| ___________________________________________________________ |
06-07-1920 Dragster Courant
Het Provinciaal Stoomgemaal bij de Lemmer
Ten onrechte wordt dit stoomgemaal nog dikwijls genoemd het stoomgemaal bij Tacozijl. Wel was aanvankelijk het punt van vestiging dicht bij Tacozijl gekozen, maar later is dit punt meer oostwaarts verlegd, tot op een half uur gaans van de Lemmer. Het is dus juister, te spreken van het stoomgemaal bij de Lemmer; van Tacozijl ligt het veel verder af.
Dit grootste stoomgemaal van Europa, met den bouw waarvan na veel moeilijke voorbereiding in 1916 een’ aanvang werd gemaakt, nadert thans zijn voltooiing en zal naar alle waarschijnlijkheid nog dit jaar in werking kunnen worden gesteld. Op die eenzame plek aan de zuidkust onzer provincie slaat daar strak en krachtig het sobere, massieve, bijna uitsluitend van baksteen, beton en ijzer opgetrokken gebouw, als ’t ware ingeplant in den zeedijk. Als onze Friesche landouwen door den alouden vijand, het overtollige boezemwater, bedreigd worden en de bestaande zeesluizen dien vijand niet vermogen te bedwingen, brengt het reusachtige monster zijn ingewanden in werking, slurpt aan de eene zijde met groote gulzigheid het water bij tienduizenden kubieke meters op en loost het aan de andere zijde even haastig in zee.
De openingen, waardoor het water aan de noordzijde wordt opgezogen, acht in getal, liggen ieder tusschen twee steenen hoofden en bevinden zoich een paar meter onder water. Vlak voor iedere opening ligt op het water, van hoofd tot hoofd, een zware houten drijver, om te verhinderen dat de lucht kan toetreden, waardoor draaikolken zouden kunnen ontstaan. Verder naar voren zijn stevige houten roosters aangebracht, om te voorkomen dat te water geraakte voorwerpen of menschen – de reis naar zee mee – zouden maken.
Binnen in het gebouw bevinden zich de pompen, de groene stoommachines en de kleinere hulprnachines en toestellen en, in den rechtervleugel, het ketelhuis.
Vier groote stoommachines, ieder met een vermogen van 650 paardekrachten (de vliegwielen hebben een middellijn van 4,50 meter), brengen ieder twee hevel-centrifugaalpompen in beweging. De werking van zoo’n pomp berust op het luchtledig maken der opzuigbuis en het vervolgens overhevelen van het opstijgende water naar de uitlaatbuis door middel van een waaier.
De opzuigbuis heeft een middellijn van 2 meter, de uitlaatbuis is eerst vierkant, ter wijdte van 2 meter, en verbreedt zich naar zee tot een opening van 2 bij 5 meter. De waaier heeft een middellijn van 1,70 meter en maakt 100 omwentelingen per minuut.
ledere pomp zuigt per minuut 500 kub. meter water op; de acht pompen tezamen dus 4000 kub. meter per minuut.
Deze capaciteit overtreft ver die van het nieuwe electrische gemaal van de provincie Groningen, bij Zoutkamp, dat een vermogen heeft van 2900 kub. meter per minuut.
Om eenigszins een idee te krijgen van die hoeveelheid van 4000 kub, meter, stelle men zich even voor, dat de Drachtster vaart tusschen de sluis in het gebuurte en het Buitenstvallaat zou worden leeggepompt. De lengte van dit gedeelte vaart zal ongeveer 4000 meter bedragen; reken de diepte gemiddeld op 2 en de breedte op 12 meter, dan is de inhoud 96.000 kub. meter. In vierentwintig minuten zou dit eind vaart tot op den bodem leeggehaald zijn!
De stoom wordt geleverd door 6 dubbele stoomketels met vlampijpketels, oververhitters enz., de rook verdwijnt door een 60 M. hoogen schoorsteen, die aan den voet een rniddellijn heeft van 6,25 en aan den top een van 3 meter. Deze schoorsteen heeft, zooals men weet, reeds een geschiedenis: pas was hij tot aan boven toe opgemetseld, of een bliksemstraal gooide de bovenste helft naar beneden en beschadigde het staan gebleven gedeelte zoodanig, dat dit geheel afgebroken en de schoorsteen dus van beneden af opnieuw opgebouwd moest worden.
