Reinders 17-05-1836: reis naar Borkum om te zien hoe het koolzaad het daar doet op zandige grond; daar wordt het land sterk bemest

___________________________________________________________

Noordpolder d: 17 Mei 1836

den Heer N.J. de Cock
te Rotterdam 

Vriend! 

  De paarden gaan Donderdag of vrijdag aanstaande van hier om dezelve te betalen, ben ik genoodzaakt (omdat ik reeds plm f 3000- in voorschot ben) bij Rengers f 3 a te duizend op wissel te trekken.- 

  Ik heb een reisje naar het Eiland Borkum gedaan, ten einde de grond aldaar met die van Eijerland te vergelijken, aangezien ik gehoord hadde, dat men aldaar sedert eenige jaren, met een goed gevolg winterkoolzaad had verbouwdt. 

  Aangaande de grond van Borkum is die over het algemeen op verre na zoo goed niet als die van het Eijerland, dog in natura en soort hebben zij veel overeenkomst, zijnde die van Borkum meer zandachtig, en heeft veel overeenkomst met de grond van het Eijerland op die plaatzen waar maar 5.  6. 7 a 8 Ned: duimen Klei of teelaarde gevonden wordt. 

  Het Koolzaad dat ik daar zag, was zoo goed van bloei, zwaar en lang van stam, als ik het nooit gezien heb. – En hetzelve stond genoegzaam en klaar zand. 

  De Boeren bemesten aldaar het land sterk en zaaien het koolzaad heel vroeg; beide kwam mij zeer doelmatig voor. 

  Nu vriend ! op het Eijerland dit jaar veel en vroeg Kool zaaien: – te meer nog; omdat de prijzen in 1837 stellig goed zijn. – Zijt hartelijk gegroet van uw vriend
Reinders 

___________________________________________________________

Naar Brieven 1836/1837