| ___________________________________________________________ |
1961 De Nederlandse Industrie
„Zilveren Broodmand” uitgereikt aan dr. H. M. Hirschfeld
De uitreiking van de „Zilveren Broodmand” heeft zich in enkele jaren tijd ontwikkeld tot een goede traditie in het bestaan van de Nederlandse Vereniging van Meelfabrikanten.
In 1956 rees in de kring van de N.V.M. het denkbeeld om ieder jaar een symbolisch geschenk uit te reiken aan een Nederlander, die zich op het gebied van de voedselvoorziening bijzonder verdienstelijk heeft gemaakt. Deze verdiensten kunnen liggen op bestuurlijk, wetenschappelijk, economisch, organisatorisch of technisch terrein.
In 1957 werd de eerste Zilveren Broodmand toegekend aan dr. S. L. Mansholt, toenmalig minister van Landbouw en Visserij. Daarna werden onderscheiden prof. B. C. P. Jansen, ir. W. H. van Leeuwen en de heer H. D. Louwes.
Op 6 april jl. was dr. H. M. Hirschfeld de gelukkige, die geëerd werd voor hetgeen hij onder zeer moeilijke omstandigheden heeft gedaan voor de Nederlandse voedselvoorziening tijdens de tweede wereldoorlog. Een van de goede eigenschappen van deze samenkomst met de Nederlandse Vereniging van Meelfabrikanten is, dat de redevoeringen kort en duidelijk zijn een wijsheid, die in deze praatzieke tijd wel eens in het gedrang pleegt te komen waarna er in de omliggende zalen voldoende gelegenheid is om ieder te spreken, die ook iets verstandigs heeft te zeggen.
* * *
De heer H. J. de Koster, de voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Meelfabrikanten, had in zijn toespraak tot de heer Hirschfeld ruime aandacht geschonken aan hetgeen deze voor de voedselvoorziening in oorlogstijd heeft gedaan, een hulde, waarin hij ook wijlen ir. S. L. Louwes betrok. Daarnaast sprak de heer De Koster over de gang van zaken met het Europese landbouwbeleid, dat hij een brandend probleem noemde. „Binnen de E.E.G. dreigt het gevaar van een overheersend protectionisme, een drang naar autarkie, welke wel zal moeten eindigen in een overschotten-situatie voor verschillende produkten”, aldus de voorzitter. „Een hoog geïndustrialiseerde maatschappij kan op den duur niet naast zich hebben een verouderde landbouwstructuur en een achterblijvend inkomen van de agrarische bevolking.
Thans is sprake van een mogelijk heffingensysteem binnen de Gemeenschap; een systeem dat in overgangsperiode bij zal kunnen dragen tot een vergroting van intracommunautaire verkeer maar wij kunnen en mogen hierij niet zien een gemeenschappelijk landbouwbeleid, of zelfs ook maar een surrogaat-beleid. En voor de overgangsperiode zijn voor Nederland onaanvaardbaar buitenheffingen, welke niet het gevolg zijn van heffingen binnen de gemeenschap. Als Nederland geen heffing op tarwe afkomstig uit één van de partnerlanden instelt zullen wij er beslist niet toe kunnen overgaan ons Nederlandse prijsniveau op te trekken door volkomen onnodige buitenheffingen. Vanzelfsprekend zijn deze buitenheffingen – mits niet de relatie met de wereldmarkt verloren gaat – wel aanvaardbaar in het kader van een gemeenschappelijk landbouwbeleid met een gezonde prijsaanpassing.
Is de oplossing voor een gemeenschappelijk beleid nabij?
Ik vrees van niet. Ik geloof dat wij reëel moeten zijn en erkennen dat er vandaag en morgen nog geen overeenstemming is en dat wij tot handhaving van onze positie vooralsnog naar pragmatische oplossingen moeten zoeken.”
| ___________________________________________________________ |
dr Hans Max Hirschfeld, * 29-05-1899 Bremen, † 04-11-1961 ‘s-Gravenhage:
- directeur-generaal Handel en Nijverheid, ministerie van Economische Zaken en Arbeid, van 1 januari 1932 tot 1940
- waarnemend secretaris-generaal ministerie van Handel, Nijverheid en Scheepvaart, van 8 mei 1940 tot 1 januari 1947 (eervol ongevraagd ontslag 10 mei 1946, ongedaan gemaakt bij K.B. van 8 november 1946)
- waarnemend secretaris-generaal ministerie van Landbouw, van 24 mei 1940 tot 1 januari 1947
- regeringscommissaris Economisch en Militair Hulpprogramma, van 1 januari 1947 tot 15 oktober 1952
- Hoge Commissaris te Djakarta, van 14 december 1949 tot juli 1950 (ambtstitel: buitengewoon en gevolmachtigd minister)
dr H. M. Hirschfeld werd na de oorlog als secretaris-generaal op non-actief gesteld. Hij tekenden bezwaar aan bij de Raad van State, die “concludeerde dat hij niet in strijd met de vaderlandse belangen had gehandeld en dat hem in feite niets te verwijten viel. Hij werd opnieuw aangesteld en nam zelf ontslag.”
Het aanblijven van de secretarissen-generaal – in het bijzonder dr H.M. Hirschfeld – bleef de gemoederen bezighouden:
- G.M.T. Trienekens, “Hirschfeld, Hans Max (1899-1961)”, in: Biogra!sch Woordenboek van Nederland, deel I, 242
- A. van der Zwan, “H.M. Hirschfeld – in de ban van de macht” (2004)
- M. Fennema en J. Rhijnsburger, “Dr. Hans Max Hirschfeld. Man van het grote geld” (2007)
- Stephan Steinmetz heeft in zijn boek “Tien van Den Haag” (2025) het functioneren van de secretarissen-generaal tijdens de bezettingsjaren 1940-1945 kritisch beschouwd, zij het niet zonder begrip en mededogen.
| ___________________________________________________________ |
Naar Uitreikingen “Zilveren Broodmand”