Teenstra 29-01-1837: gebak aan Kooij en turf; lokaal van de schoolmeester 

___________________________________________________________

Eijerland 29 Januarij 1837

Den Wel Edelen Heer
Den Heer N. J. de Cock 
Directeur der Sociteit van
Eigendom van Eijerland
te Rotterdam

Wel Edele Heer !
In voldoening aan het verzochte van den Heer van Ommeren in dato 24 dezer zende ik hier bij Copij uit het Notitie Boekje van het geene UWEd nog van verschillende personen op Eijerland te vorderen heeft.
Daar wij ons vleijen UWEd en den Heer P. Langeveld Kz. over eenige dagen hier te zien zoude ik dan ook gaarne de ƒ 212.535 welke UWEd van mij Competerende is voldoen.
Op Eijerland is alles wel, – doch wij vrezen wanneer de winters nog eens invallen mogt, voor gebrek aan Hooij, turf.
Het Koolzaad blijft bij voortduring groen en sterk, hebbende wortels zoo lang en dik als of het peenen waren. Onlangs zag ik dezelve bij gelegentheid dat er een stuk grond in de sloot afgezakt was geheel bloot.
Bij UWEd komst dienen wij ook nog op de begraving, en het benodigde zaai-zaad terug te komen. Daar het land niet tegenstaande het water zeer laag in het Kanaal is, nog steeds zeer nat en dras ligt.
(Dingsdag den 31 dezer word aan de Cocksdorp in eene der localen van het Magazijn den provisioneele Schoolonderwijzer door de School Commissie ingewijd, – aangenaam zoude het in zijn geest, (en volgens berigt van onze kleermaker had ik hier zelfs half opgerekend) UWEd met de Heer Langeveld als dan ook hier te zien. – Dan in afwagting van spoedig dit genoegen te zullen hebben. –
Heb ik de Eer na minzame groete te zijn
Wel Edele Heer !
UWEd DvDienaar !
Den Directeur van Landbouw van Eijerland
M. D. Teenstra

___________________________________________________________

Naar Brieven 1836/1837