05-03-1959: Uitreiking Zilveren Broodmand aan ir W. H. van Leeuwen

___________________________________________________________

1959 De Nederlandse Industrie 

Ir. W. H. van Leeuwen ontving de „Zilveren Broodmand” 

Op 5 maart heeft ir. W. H. van Leeuwen uit handen van de heer H. J. de Koster, voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Meelfabrikanten, de „Zilveren Broodmand 1958” ontvangen.
De heer De Koster herinnerde er in zijn toespraak aan, dat de Vereniging in 1956 besloot periodiek een symbolisch geschenk uitte reiken aan een Nederlander, die zich op het gebied van de voedselvoorziening bijzonder verdienstelijk heeft gemaakt. Deze verdiensten kunnen liggen op bestuurlijk, wetenschappelijk, economisch, organisatorisch of technisch terrein.
De eerste Zilveren Broodmand werd in 1957 toegekend aan dr. S. L. Mansholt in verband met zijn bestuurlijke kwaliteiten en de tweede werd uitgereikt aan prof. dr. B. C. P. Jansen in verband met zijn wetenschappelijke verdiensten op het terrein van de voedselvoorziening.
De heer Van Leeuwen, oud-president-directeur, thans gedelegeerd commissaris van de Koninklijke Nederlandsche Gist- en Spiritusfabriek N.V., werd de eer waardig gekeurd op grond van hetgeen hij op economisch en organisatorisch terrein heeft verricht.
In zijn toespraak gaf de heer De Koster naast een overzicht van de vele verdiensten van de heer Van Leeuwen op uiteenlopende gebieden tevens een uiteenzetting van de moeilijkheden, die zich momenteel in deze tak van het bedrijfsleven voordoen.
Gedurende 25 jaar”, aldus de heer De Koster, „hebben de meelfabrikanten vrijwillig een onderlinge produktieverhouding in acht genomen.
Dit contract, dat 31 december 1958 afliep, is niet gecontinueerd. Het heeft gedurende 25 jaar, onder toezicht van de overheid, een nuttige werking gehad, onder meer omdat het, met handhaving van een reële concurrentie, een te ver gaande kapitaalvernietiging voorkwam. De huidige extreme concurrentiestrijd, die gevoerd wordt met alle middelen, waarover weinig arbeidsintensieve bedrijven als meelfabrieken, de beschikking hebben, heeft tot gevolg, dat de prijzen tot beneden de kostprijs gedaald zijn.
Het bouwen van een meelfabriek vereist zeer grote investeringen, waardoor de afschrijvingen hoog zijn. De directe kosten (om het bedrijf te laten lopen) evenwel zijn gering. Een dergelijke situatie kan gemakkelijk leiden tot een drang om de afzet te vergroten of te behouden door alleen de directe kosten te calculeren. De maalindustrie verkeert thans ineen periode, waarin dit het geval is. In de dertiger jaren leidde een dergelijke toestand tot invoering van het zoëven genoemde contract.
Men kan zich afvragen of deze prijzenoorlog van lange of korte duur zal zijn. Ik kan de verzekering geven, dat dit voor een ieder een even grote vraag is, waarop het antwoord niet gegeven kan worden.
Men kan er aan twijfelen of dit alles nu wel nodig is geweest. Men mag er evenwel van uitgaan dat aan het einde van de thans ingeslagen weg een zeker niet minder efficiënte maalindustrie paraat zal zijn, bereid en in staat Nederland op de beste wijze van bloem te voorzien en tevens een eerlijke, zonder dumping gevoerde, Europese concurrentie het hoofd te bieden.”

Na de uitreiking van de Zilveren Broodmand kreeg ir. W. H. van Leeuwen het woord, die de warme hulde aan zijn adres uitgesproken niet persoonlijk wilde incasseren.
„De kapitein van een passagiersschip, dat een snelheidsrecord over de Atlantische Oceaan heeft gevestigd, zal bij zijn aankomst in New York gehuldigd worden en misschien een plaquette of medaille in ontvangst nemen. Maar hij weet maar al te goed, dat deze prestatie te danken is aan zijn staf, in de eerste plaats aan de mensen in ketelruim en machinekamer, maar ook aan de bouwers van het schip en de constructeurs van de machine-installatie en aan al diegenen, die na studie en research de ontwerpen voor het succesvolle schip en zijn installaties hebben gemaakt. Het is in deze geest, dat ik de uitgesproken waardering voor mijn werk in eigen bedrijf wil aanvaarden.”

Geordende produktie en distributie
De heer Van Leeuwen besteedde veel aandacht aan de moeilijkheden, waarmee de Vereniging van Meelfabrikanten momenteel geconfronteerd is.
„Het moge in het licht van de Euromarkt en het Verdrag van Rome (een paradijs voor juristen, maar een hel voor economen!), waarbij men de mond vol heeft van het nut der vrije concurrentie en de afkeer van kartels, populair schijnen om elkaar eens fris en vrolijk te beconcurreren, maar in wezen is daarmede in de huidige maatschappij niemand gediend! Naar mijn vaste overtuiging heeft zowel de producent als de consument belang bij een geordende produktie en distributie. Lagere prijzen voor de consument ontstaan uiteindelijk niet dooreen ongebreidelde concurrentie, doch door technische vooruitgang en verhoging van de produktiviteit in alle geledingen van zowel produktie als distributie. Een ongebreidelde concurrentie betekent, dat er geen geld beschikbaar blijft voor afschrijving, d.w.z. voor vernieuwing en modernisering en dat de technische vooruitgang dus tot stilstand komt, ten nadele van de uiteindelijke kostprijs.
Vooral in de voedselvoorzieningssector is een verlaging van de prijs door onderlinge concurrentie weinig doeltreffend, omdat in deze sector als regel geen elastische markt bestaat en prijsverlagingen niet tot vergrote omzet kunnen leiden. Wij menselijke wezens kunnen nu eenmaal niet èn méér brood, méér melk, méér kaas, méér eieren, méér fruit, méér groenten en méér vlees en méér vetten verorberen! Een verstandige en redelijke ordening is een belang voor zowel producent als consument. Men behoeft werkelijk niet te vrezen, dat de prijzen daardoor te hoog zullen oplopen. Zo lang er vrije vestigingsmogelijkheid bestaat, zal deze een rem vormen voor het misbruik maken van onderlinge afspraken in welke bedrijfstak dan ook!

