| ___________________________________________________________ |
Noordpolder den 12 febr 1826
den Heer N. J. de Cock
te Rotterdam
Mijn Heer en Vriend !
In antwoord op de uwe en dd 4 dezer dient, dat, de Paarden & Zetboeren met hun knegten bij goed weder en zonder nader schrijven den 22 dezer van hier vertrokken.- De zaden & gereedschappen worden voor en na reeds geladen, dog komen met de Paarden over.
De Knegts zijn alle gewonnen en wel na de gestelde prijzen zoo veel doenlijk was.- De arbeiders zijn ook alle aangenomen voor des Zomer f 3 en des Winters voor f 2.10 per week; kost, vrije woning en 2 schapen, vier bomen – zonder vrije brand.-
De meeste arbeiders willen voor Mei vertrekken, – nu als het weder in April goed, hunne huisvesting klaar zijn en er werk voor is, kan hierover nader gehandeld worden.-
Ik heb Teenstra geschreven dat de Paarden enz: den 22 dezer van hier vertrekken.
Behalve de bestelde zaaizaden, geef ik ook 10 Mud Wintergerst mede, om als Maarte-gerst te zaaien; wanneer gij aanstaande herfst van deze gerst voor den Winter kunt uitzaaien, en dus van elders geen zaad behoeft te vragen, ingeval het uitzaaien van Wintergerst noodzakelijk (bij mislukken van het Winterkool) of verkozen wordt.-
Uwe vriend
Reinders
NB: bij Rengers trek ik wissel den 16 of den 20 dezer.
| ___________________________________________________________ |