Teenstra 16-03-1840 verzoek aan N. J. de Cock tot rentebetaling

___________________________________________________________

Ulrum 16 Maart 1840

Den Wel Edele Heer
de Heer N. J. de Cock
te Rotterdam

Wel Edele Heer !

Verscoon mij zoo vrij te zijn daar ik tot dus verre altoos op tijd de interessen ontvangen heb, UWEd te verzoeken mij de verschenen rente op primo Januarij dezes jaars ad f 75 – .. wel te willen overmaken.
Tot mijn leedwezen heb ik het afsterven van UWEd achtingswaardige vader gehoord, met welk treffend verlies UWEd met deelneming Condolere wenschende UWEd in den wil van den Almachtigen en wijzen schepper zult kunnen berusten.
Minzaam groetende heb ik de eer met Hoogachting te zijn
Wel Edele Heer !
UwEDvDienaar !
M. D. Teenstra

___________________________________________________________

Naar Brieven 1835-1837