| ___________________________________________________________ |
Noordpolder den 23 Januari 1836
den Heer N. J. de Cock
te Rotterdam
Mijn Heer en Vriend !
Zoodra als de gereedschappen klaar, en als het weder zulks permiteerd zal ik 30 Paarden meer of minder na gelang van de Scheepsruimte zulks zal mede brengen, met de gereedschappen afzenden, doch zal UEd altoos daarna 8 dagen te voren van berigten.
Moet ik de benodigde Contanten maar weder op wissel nemen? –
Ik heb last gegeven om plm: 100 Mud haver voor de Paarden en 100 Mud haver om te zaaien voor uw in te kopen.
De Zomergerst heb ik gedeeltelijk voorleden herfst al ingekocht en ligt bij ons in dorp op zolder. – Het is hier moeilijk om zuiver Zomergarst & Haver om te zaaien te krijgen; dan ik zal mijn best doen; en om alle onzekerheid voor te komen zal ik het zaaizaad onder mijn opzicht nog laten na schonen, de hiertoe vereischt wordende kosten en verlies in quantiteit; wordt [] betaalt. –
Teenstra heeft mij gezegd, dat de directie plan had, om alleen Haver te zaaien, om het volgende voorjaar goed vlasland te hebben, dit keur ik geheel af, omdat welligd aanstaande voorjaar, bij mislukken van het Winterkoolzaad, hetzij door droogte & vorst enz er land genoeg zal zijn, om vlas te zaaien. – En ook wel goed land.
Daar Winterkool beter voort komt op Zomergerstland dan als op haverland, en de Zomergerst meerder beschot op nieuw land geeft als Haver, en even gezond als voeder voor de Paarden is, zoo rade ik om weinig haver en meerder Zomergerst te bouwen.
Dat het koolzaad beter groeit op Zomergerstland ligt hierin, dat deze vrucht eerder rijpt en de opslag schielijker dan de haver dood vriest.
Ook heeft Teenstra mij gezegd, dat alle Zandvlakten met Zomerkoolzaad zouden beteelt worden nl: die tusschen de beide hoofdwegen leggen, nu bij eene buitengewone droge ligging zal dit mogelijk gelukken, dog anders is het moeite en kosten voor geeft, en welligd vermindering van grond. – Beter resultaat vermogt ik van de wegen om die te zaaien, om deszelfs droger ligging. –
Ook moet ik UEd zeggen, van niet al te veel rekenen, dat het Winterkoolzaad, onder het Zomerkoolzaad goed zal gelukken; aangezien dit een proef of proberens is, om het Winterkoolzaad vroegtijdig genoeg aan het gewas te krijgen; want lukt dit niet, en het Zomerkoolzaad wordt laat gewonnen dan kan op dit land geen Winterkoolzaad meer gezaaid worden.- In het laatste geval zoude er vlasland genoeg zijn, en te min Winterkoolzaad geoogts worden.- Echter rade ik altoos het zaaien van Winterkoolzaad onder het Zomerkoolzaad sterk aan. – Doch aan den ander kant zoude ik aanraden, om behalve het Zomerkoolzaad en Zomergerst & Haver land, altoos vroeg in den herfst van 1836, de geheele strook land bijlangs den Polderdijk met Winterkoolzaad te bezaaien.
Eindelijk kan ik niet voorbij om de directie nogmaals, attent te maken van vooral te zorgen voor genoegzame Schuurruimte en een lage & spoedige afwas erin.-
Teenstra, en zoo Edele zegt, heeft ook directie (Plooster) Noordhof als zetboer aangenomen; tegen de persoon heb ik niets, en is mogelijk geschikt hiervoor; dan ik heb Stoepker en Houwinga aangenomen, Hoe moet dit?-
Ik laat dit aan de Directie en Teenstra over.
Hier is een zeer goede smitsknegt, die ik als baas veilig durf aanbevelen; ook wil hij met een jaar als knecht, als hij daarna als tweede smid op het Eijerland kan geplaatst worden.
Na mij in uwer vriendschap hebben aanbevolen teken ik nog met ware hoogachting
UEdDvDr & Vriend
GReinders
NB: nog iets, dat mijn goedkeuring niet weg draage, nl: Het aankopen van Jongvee in het voorjaar van 1836, om hetzelve in den herfst van 1836 weder te verkopen, aangezien de kosten van aankoop & transport naar en van het Eijerland genoegzaam zoo veel zal bedragen als de meerdere waarde van het aangekogte vee in de herfst zal zijn; en er dus geen weide geld zal overschieten.
Dit is mijn gevoelen opzichtelijk het houden van vee nl: Dat het voordeel alleen bestaat, in de mest, bij een bouwboer.
Nu vriend ik schrijf zoo maar wat voort.-
| ___________________________________________________________ |
Naar Brieven 1836/1837