| ___________________________________________________________ |
Eijerland 18 Mei 1836
Den Wel Edelen Heer
Den Heer N. J. de Cock
Directeur van Eigendom van Eijerland
te Rotterdam
Wel Edele Heer !
UWEd geëerde van 13 dezer is mij geworde, – voor het mij te zendene Oilette Zaad ligt het land reeds geploegd, – zijnde een goede drooge grond bij de Roggesloot, doch het word hoog tijd om te zaaijen. – ook voor Lucerne en Beetwortels, – de 6 Zeeuwsche wagens zullen ons regt welkom zijn.-
Onze zomervruchten komen boven verwagting schoon voor, het jonge zomerkoolzaad is zoo glad en weelderig als men zelden ziet, – Maarte garst, Zomer garst, Haver & Boonen staat alles zeer fleurig en goed, het welk de zetboeren niet weinig moed inboezemd, – doch Paarden moeten wij zeker meerder hebben dan er nu gekocht zijn, – zoodra de Groninger en Utrechtsche paarden hier ontvangen zijn, zal ik de vrijheid nemen op dit belangrijke punt terug te komen. –
Het zoude mijns inziens zeer geschikt zijn om de eerste Boerewoning in Sectie E. te plaatzen, als zijnde dit land volgens Kievit & Alderlieste het best geschikt voor de Cultuur van Meekrap.
De zeven Flakkeesche arbeiders heb ik aan het werk gesteld,. Gisteren avond zijn hier ook de twee wagenmakers gezellen aangekomen.
Thans hebben wij volk genoeg, zoo dat UWEd mij plaisier zal doen met geene Menschen meer naar Eijerland af te zenden.
Heden zende ik naar Rotterdam Schipper J. van der Borg voor f 70 -,, vragt, – zullende inladen 30 weerschapen 2 lammeren en een partij wol. –
Ook Reinders zend eene wagenmakers Knecht over. –
Mag ik wel zoo vrij zijn, daar de bezoeken met het schoone weder beginnen te vermeerderen UWEd te verzoeken ons in Rotterdam de goederen te laten kopen welke op in liggende nota gespecificeerd zijn, en dezelve per eerste gelegenheid naar herwaards over te zenden? –
Den Heer Langeveld, welke ik dagelijks zie is welvarende, alles is hier wel, en vooruitgaande – UWEd Komst zal mij zeer aangenaam zijn, waar mede de Eer heb te zijn
Wel Edele Heer !
UWEDvDienaar
Den Directeur van Landbouw van Eijerland
M. D. Teenstra
| ___________________________________________________________ |
Naar Brieven 1836/1837