Reinders 17-04-1836: 9 arbeiders en 29 kinderen zijn onderweg; Rinse Sinia volgt; koolgewas in de Noordpolder staat slecht 

___________________________________________________________

Noordpolder den 17 April 1836 

den Heer N.J. de Cock
te Rotterdam 

Vriend ! 

  Mij zijn wel geworden UEd letteren van den 14 dezer. Gisteren heb ik verzonden naar het Eijerland 289 zak aard: 127 mud paardebonen, 9 arbeiders met vrouwen en 29 kinder, de zetboer Noordhof met 4 knegts, en op avontuur een bakker met een vrij gezel. – de nadere arbeiders zullen schielijk volgen. – 

  Rinse Sinia, gaat als zetboer naar het Eijerland zoo schielijk mogelijk over. – Mij koomt voor dat wij en hem een zeer goede keuze gedaan hebben. 

  Noordhof heb ik f 195.45. in voorschot gegeven, en aan Teenstra verzogt dit ZEd voortaan te willen korten, zoo ook f 30, aan drie arbeider, verzonden eenige mudden erwten, gord en meel, ten bedrage van f 71,74, te korten aan hun loon. – 

  Ik heb hier nog een persoon die ook zeer geschikt als zetboer is, en welke heeft verzogd dat hij voortaan in aanmerking mogte komen hetwelk ik hem beloofd heb. – 

  Het koolgewas staat hier zeer slecht dog de andere wintervruchten staan tamelijk goed. –

  Na groete noeme mij met ware hoogachting UEd DWDr & vriend 

GReinders

___________________________________________________________

Naar Brieven 1836/1837