Teenstra 09-08-1836: kosten schippers; kasboeken voor de schippers; beddezakken; kooldorser en geschoond zaad; mest in de schaaphokken

___________________________________________________________

De Cocksdorp 9 Augustus 1836 

Den Wel Edelen Heer
N. J. de Cock
Rotterdam 

Wel Edel Heer !

UWEd geeerde letteren van 6 dezer zijn mij gisteren geworden,- Lanser heb ik de Rekening & brief overhandigd, ook met Schipper Dubois brenger dezes hebben wij afgerekend, doch ten Opzichte der Kosten van de Schippers wenschten wij wel eenige opheldering te mogen hebben zoude ik UWEd mogen hebben zoude ik UWEd mogen verzoeken Dubois hier omtrent inlichting te geven?- 

  Verzoeke mij ook te schrijven of het Koolzaad voor UWEd beurs zwaar genoeg geschoond is, – dit hangt aan verkiezing af, voor de Groninger beurs is het zeer goed geschoond wijl er genoegzaam geen kleine korrels veel min onkruid ingevonden werdt,  – weet tevens dat het uitmuntend zaaijzaad is.- 

  Thans hebben wij een zachte heilzame stof regen, het Kooldorschen is op een halve dag werkens na afgedaan, doch dit kan op verre na de schade niet veroorzaken als de regen voordeel aan het uitgezaaide zaad te weeg brengt, en al word dit laatste zaad misschien 20 a 25 Mudden een weinig vochtig,- wij kunnen het zelve zaaijzaad gebruiken en zullen het dus niet onder het drooge vermengen.- Met verlangen, vooral bij dit gunstige neder dat ons alle recht vervrolijkt zie ik het witte Koolzaad te gemoed, het welke wij dadelijk zullen zaaijen, – alles is hier druk in beweging, en het gaat naar het gaat naar mijn genoegen.- 

  Over de Beddezakken zal ik mijne vrouw spreken doch twijfel of ik tijd heb (zoo dezelve aan de keet zijn) met Dubois te kunnen verzenden, – anders zend ik mijn docht(er)je met dezelve. 

  Dubois heeft twee lammeren, de witte eene Ram, en de zwarte eene Ooij. – tegens welke prijs zal ik UWEd nader schrijven.
  Volgens UWEd bepalingen moeten onze vaste schippers ieder een appart boek aan leggen, het welke zeer noodzakelijk is dat zij zelve van Uitgaven en verdiende vragten, als mede kosten der schepen bij houden, – hebt de goedheid Dubois mede voor Mets een paar te doen leveren.- 

  Ik zal zorgen dat het witte Koolzaad op goed land gezaaid wordt, misschien krijgen wij 8 lasten Zomerzaad, doch dit hangt nog aan het weder af, ook is deze begroting altoos globaal, het kan 6 en 10 lasten worden. –
  In de volgende week denk ik haver en Zomer zaad te snijden, – met verlangen zie ik UWEd komst in ons midden te gemoet. 

  Dekker (welke hier bij mij zit) gaat met Stroo planten steeds voort, – en meld mij heden morgen reeds hier en daar eene natuurlijke begroeijeng van het Zand gezien te hebben, – aanstaande voorjaar moeten wij er maar gemengde zaden en ligte haver op zaaijen. 

  Gisteren hebben wij 286 Schapen ontvangen, – zijnde oude Mekken van de 4de en 5de dragt. – 

Boon vraagt f 80-,, voor de Mest,- doch wij zullen de Koop wel eens worden, ik wenschte dezelve over de Zomergarst Stoppel te rijden, doch dit moet nog geoogst worden.
  Ook langs het Dijk Kanaal zijn wij bezig met gras te maaijen, alwaar een zwaar Zwat afloopt, de Ruigte op UWEd orders gemaaid laat ik voor Mest in de Schapehokken brengen.-
  Ook heb ik eenige Texelsche wagens ter bespoediging der werkzaamheden aan het Hooijrijden. 

Na minzame groeten Heb ik de Eer met Hoogachting te zijn Den Directeur van Landbouw van Eijerland
M. D. Teenstra 

___________________________________________________________

Naar Brieven 1836/1837