente bestuur staande, aangetroffen worden,
2o) dat deze algemeene begraafplaatsen, op den bij art. 45 der wet bepaalden afstand van den bebouwde kom der gemeente verwijderd zijn, zoo ook de bestaande bijzondere begraafplaatsen te Maarslag en de Hoorn; terwijl daarentegen de bijzondere begraafplaatsen te Leens en Zuurdijk niet op dien afstand van de bebouwde kom dezer dorpen zijn gelegen.
3o) dat er in de gemeente geene begraafplaatsen zijn, die in strijd met het slot van art. 16 der wet, toegangen of ingangen van een graf of grafkelder, in eene kerk of ander gesloten gebouw hebben;
4o) dat de begraafplaatsen, dus verre, niet gezegd kunnen worden, overeenkomstig art. 17 der wet te zijn afgesloten.

Burgemeester en Wethouders der gemeente Leens
[] De Secretaris
B. L. Hopma Wethouder

Aan Heeren Gedeputeerde Staten van de provincie Groningen


Geneeskundig Staatstoezigt voor de provinciën Friesland en Groningen
Nr. 1171
Onderwerp: Begraafplaatsen Met 1 Bijlage

Den Heeren Gedeputeerde Staten der provincie Groningen

Groningen, den 4 Januarij 1871

Ter aanvankelijke voldoening aan den inhoud van UWEd missive van 30 December jl, no 83b, 1e afd, heb ik de eer UWEd hierbij tevens ten vervolge op mijn schrijven van 19 Maart 1870, no. 742, te doen toekomen eene Lijst van nader door mij onderzochte begraafplaatsen in deze provincie, waarop tevens de uitkomsten van mijn onderzoek voorkomen. Mij daaraan refererende heb ik de eer UEEd. daarbij nog het volgende op te merken aangaande eenige der op de lijst vermelde begraafplaatsen.
[]

Inventarisatie Zuurdijk:
Grootte: 17 are 60 centiare
Begravingen: 6 laatste 10 jaar
In gebruik: Sedert onheugelijke tijd
Staat: Nog al ruim angelegd en goed in staat
Advies: voldoende
Schadelijk: niet schadelijk
Opmerkingen: geen


Wehe den 19 Januarij 1874

No. 223

In antwoord op de circulaire van uEdGroot Achtb. bovengemeld rakende de afsluiting der begraafplaatsen, hebben wij de eer mede te deelen, dat de afsluiting der algemeene begraafplaatsen te Leens, Wehe, Warfhuizen en Mensingeweer, zoomede die der bijzondere begraafplaats te Hoorn, mag geacht worden reeds in den aangegeven zin te hebben plaats gehad, terwijl wat betreft de bestaande bijzondere begraafplaatsen te Wehe, Zuurdijk, Warfhuizen en Maarslag, de daarbij betrokkene besturen, door ons op de ter zake bestaande wettelijke bepalingen opmerkzaam zijn gemaakt, en dezerzijde wordt aangenomen, in tijds door die besturen voor eene behoorlijke afsluiting daarvan, de noodige zorg zal worden gedragen.

Burgemeester en Wethouders der Gemeente Leens
[] secretaris
R Feddema Wethouder



Terug naar voorgeschiedenis begraafplaats