| ___________________________________________________________ |
Eijerland den 8ste Augustus 1836
Den Wel Edelen Heer
Den Heer N. J. de Cock
Directeur der Sociteit van
Eigendom van Eijerland
te Rotterdam
Wel Edel Heer !
Per schipper Dubois zende wij UWEd een halve last Eijerlandsche Winterkoolzaad, in het Magazijn van de Cocksdorp schoongemaakt, als mede de twee Lammeren bij eene vorige gelegentheid achtergebleven, over de verlengde retourvragt heeft de Heer Plooster geschreven.- Aangenaam zal het mij zijn de bevinding der qualiteit van het Koolzaad van UWEd te mogen vernemen,- Morgen kan het Dorschen gedaan zijn, en wij rekenen de opbrengst op ruim 10 lasten waarvan wij nog drie lasten Zaaizaad behoevende zijn.-
De werkzaamheden gaan alle naar mijn genoegen, echter heb ik in het eerst gezaaide Koolzaad Aardvloo bespeurd, doch de lucht staat weder naar regen zoodat ik hiervoor weinig bezorgd ben.-
Heden achtermiddag zullen wij 300 Schapen ontvangen.-
Hooij krijgen wij boven verwachting veel, ook weerd het hier zeer gunstig op, wij laten ook dadelijk eenige voeren naar Soersel bij van Bulk brengen ter einde vervolgens van transporten bevrijd te zijn, – de Eikels staan aldaar ongemeen best,- Spoedig zal ik UWEd nader verslag van Eijerland doen, en als dan ook meer juist de hoeveelheid Koolzaad kunnen opgeven.-
Mag ik UWEd verzoeken mij per schipper Dubois een Anker Roode wijn te zenden, ten behoeve de Directiewoning? – wij zijn er geheel door.-
Ik heb de Eer mij met de meeste Hoogachting te noemen
Wel Edele Heer !
UWEDvDienaar
De Directeur van Landbouw van Eijerland
M. D. Teenstra
| ___________________________________________________________ |
Naar Brieven 1836/1837