Reinders 14-03-1836: middenkanaal; roskammen e.d.; bouw schuren; uitbetalen nieuw schip Dubois 

___________________________________________________________

Noordpolder den 14 Maart 1836 

den Heer N J de Cock
a Rotterdam 

Vriend 

  Uw geeerde van den 8st is mij den 11 dezer wel geworden. – Gij had geen ongelijk dat UEd de Paarden niet alle bevielen. – met mij was zulks ok zoo; en heb mijn ongenoegen daaromtrent aan de opkopers te kennen gegeven. – dan ik heb het genoegen nu te kunnen melden dat de laatste bezending beter uitviel en mijn goedkeuring heeft weg gedragen. In negotie gaat alles niet gelijk. 

  Het doet mij plaizier te vernemen dat er geen vertimmeringen aan de oude Schuuren van belang gedaan zullen worden, en dat de te zetten nieuwen Schuur [] zal worden.

  Bij aldien de directie resolveert om een Midden-Kanaal te laten graven, raad ik dit ten spoedigste en uitvoer te brengen, aangezien de op handen zijnde menigvuldige transport kosten, meer zullen bedragen dan het daar stellen van genoemd kanaal & sluis. 

  Hoe kwamen UEd de Zetboeren voor en wat zeiden zij van de grond op het Eijerland?, dagten die van onze Provincie over een en ander ook verschillend met die van andere streken? 

  Ik heb Teenstra geschreven of hij de arbeiders konde bergen, ook heb ik aan hem een lading stroo, de rolblokken en hooirijven afgezonden. 

  Op order van Dubois die van Plooster in last had, om hem mede te geven 12 Roskammen, 12 Borstels en 12 Paarde Kammen heb ik voldaan. 

  Ook geeft Dubois met mij gesproken dat ik zijn nieuwe schip zoude uitbetalen, dan ik wagt hieromtrent uw order. – 

  Hiernevens een nota der prijzen van de gereedschappen door mij verzonden, welke UEd bij voorvallende omstandigheden van dienst kan zijn. 

  Mijn reken courant zal ik inzenden zoo dra ik met de Schippers zal hebben afgerekend. 

  Ingeval UEd eenig tijd mogte over hebben als gij met eigen ogen onze bouworder der Schuuren opnemen, mij dunk dat was niet kwaad, en geloof dat gij hartelijk welkom zult zijn bij uwen vriend. 

  Heeft J. Gockinga UEd al geschreven om een mondgesprek met U te houden?

  In afwagting van uwe welstand, en goeden reis naar het Eijerland & naar mij, noem ik mij met de meeste hoogachting
UEd DWe & Vriend  
GReinders    

___________________________________________________________

Naar Brieven 1836/1837