Teenstra 03-09-1836: betaalde bedrag; 700 bunders winterkoolzaad; inboedelverzekering; het cachet van Eijerland lijkt op een varken 

___________________________________________________________

De Cocksdorp 3 September 1836 

Den Wel Edelen Heer
Den Heer N. J. de Cock
Directeur der Sociteit van
Eigendom van Eijerland
te Rotterdam 

Wel Edel Heer !

  In vriendelijk rescriptie UWEd geëerde van 29 der vorige maand, heb ik de eer UWEd te kunnen informeren dat C. Alderlieste mij gezegd heeft, dat hij zelve betaald had aan
C. Boon 40 Mudd. Aardap. ad ƒ 1-40
dezelfde 34 id id ad ƒ 0-90 …… ƒ 86-60 

welke penningen hij van UWEd had terug ontvangen en dat hij als toen schuldig gebleven was 58 Mudd. aardappelen van P. van Rosenberg ad ƒ 1-20 …. ƒ 69-90 hebbende UWEd verzocht dit geld aan gemelde leverancier v. Rosenberg te betalen.
alles ten bedrage van ƒ 156-20 

  In UWEd geëerde Missive van 8 April dezes jaars vinde ik dat UWEd voor 28 Mudd. poot-Aardappelen welke Alderliefste voor Eijerland mede bragt, aan hem ƒ 25-20 Cts betaald had, hetwelke ook door Alderlieste erkend word. – 

„Ook heb ik hem buitendien betaald ƒ 156-20 voor aardappelen die hij in de schuit geladen heeft en mogt hij nu deze laatste tot zijn eigen gebruik houden dan zult UEd hem in rekening voor dit bedrag moeten belasten.”- 

  Alderlieste zegt dat er abuis bestaat in de ƒ 69-60 – geen geld genoeg bij zich hebbende, had hij UWEd het briefje voor de 58 Mudde aardappelen gegeven, met verzoek dezelve te betalen, doch wanneer UWEd zich dit niet herinneren konde verzoekt hij het UEd Schipper Abraham Troost van Stellendam, welke maandag aan de Rotterdammer Markt komt, maar betaalde voor zijne rekening, zullende als dan dit geld aan mij voor Eijerland betalen, ofschoon nimmer ontvangen hebbende.

  Bij de afrekening der Boeren, welke de aardappelen genoegzaam alle als pootaardappelen en varkensvoeder verbruikt hadden, hebben de Heer Plooster en ik vermeend hun daar voor niet te moeten belasten, als woedende beschouwd ten behoeve de Sociteit verbruikt te zijn. 

  Het uitgezaaide Winterkoolzaad, waar van reeds over de 700 Bunders gezaaid zijn, staat over het geheel genomen zeer goed, enkelde gedeeltens uitgezondert welke wij dan ook reeds ten tweeden male gezaaid hebben – ook het door UWEd gezondene wit bloeijende zaad komt goed op. – het weder is hier guur, maar gelukkig met regen vergezeld, ook hebben wij reeds meer van 600 voeren hooij bijeen gereden, en zijn druk bezig met ruigte te maaijen dat ook de Hr W. Langeveld zeer goed  voorkomt, ter zuivering onder kudde hebben wij 23 Zwoegers uitgezocht, welke wij bij Lanser onder het werkvolk denken te verkopen. 

  Schipper Dubois verwagt ik spoedig terug, doch UWEd hebt nog niet geschreven hoe wij met het Koolzaad zullen handelen, – Bakker Bautsen van den Burg, Dijkgraaf & Assesor van Texel heb ik het Zaaizaad van Eijerlands Koolzaad geweigerd, en hoe zeer mij dit kwalijk genomen werdt, blijf ik in dit besluit volharden. 

  Gisteren is de Heer van Landschot uit ’s Bosch zeer tevreden van Eijerland vertrokken. 

Het Zomerzaad valt onder het snijden nog merkelijk in de hand, en wanneer wij geen harde wind of storm krijgen zoude het mij niet verwonderen, dat dit nog zoo veel Mudden opbragt als het Winterzaad zijnde 11½ lasten. 

Het Concept Tarif voor het Werkvolk zal UWEd zeker onder UWEd papieren hebben terug gevonden.
Mag ik UWEd herinneren aan de Nota van Commissien vooral voor Zaai-Koorn. 

Ook hebt UWEd de goedheid gehad zich wel te willen belasten met ons Meubilair en verdere inboedelen te laten assuireren voor brand, tegens ƒ 3000-,, ’s Jaars waarvoor slechts een per duizend  of ƒ 3-,, zoude worden betaald. De Directie woning staat in Sectie O., ook R. E. Sinia Sectie N wenschte gaarne een dergelijke verzekering tegen brandschade van deszelfs inboedel tegens ƒ 2000-,, 

Hebt ook de goedheid ons een ijzeren niet groote kist te zenden. 

  Het cachet van Eijerland waar van ik het afdruksel op mijne laatste van UWEd ontvangene brief vond, vertoond een dier dat naar het gevoelen mijner vrouw meer op een Varken dan een Schaap gelijkt, anders is het zelve zoo in vinding als uitvoering, zeer schoon. 

  Vergeet ook Lap vooral niet om wagensmeer te zenden. 

Gisteren heeft den Heer Langeveld Specie ontvangen, de hoeveelheid is mij nog onbekend. Verschoon mijne afgebrokene briefstijl het is Zaturdag de tijd roept mij veldwaarts. Na Minzame Groete
Den Directeur van Landbouw van Eijerland
M. D. Teenstra

___________________________________________________________

Naar Brieven 1836/1837