| ___________________________________________________________ |
23-09-1967 Nieuwsblad van het Noorden, zaterdag
’De roem van het smeedijzer’ boeiende expositie in Leens
Verhildersum in Leens, eens de borg van de familie Van Starkenborgh, is langzamerhand een belangrijk cultureel centrum geworden in onze provincie. Een prachtige collectie Chinees en Japans porcelein is er juist weer ondergebracht.
Naast de blijvende zoldertentoonstelling, die ’n pakkend beeld geeft van „Wad en Land” organiseerde het bestuur „Verhildersum herleeft” sinds 1957 een serie uitstekende exposities op de historisch aangeklede fraaie benedenruimte: „vlas en linnen, tin, brons, hout, ceramiek,” „prent en beeld”, „Koren tot brood”.
Een geweldig 18e eeuws schilderij — 4×3 meter — waarop het echtpaar Starkenborgh-Clant met 10 kinderen is uitgebeeld en dat de laatste jaren in het gezantschapsgebouw in Brussel hing, wordt binnenkort op de borg verwacht.
De huidige expositie is gewijd aan de geschiedenis van het ijzersmeedwerk, van wierdevondsten uit de tweede (Latene) periode van de Ijzertijd — 800 voor Chr.—50 na Chr. — tot aan de nieuwe tijd.
Voor een groot deel uit de verzamelingen van A. H. G. Verster (die er ook een prachtig boek over heeft geschreven) en mevr. Bleeker beiden uit Amsterdam.
Door de moeilijkheden bij het bewerken van dit vergankelijke materiaal zijn er in de evolutie van het ijzeren kunstvoorwerp minder heftige stijlveranderingen dan bij de andere metalen, de collectie heeft daardoor een enigszins tijdeloos karakter. Vaak zien we ongeveer dezelfde motieven en bewerkingen, al was er bijvoorbeeld in de 17e eeuw door de in voed van de gilden een grote verfijning te constateren.
INSPIREREND
Een bijzonder interessante tentoonstelling die zeker menig architect en kunstnijveraar zal inspireren! Wat waren die smeden van vroeger kunstenaars.
We zien kleine en grote dingen uit verschillende landen en tijden, gesmeed, geklonken, gehakt, getorst, gesoldeerd, gezaagd, gegraveerd, geëtst in alle mogelijke technieken.
Van scharen, notekrakers, kandelaars, strijkijzers met ajour bewerkte treetjes om ze op te zetten, tot muurankers en windvangers van kerken, doopvonten, reliquieënkastjes, kerkkandelaars, hengsels, ijzeren kisten, deurkloppers, kaarsekronen, vuurhaken voor de open haard, ja, wat niet al!
Bijzonder treffend zijn de enorm ingewikkelde kunstige sloten, sommige met graveerwerk versierd, het summum van tegelijk vernuftig en artistiek kunsthandwerk.
We ontdekten een kunstig gesmede bloementak in „Jugendstil” van een Groninger beeldhouwer, H. Mesdag — verarmde tak van de beroemde schildersfamilie — die plm. 1900 in Duitsland werkte. En onder het gereedschap een „combinatietang” waar alles aanzit: hamer, beitel, schroevedraaier, priem, mes en nijptang — ongelofelijk! En de eerste versierde revolver.
Ook van enkele levende kunstenaars is knap werk aanwezig, Hendriks en Joop van Dijk uit Den Haag, Brouwer uit Norg; hun stijl lijkt soms bijna onbetwist voort te bouwen op oude vormen.
Het oude smeedijzeren doopvont in de kerk van Franssum, dat ik jarenlang verloren waande, zal waarschijnlijk nog op de tentoonstelling verschijnen.
Ik miste daar eigenlijk ook de oud-Groninger „snotneus” een plat ijzeren olielampje met pit dat me deed denken aan de kalkstenen lampen, waarmee de schilders van de grotten van de ijstijd zich bijlichtten!
JOHAN D.
| ___________________________________________________________ |
Naar Ommelander Museum en Verhildersum