| ___________________________________________________________ |
Noordpolder den 23 Maart 1840
de Heer N. J. de Cock
te Rotterdam
Mijn Heer en Vriend !
Uwe geerde Missive van UEd 19 dezer is mij wel geworden, en heb de daarbij gaande afrekening tusschen ons en zoo ver wel bevonden als UEd daartoe in de gelegenheid waard, nl:
dat UEd niet bekend konde zijn met mijn uitgaven; zoo kost bv: de Stier f 68 – welke UEd noteerd op f 50,25, en behalve dit had ik passeerde zomer nog voor het Eijerland betaald f 141 60, dat vergeten was op tijd te betalen, vervolgens heeft UEd zeker niet gedagt om de Jaarlijksche contributie f 5.25 van het genootschap te [], hetwelk ik nu drie jaren voor UEd voldaan heb. –
Onze rekening staat dus
Ik ben UEd Debet aan Klaverzaad & Lucerne f 790,73
Mij komt van 1838 Een Sier, inkoop en
bezorgingen te Harlingen voor
rekening van Eijerland f 68,-
1839 Een vergeten rekening
voor Louw Eijerland f 141,60
drie jaren contributie f 15,75
Maandwerk d 1 stuk 1 van het genootschap f 1,10
1840 2 prijs verhandeling van ht genootschap f 1,40
op mij afgeven Wissel op Kuiper v Dam & Smee f 665,48
op mij afgeven Wisselop MD Teenstra f 75
f 841,33
Komt mij per Soldo f 50,60
Ik zal echter de beide Wissels ten bedrage van f 740,48 voldoen, of UEd moet te verkiezen, dat ik aan Teenstra zoo veel minder betaal als mij per saldo komt.
Met deelneming heb ik het verlies van uwen waarden vader vernomen, de Hemel beware U en de uwen noch lange Jaren, voor dergelijke verliezen.
Met regt schrijft UEd, nu en lang niets van mij vernomen te hebben, ook ik mag zulks aan merken, te meer vermeen ik hier voor redenen tehebben daar gij uwe belofte onvervult laat, nl:
om mij alle jaren een Staat van het Eijerland te zenden, doch UEd denkt mogelijk, dat aangezien op Eijerland alles op zijn Zeeuwsch wordt gedaan, nu ook de belangstelling van een Groninger Boer ophoudt. – Het zij zoo; echter de grond van het Eijerland voldoet voortdurend wel, gelijk ik bij mijne eerste bezigtiging voorspelt heb. –
De gewassen staan hier over het geheel genomen zeer wel, en hebben van de laatste vorst weinig of niet geleden, zoo dat bij geen ongunstig voorjaar, men een goede oogst mag verwagten. –
Het vee wordt hier hoog verkogt, doch de werkpaarden zijn laag in prijs.
Na mij en uwe vriendschap te hebben aan bevolen zoo noem ik mij met ware hoogachting
Uw vriend
GReinders
| ___________________________________________________________ |