Reinders 01-02-1836: Houwinga en Stoepker vertrekken naar Eijerland; 3 schepen voorwaarden en stro aangenomen; Teenstra bij Reinders; 

___________________________________________________________

Noordpolder den 1 fbr 1836 

den Heer N J de Cock
te Rotterdam 

Mijn Heer & Vriend ! 

  Uw geëerde van den 25 der vorige maand is mij wel geworden, in antwoord dient dat de beide Zetboeren Houwinga en Stoepker met de knechts en zonder vee met de eerste bezending van Paarden naar het Eijerland vertrekken. –
Ik heb voor de Paarden 2 en voor de Zaden 1 Schip aangenomen, welke alle drie half deze maand zullen vertrekken. – Een Schip voor Stroo kan ik op dit ogenblik nog niet aannemen, aangezien de Wadden nog niet bebakend zijn; dog hoop eerlang hierin ook te slagen. – Trouwens met de Paarden wordt tegelijk eenig Stroo verzonden.- De juiste dag wanneer de Paarden schip gaan zal ik UEd nader melden, aangezien het weder mischvallig is. – 

  De benodigde gelden zal ik op UEd trekken als koomt mij dit de gemakkelijkste wijze voor; en ga  ten dien einde morgen naar Groningen, om hierover met den Kassier Rengers te spreken. – 

  De bestelde gereedschappen worden alle niet voor den 1 Maart klaar, dan ik zal zorgen, dat de Molborden & Karren met de eerste Paarden mede komen, en mogelijk 2 Wagens. 

  Ten gevolge Scheepsruimte moet ik 36, en een plaats van 30 Paarden eerst verzenden, wanneer de zelve na 4 vragten kunnen geladen worden. 

  Het door UEd bestelde Lucerne en mangelwortel zaad hoop ik bij tijds te ontvangen, ook zoude UED mij plaizier doen om mij 1000 N ponden rood klaverzaad te zenden. 

  Om mij eene tekening & Kosten van eenen Bonke Molen te bezorgen zoudt gij mij verpligten, als mede door het zenden van een Kaart van het Eijerland ingedeelt, met de wegen, hoofdsloden en de vakken genummerd, zoo als dit bij de directie is aangenomen. 

  Aan Stoepker heb ik Contanten a f 350 voorschoten, om 4 Stel bedde goed, Erwten, Bonen, Meel, Gord, Aardappels, Spek, Keukengereedschap, enz: zich aan te schaffen. – 

  Heden komt Teenstra bij mij aan huis, juist terwijl ik deze wilde sluiten, en laat mij behalve andere, ook eene letteren van den 28 der vorige maand lezen. – In welke ik zie dat UEd het vertrek der Zetboeren die uit uwe streken komen moeten een week later bepaalt. – kan deze bepaling ook invloed hebben dat de Paarden van hier later verzonden worden? 

  De Paarden staan hier op stal, en dienden op het Eijerland ook onder dak te kunnen komen. – 

  Ik heb de Schepen tot vervoer der Paarden aangenomen, om half Febr te laden, bij goed weder, nl: dan wanneer dit een week later bij goed weer wordt, zullen zij zeker daarvoor vergoeding vragen – nu  dit is geen doodzonde. 

  Teken wij na hartelijke groete
UEd DVn & Vriend
GReinders

___________________________________________________________

Naar Brieven 1836/1837