Reinders 06-11-1836: levering zaaizaad 

___________________________________________________________

Noordpolder den 6 Nov: 36

den Heer N. J. de Cock
te Rotterdam

Vriend !

Op UEd verzoek heb ik de eer ingesloten nota te zenden, uit welke blijkt dat mij komt f 979,91½. Als ik gebrek aan contanten krijg zal ik wissel op uw trekken bij Rengers. – als UEd dat goed vind.
Voortaan reken ik uw A af- en C dat dezen grote sommen achter.
Behalve eenige kleinigheden moet hier alles betaald zijn.
Hoe is het vriend, zijt gij ziek of wordt UEd door bezigheden verhindert mijn laatste te beantwoorden, heb daarop reeds lang gewacht, – en wanneer kont gij mij een bezoek geven?
Ik heb na Eijerland verzonden om te zaaien
19 Mud Wintergerst
4 Mud Ruige rode Tarwe
3 Mud Kale rode Tarwe
4 Mud Geldersche rode Tarwe en
10 Mud Engelsche (Gezwollenne) witte Tarwe ofschoon Teenstra mij had opgeschreven kwam ZE brief laat, (hij had dezelve met een schipper verzonden)
Ik hoor van G niets. – wie is de ander mede dinger ?

Het Koolzaad staat hier schoon en er is veel uitgezaaid – Het zomer Koolzaad is hier over het algemeen nat en geoogst. – Door de aanhoudende regens groeit het wintergraan langzaam, echter kwam het schielijk op.
Mijn Mangelwortels zijn welgeslaagd, mijn ossen eeten dezelve graag en zweten er al van.
Teenstra schrijft mij, dat het nieuwe Kanaal van Scheepvaart geen regte rigting zal hebben; dat de eerste indeelingen van Eijerland, door graven van gruppen zoude vernietigd worden en dat men van de verdere cultuur zoude afzien, door zich meer op de Schapeteelt toe te leggen.
Ik hoop dat het Eijerland regulier blijft ingedeelt, en dat men blijft voortvaren met de verdere cultuur.
Nu vriend vaarwel en zijt van mij gegroet die zich noemt UEd vriend
GReinders

___________________________________________________________

Naar Brieven 1836/1837