| ___________________________________________________________ |
06-12-1975 Nederlands Dagblad, zaterdag
FAO-directeur dr. Boerma ontving commandeurskruis DR. A. BOERMA
DEN HAAG — Dr. ir. A. H. Boerma, de aftredende directeur-generaal van de voedsel- en landbouworganisatie der Verenigde Naties FAO, is benoemd tot commandeur in de Orde van de Nederlandse Leeuw. Koningin Juliana heeft hem de bij deze zeer hoge onderscheiding behorende versiersel uitgereikt.
Dr. Boerma ontving in Den Haag de „zilveren broodmand” van de Nederlandse Vereniging van Meelfabrikanten, een eerbewijs voor Nederlanders die zich bijzonder verdienstelijk hebben gemaakt op het gebied van de voedselvoorziening.
Dr. Boerma ging in deze bijeenkomst na, wat er tot nu toe terecht is gekomen van de aanbevelingen van de in november vorig jaar gehouden Wereldvoedselconferentie. Er zijn volgens hem aanwijzingen dat de regeringen bezig zijn die aanbevelingen op te volgen met concrete actie. „Die actie gaat echter niet ver genoeg en weerspiegelt niet de urgentie die de ernst van de toestand vereist. Afgezien van de beloofde extra voedselhulp heeft van een reeks andere maatregelen, die de landen naar aanleiding van de conferentie hebben genomen, nog geen enkele een directe weerslag gehad op d voedselsituatie van dit ogenblik. Die maatregelen zijn: bevordering van de eigen landbouwproduktie door ontwikkelingslanden, grotere aandacht voor de landbouw bij door rijke landen gegeven hulp, voorbereidingen voor oprichting van een internationaal landbouwontwikkelingsfonds, voorstellen van de Verenigde Staten voor een „ijzeren” tarwe- en rijst voorraad van resp. 25 en 5 miljoen ton, aan te leggen door exporterende landen”.
De in Londen begonnen onderhandelingen over zulke graanreserves hebben echter nog geen enkel resultaat. Van een veiligstelling van de voedselvoorziening, zoals de conferentie had aanbevolen, is dan ook nog geen sprake. Het streefcijfer van 10 miljoen ton graan als voedselhulp is ook nog niet bereikt, al is men er met definitieve toezeggingen van ƒ 9 miljoen voor 1976 al wel dicht bij. Het internationale fonds komt op zijn best in 1976 tot stand en kan pas daarna gaan werken.
„De internationale handelingen” aldus dr. Boerma, „verlopen veel te traag. Men dient te beseffen dat een eventuele ineenstorting van de voedselvoorziening tot katastrofale gevolgen kan leiden, nog afgezien van het diepe menselijke leed dat ermee gepaard gaat.
„Deze mogelijkheid”, aldus Boerma, „hangt inderdaad boven het hoofd”. Tot de regeringen zei hij: „Gij zijt reeds laat. Als uw goede bedoelingen echt gemeend zijn handelt dan nu. Anders zoudt ge te laat kunnen zijn”.
Hulp multinationals
Dr. Boerma sprak de overtuiging uit dat ook het bedrijfsleven er belangrijk toe kan bijdragen het wereldvoedselprobleem dichter bij een oplossing te brengen. In vele landen is dit reeds het geval.
De samenwerking van de FAO met multinationale ondernemingen wordt volgens hem door de leden-landen over het algemeen zeer positief beoordeeld ondanks de kritiek die men tegenwoordig op die ondernemingen hoort.
Ir. G. H. W. Benes voorzitter van de Vereniging van Nederlandse Meelfabrikanten zei uit commentaren van de pers radio en televisie de indruk te hebben gekregen dat men in Nederland slechts bereid is tot ontwikkelingshulp, wanneer het bedrijfsleven verhinderd wordt hieraan een bijdrage te leveren.
| ___________________________________________________________ |
05-11-1975 De Telegraaf, woensdag
Journaal Stan Huygens
Wie volgt Boerma op?
De scheidende directeur-generaal van de wereld voedsel- en landbouworganisatie FAO, de Nederlander dr. ir. Addeke Boerma, krijgt dit jaar de zilveren broodmand van de Nederlandse Vereniging van Meelfabrikanten.
De heer Boerma heeft zich zijn leven lang beziggehouden met de voedselvoorziening. Hij is sinds 1948 in dienst van de FAO en werd in 1967 tot directeur-generaal gekozen.
