Teenstra 25-02-1837: “ik ben thans zonder betrekking en zonder bepaald doel wat te beginnen”

___________________________________________________________
 
Nieuwediep 25 februarij 1837 

Den WelEdelen Heer 
den Heer N. J. de Cock 
Directeur der Societeit van 
Eigendom van Eijerland 
te Rotterdam 

WelEdele Heer ! 

  Ik heb het genoegen met den Heer P. Langeveld naar Amsterdam op reis te zijn alwaar ik  tot Dingsdag avond verblijf, logerende in het Rondeel. 

  Gaarne zoude ik UWEd voor UWEd vertrek van Eijerland nog ontmoet hebben doch hoop dit geluk nog te hebben voor mijn vertrek naar Groningen alwaar wij in April denken te verhuizen, den Heer Langeveld denkt kort na de Algemeene vergadering op Eijerland te zijn, heb ik de goedheid daar ook te komen, – en den Heer Langeveld heeft mij gezegd UEd te moeten schrijven mij bij afrekening toegezegd. – verzoekende drie aandeelen ad f 1000-.. in de storting van Eijerland, – het resterende kan ik op Eijerland uit de Kas ontvangen. – 

2de bewijs van Eervol ontslag uit de nu [] betrekking van Directeur van Landbouw van Eijerland. – 

3de Acquit en decharge van Ontvangsten & Uitgaven ten behoeve Eijerland door mij gehouden. – 

Ingevolge UWEd schrijven heb ik in mijnen op Eijerland waargenomene betrekking geen patent genomen, en kan mij ook volstrekt niet laten overreden, daar Eijerland uitsluitend een Landbouwende onderneming is, – dat ik patentpligtig  was, – op advies van den Heer Langeveld heb ik heden morgen hier over met den Controleur [] Hellingman gesproken, om zoo mogelijk de zaak in questie te termsneren, – doch de ambtenaren hebben reeds proces-verbaal van overtreding der Wet, – zoo wegens het [] van Kalk, – als tegens de niet gepatenteerde betrekking van de Timmerman de Onderbazen en mij opgemaakt , welk proces-verbaal naar het Gouvernement opgezonden is. – Ongaarne zoude ik mij door dit zoeken (want regt is het zeker niet) hier laten ophouden., – heb de goedheid mij te schrijven hoe verder te handelen, – vriend Langeveld zegt ter wijl wij hier zamen aan het [] zitten persoonlijk bij UWEd te komen alvorens naar Giessendam te gaan, – om met UWEd hierover te spreken. – 

  Ik beveel mij in UWEd vriendschap, – ik ben thans thans zonder betrekking en zonder bepaald doel wat te beginnen, weet UWEd iets voor mij, doed mij het genoegen mij op een of ander attent te maken, en behulpzaam te zijn. 

  Mag ik UWEd in het belang van Eijerland nog attent maken, dat de menschen op Eijerland meer brandstof moeten hebben (anders zullen zij moeten stelen) de paarden krijgen ook geen Haver genoeg, – Op Texel rijd men de paarden des Zomers mager op de weg, en des winters onthoud men de zelve het benodigde voeder – doch dit moet met geene ploegpaarden geschieden. – Mag ik mine groete van de Heer van Ommeren verzoeken. – 

  Met ware achting & vriendschap [] minzame groete UWEd vriend! 

M. D. Teenstra 

___________________________________________________________
 
Met patent zal bedoeld zijn belastingplicht als ondernemer? 
___________________________________________________________
 
Naar Brieven 1836/1837