Teenstra 15-03-1837: huis Ulrum nog niet leeg, geveld door ziekte, Haijo Stoepker overleden 

___________________________________________________________

Eijerland 15 Maart 1837

Den WelEdelen Heer Den Heer N. J. de Cock
Rotterdam

Wel Edele Heer !
In vriendelijk antwoord op UWEd geëerde van den 12 dezer, kan ik UWEd berigten dat ik nog heden naar Ulrum geschreven heb, om zoo mogelijk ons huis tegens den 1sten April e.k. te ontruimen, tevens aandringende op een spoedig antwoord, het welke ik UWEd dadelijk na ontvangst mede deelen zal. – De juiste tijd van ons vertrek van Eijerland is niet door de Contracterende partijen bepaald geworden in tegendeel hebben wij afgesproken, dat ik spoedig naar eene andere woning om zien zoude, en dit is ook onmiddelijk geschied.
Hoe den Heer Langeveld van opinie zijn kan, dat wij ons huis gemakkelijk voor Mei e.k. betrekken kunnen begrijp ik niet, daar wij niet alleen, hier niet over gesproken hebben maar ik zoude volgens onze afspraak hier nog voordat wij Scheep gingen afwagten. –

___________________________________________________________

1837 hoort bij andere brief
Dan ik zelve verlang met mijn geheele gezin naar ons vertrek en zal door minnelijke schikking de huurders van ons huis trachten te bewegen om te delogeren, doch dit niet kunnende moet ik het Contract respecteren en eerbiedigen.
– Doch ik hoop dat het mij gelukt om op 1 April bedoeld huis te Ulrum te kunnen aanvaarden.
– Zal ik dan maar een schuit aannemen om hier een vragt turf te brengen en ons met onze Meubels mede terug te nemen?

(De gekwiteerde Rekeningen heb ik ontvangen, de overige stukken zie ik van UWEd te gemoed.
Op dit oogenblik zoude ik niet kunnen vertrekken, daar ik merendeels ziek te bed lig; en bij eene zware hoest, mij zeer pijnlijk door de leden gevoel, vooral in borst en keel.

Zondag 12 dezer is de schoenmaker M. P. Meijer overleden, wordende hier heden als de eersteling begraven.

Ik maakte schoenen, doch mijn draad brak af, 

En ‘k daalde op ’t Eijerland, in ’t eerst gegraven graf.

Maandag 13 dezer is Haijo Stoepker (broeder van den zetboer) overleden, terwijl er nog verscheidene personen ziek liggen.

Heb de vriendelijkheid ons gedurende de laatste dagen van ons verblijf alhier, niet te veel te verontrusten, ik ben gelijk ook voor mijne ongesteldheid, stil in de Keet en bemoei mij noch met Eijerland, noch met hare bewoners.
Met ware achting noemt mij na vriendelijke groete
Wel Edele Heer !
UWEDvDienaar!
M.D. Teenstra

___________________________________________________________

Naar Brieven 1836/1837