Voor zijn inspanningen ter verbetering van de landbouw en de voedselhulp vooral in de ontwikkelingslanden, krijgt hij op 4 december in Den Haag uit de handen van ir. O. H. W. Benes, voorzitter van de meelfabrikanten, de zilveren broodmand uitgereikt.
Op 10 november neemt onze landgenoot afscheid van de FAO en ik hoor uit Rome, dat achter de schermen van deze gespeciallseerde organisatie van de Verenigde Naties de strijd om de vrijgekomen plaats al in volle gang is.
Volgens de reglementen van de UNO wordt de directeur-generaal op een speciale vergadering gekozen door een aantal landen. De belangrijkste kandidaten komen uit Libanon, Canada en Colombia. Hoewel de verkiezing op democratische wijze tot stand moet komen, weet iedereen bij de FAO nu al te vertellen, dat de Colombiaan dr. Aquino vrijwel zeker de slag zal winnen*.
Afspraak
Hij zou een afspraak hebben gemaakt met de Canadese kandidaat, om na de eerste ronde, wanneer geen van de drie kandidaten de vereiste meerderheid zal behalen, ook de op Canada, uitgebrachte stemmen op zich te verenigen.
In ruil hiervoor krijgt de Canadees uiteraard een aardige job aangeboden. Dr. Aquilo is nu directeur van een der projecten van de FAO in San Diego. De Libanese kandidaat ir. Smout wordt als kansloos gekwalificeerd.
Verantwoording
De positie van directeur-generaal van de Wereldvoedselorganisatie is vrij onafhankelijk. Jaarlijks legt hij verantwoording af aan een vergadering, waaraan enige UNO-landen deelnemen. Zijn programma wordt dan bediscussieerd en in het algemeen met enkele kleine wijzigingen goedgekeurd.
Zo is het mogelijk dat de directeur-generaal een zeer persoonlijk stempel kan drukken op de activiteiten van de FAO.
Dr. ir. Addeke Boerma deed dat zo goed, dat hij na de eerste vier jaar op uitdrukkelijk verzoek van alle landen nog een extra ambstermijn is aangebleven.
* De voorspelling kwam niet uit. Hij werd opgevolgd door Edouard Victor Saouma, * 06-11-1926 Beiroet, † 01-12-2012 Beiroet
| ___________________________________________________________ |
dr ir Addeke Hendrik Boerma, boerenzoon, ambtenaar, directeur-generaal FAO, * 1912 Annerveenschekanaal, † 1992 Wenen. Na de HBS in Winschoten ging hij in 1929 naar Landbouwhoogeschool te Wageningen, stueerde in 1934 af in de tuinbouw en landbouweconomie.
In 1934 adjunct-secretaris van de Overijsselsche Landbouw Maatschappij en de rechterhand van ir S.L. Louwes, die als secretaris in toenemende mate in beslag werd genomen door de uitvoering van het landbouwcrisisbeleid.
ir S.L. Louwes haalde hem in 1938 haalde naar Den Haag om in dienst van het Rijksbureau voor Voedselvoorziening in Oorlogstijd mee te werken aan de voorbereiding van de voedselvoorziening in het geval van oorlog. Hij werd belast met de leiding van de afdeling Veevoederdistributie en de afdeling Provinciale Voedselcommissarissen.
Tijdens de Duitse bezetting vervulde Boerma verscheidene functies op het gebied van de voedselvoorziening.
Na de oorlog werd hij benoemd tot regeringscommissaris voor Buitenlandse Agrarische Aangelegenheden.
In 1947 werd Boerma directeur van het Europees bureau van de FAO in Rome, als opvolger van ir S.L. Louwes.
In 1958 werd hij hoofd van de Programma- en Begrotingsdienst van de organisatie en
in 1960 assistent-directeur-generaal.
Van het Wereldvoedselprogramma van de Verenigde Naties, waarmee in 1962 een begin werd gemaakt, werd Boerma de eerste uitvoerend directeur.
In 1967 kwam de post van directeur-generaal van de FAO vrij en het kabinet-De Jong schoof Boerma naar voren als kandidaat.
In zijn eerste jaren als directeur-generaal was Boerma nog vol goede moed dat het hem zou lukken de honger in de wereld uit te bannen. In 1975, zijn laatste jaar, was hij al minder optimistisch.
In een rede tot de Wereldvoedselraad verklaarde Boerma dat deze doelstelling niet reëel was.
| ___________________________________________________________ |
Naar Uitreikingen Zilveren Broodmand