Teenstra 02-04-1836: Van der Helm nog niet gearriveerd; hij wist reeds 3 maanden dat hij voor 20 maart aanwezig moest zijn 

___________________________________________________________

Eijerland 2 April 1836

Den Wel Edelen Heer
Den Heer N. J. de Cock
Directeur der Sociteit van
Eigendom van Eijerland

Wel Edele Heer !

Heden avond na de betaling Ontvang ik UWEd zeer geeerde letteren van 30 Maart, – ik haast mij dezelve te beantwoorden. –
Met genoegen vernam ik uit dezelve dat den Hr Vriesendorp tot Comm. benoemd was, – als mede dat er in de Algemene vergadering geen aanmerkingen
[]
Het ontstuimige weer, regen, en harde wind vertraagt onze werkzaamheden.
Ik heb weder 2 Zeeuwsche en 2 Groninger knechts in dienst genomen à ƒ 3.- ’s weeks voor de Zomermaanden met de kost, verzoeke die bepaling niet te boven te gaan. –
Heden morgen heeft Kivit het ongeluk gehad een paard te verliezen.
Van der Helm is nog niet hier, ik heb deswege mijn ontevredenheid per brief aan hem te kennen gegeven, met de voorkennis van den Hr Langeveld Kz. – den Hr Reinders verontschuldigd v. d. Helm wegens misleiding van Dubois als mede oponthoud door storm, – dan v. d. Helm wist reeds voor 3 maanden dat hij voor 20 Maart op Eijerland zijn moest, en had zich dus aan geene praatjes te storen.
Heb de goedheid v. d. Helm te schrijven, – dat hij zich naar de hem gegevens instructie gedrage en spoedig naar Eijerland overkomt – op Eijerland zal alles in de war loopen, zoo hier geen toeverzigt plaats heeft.
Voor het overige staan de zaken goed, – wij vormen hier eene kleine maar genoegelijke Maatschappij. –
Stoepker heeft veel moed, en hoop aangaande de grond en zegt: laat ze mij maar geworden laten. –
vergeet S.v.p. niet v.d. Helm te schrijven.-
Wel Edele Heer !
Ik heb de eer met de meeste Hoogachting te zijn,
UWEDvDienaar
Den Directeur van Landbouw van Eijerland

M. D. Teenstra

___________________________________________________________
Naar Brieven 1836/1837