| ___________________________________________________________ |
23-11-1942 Keesings Historisch Archief No. 597
Inlevering van kerkklokken.
23 Nov. — Krachtens de verordening nr. 79/1942 (metaalverordening) van den Rijkscommissaris is een begin gemaakt met het in beslag nemen der klokken.
De kostbaarste oude klokken en klokkespelen zullen zooveel mogelijk worden gespaard.
Alle overige klokken vallen onder de verordening en moeten thans worden afgenomen. Daarbij wordt er voor gezorgd, dat in iedere burgerlijke gemeente waarin zich geen beschermde klok bevindt, een kleine luidklok voor alarmdoeleinden blijft hangen.
Den eigenaars, resp. gemeenten wordt er zeer dringend op gewezen, dat zij den arbeiders die een officieele opdracht hebben, bij het weghalen en vervoeren der klokken geenerlei moeilijkheden in den weg moeten leggen, aangezien hier sprake is van een onvermijdelijk noodzakelijken oorlogsmaatregel.
Met speciale wenschen van de eigenaars der klokken en van de kerkelijke of gemeentebesturen kan met het oog op deze noodzaak geen rekening worden gehouden.
In de NRC van is toegevoegd:
Over kwesties van kunstbescherming verstrekt de inspectie kunstbescherming, ’s-Gravenhage, Sweelinckplein 84, inlichtingen
___________________________________________________________
07-12-1942 Keesings Historisch Archief No. 599
Inlevering van kerkklokken – De maatregelen tot behoud. —
7 Dec. — Naar aanleiding van het bericht, dat met de inbeslagneming van klokken en klokkespelen een begin is gemaakt, is den inspecteur voor kunstbescherming dr. J. Kalf te s-Gravenhage in een persgesprek gevraagd, wat de inspectie heeft kunnen bereiken met betrekking tot de oudste en kostbaarste stukken.
De inspectie, zoo deelde dr. Kalf mede, begon haar werkzaamheden reeds in 1939.
Den burgemeesters werd een circulaire gezonden, waarin hun werd verzocht mede te deelen, welke klokken zich in hun gemeente bevonden en de middellijn daarvan op te geven. De inspectie stelde zich vervolgens in verbinding met dr Van der Elst te Utrecht, een deskundige op dit gebied, om het belangrijkste uit te zoeken.
De schifting was als volgt:
le. zooveel mogelijk sparen van alle oude carillons;
2e. idem van alle klokken tot en met 1500;
3e. idem van de klokken, gegoten door Francois en Pierre Hemony;
4e. het maken van een keuze uit de klokken van Geert van Wou (eind 15de begin 16de eeuw);
5e. van de klokken na 1500 tot 1801 wilde men zooveel mogelijk sparen en ten minste één representatief exemplaar van iederen gieter.
Het bleek, dat door te voldoen aan punt 1 meer dan de helft van het beschikbare percentage zou worden bereikt.
Derhalve beperkte men zich tot het reserveeren van de twee-en-vijftig in historisch opzicht waardevolste der vier-en-zeventig in aanmerking komende carillons.
Ook met betrekking tot punt twee en drie moest men de keuze beperken. Van honderdvijftig van de vierhonderd op de lijst voorkomende klokkengieters heeft men iets kunnen reserveeren.
Al deze klokken werden beschilderd met een hoofdletter M.
Den eigenaren heeft men een document ter hand gesteld waarop in vier talen is vermeld:
„De Nederlandsche regeering heeft een zeer beperkt aantal klokken, als historische gedenkstukken van de grootste beteekenis, van vordering vrijgesteld en richt tot de bevelhebbers der militaire macht van andere mogendheden het dringend verzoek deze met een M gemerkte klokken eveneens te sparen“.
Dit met het oog op een eventueele bezetting na oorlogshandelingen.
De Duitsche bezettingsoverheid heeft den wensch geëerbiedigd en deze kunstbescherming gehandhaafd.
(V. b. Eng. bommen 5294; Kerkklokken 5326 B.)
___________________________________________________________
Naar Klokkenroof