Aan de zeezijde zijn evenals aan den noordkant steenen hoofden gebouwd, echter van veel grooter afmeting, Zij breken de kracht der golven en beschutten zoodoende het gebouw tegen het bij tijden woest geweld der zee.
Elk tweetal uitlaatbuizen ligt tusschen twee dier hoofden. Vier paar reusachtige houten stormdeuren, aan de hoofden afgehangen, iedere deur hoog 8.60 en breed 6 meter, beveiligen het gebouw nog bovendien tegen hevige stormen. Vóór het stoomgemaal moet natuurlijk de noodige ruimte wezen, om die massa water van 4000 kub. meter per minuut aan te zuigen. Moest dit water een kanaal passeeren als bv, alweer onze Drachtster vaart, dan zou het een snelheid moeten hebben van bijna 200 meter per minuut. Door dezen sterken stroom zouden de wallen bezwijken tenzij ze buitengewoon soliede werden gemaakt; de bodem zou wel haast van graniet mogen wezen; de scheepvaart zou er onmogelijk zijn. Het stroomkanaal dat vanaf de Groote Brekken naar het stoomgemaal is gegraven, een afstand van ongeveer 1800 meter, is 90 meter breed en heeft een diepte van 3 meter.
Is het gemaal in volle werking dan zal het water in dit kanaal een snelheid hebben van 18 meter per minuut; volgens gemaakte berekening zal het verval op dit kanaal van begin tot eind slechts 11 mM. bedragen. De vrees, die door sommigen, gekoesterd wordt, dat de scheepvaart in het zuiden van Friesland toch last van de zuiging zal ondervinden, bestaat volgens deskundigen niet; van Sneek tot het gemaal zal het verval slechts 15 mM. bedragen. Dit is het gunstige gevolg van de vele meren, met name het Tjeuke-, Sloter-, Heeger- en Sneekermeer, de Langweerder Wielen en de kleinere plassen, die bij de afstrooming als natuurlijke reservoirs dienst doen.
Nog een ander stroomkanaal is gegraven tusschen de Groote Brekken en het Koevordermeer, ter lengte van ongeveer 3 kilometer, met een bodembreedte van 44 meter. Dit kanaal zal, als de geul door het Koevordermeer wordt, uitgediept, een, kortere verbinding tusschen Sneek en Lemmer vormen. Ten behoeve der scheepvaart is de bij Spannenburg gebouwde brug beweegbaar gemaakt.
Op grond van berekeningen omtrent de hoeveelheid overtollig water zal het stoomgemaal slechts 40 à 50 etmalen per jaar in werking behoeven te worden gesteld.
Wat de kosten betreft, nog het volgende. Het bouwen van het stoomgemaal is in 1916 uitbesteed voor ruim f 750.000, de levering der machines voor ruim f 350000. De provincie heeft tevens het risico van de stijging der prijzen voor een zeer groot deel op zich genomen, zoodat het totaal der kosten zeer zeker de anderhalf millioen zal naderen, zoo niet overschrijden. Het Rijk neemt van de stichtingskosten 40 pct. voor zijn rekening. De exploitatie is geheel voor rekening der provincie.
Een groot kapitaal is dus in deze onderneming gestoken, en belangrijke bedragen zullen jaarlijks voor de exploitatie noodig zijn. Maar als het stoomgemaal zal blijken aan zijn doel te beantwoorden, en in staat zal zijn den geherlen waterboezem onzer provincie zoo te beheerschen, dat noodlottige overstromingen uitblijven en grootte uitgestrektheden land meer produktief gemaakt kunnen werden, dan komen die uitgaven zeker dubbel en dwars terug.
Ons, provinciaal bestuur zal dan een grootsch werk tot stand gebracht hebben, dat den ontwerpers en uitvoerders tot eer zal strekken.
| ___________________________________________________________ |
Naar Gemaal “De Waterwolf”