Mijnheer de Voorzitter, mijn voorafgaande opmerkingen houden bepaald geen kritiek in op de handelwijze Uwer leden, die daartoe zeer goede redenen kunnen hebben. Doch ik wilde deze gelegenheid gaarne benutten om tegenover de vaak zo onjuiste conclusies, welke ten opzichte van kartels en vrije concurrentie getrokken worden, een ander geluid te laten horen.
Ik ben persoonlijk in de aanvang van mijn industriële loopbaan daadwerkelijk betrokken geweest bij het tot stand brengen van industriële samenwerking, aanvankelijk uit de nood geboren in de oorlogsjaren 1914/18. Nadien hebben vele in die periode tot stand gekomen regelingen geleid tot een succesvolle blijvende samenwerking, waardoor ongetwijfeld het potentieel onzer Nederlandse industrie, met name ook tegenover het buitenland, is versterkt. Deze vroegtijdige aanraking met industriële organisatievormen heeft er stellig toe geleid, dat ik op dit gebied blijvend geïnteresseerd ben gebleven.

Industriële taak
Maar er was nog een ander en sterker bewust motief om mij in het bijzonder ook op vak-organisatorisch gebied te blijven bewegen. Onze industriële taak is eender mooiste taken, die men kan vervullen. Men komt in aanraking met talrijke facetten van het leven, met de techniek en daaraan verbonden research, met de handel, met financiën, met organisatorische vraagstukken op allerlei gebied, zowel binnen als buiten onze grenzen, geleidelijk ook meer en meer met de algemene politiek en „last but not least” met de menselijke factor!
De taak van de industrieel is daarom veelzijdig maar ook moeilijk; zij is een verantwoordelijke en vraagt de inzet van onze gehele persoon.
Een onjuiste, een te late of niet genomen beslissing heeft verstrekkende gevolgen voor de onderneming en in het bijzonder voor allen, die daaraan verbonden zijn. Ik heb het daarom van jongs af aan nooit kunnen hebben, dat buitenstaanders vaak zo lichtvaardig en soms ook zo hovaardig over de industrie hun oordeel afgaven en, voor zover hun machtspositie dit medebracht, tot maatregelen medewerkten, die de belangen der industrie in hun kern kunnen aantasten.

Daartegen heb ik mij met enthousiasme te weer gesteld, daarbij trachtende in het bijzonder ook in overheidskringen, met een open oor voor de mening der andere partij, een beter begrip voor de wensen en belangen van het bedrijfsleven te doen ontstaan. De contacten overheid/bedrijfsleven heb ik in de loop der jaren een gunstige evolutie zien volbrengen. Wanneer ik denk aan mijn in de Nijverheidsraad, tussen de eerste en tweede wereldoorlog in, doorgebrachte jaren, lag de nadruk veelal op het protesteren, hetzij tegen het onvoldoende ingeschakeld worden bij te nemen wettelijke maatregelen, dan wel tegen over onze hoofden heen genomen maatregelen.
Langzamerhand, maar vooral na de tweede wereldoorlog, is het contact meer en meer omgebogen in de richting van overleg en advies, nu ons de gelegenheid is geboden in diverse lichamen mede te werken aan de opbouw van hetgeen men wettelijk meent te moeten regelen. In ons land is dit overleg uitgegroeid tot een meer en meer constructief samenspel, zowel met de overheidsinstanties als met de werknemersorganisaties. Deze mogelijkheden tot constructieve medewerking en nu verzoek ik de jongeren onder U toch vooral, zoal niet dankbaar dan toch aandachtig, te willen luisteren! leggen ons de plicht op daaraan mede te werken. Dat betekent, dat er, in het bijzonder in het vooruitzicht van de Euromarkt, steeds meerdere leiders uit onze bedrijven zich beschikbaar zullen moeten stellen om in de vertegenwoordigende lichamen zitting te nemen. In hoeverre dit een prettige taak zal zijn, hangt af van de geestesgesteldheid van degenen, die ze op zich nemen, maar het is een noodzakelijke taak, wil onze industrie haar stem en haar invloed kunnen doen gelden!
Men zal in elk bedriif moeten nagaan in hoeverre één of zelfs meerdere leidende figuren tijd vrij kunnen maken om het algemeen industrieel belang en daarmede ook het vaderlands belang te dienen.

Mijnheer de Voorzitter, mag ik de uitreiking van de Zilveren Broodmand aan een industrieel beschouwen als een opwekking en aansporing voor collega’s-industriëlen om hun tijd en aandacht aan het algemeen Nederlands industrieel belang te geven, hetgeen zoveel temeer noodzakelijk is nu onze Nederlandse industrie ineen Euromarkt, en straks misschien ineen Vrijhandelsgebied, zich meer dan ooit zal hebben in te spannen om ons tegenover machtige buitenlandse concurrentie staande te houden!”

___________________________________________________________

Naar Uitreikingen “Zilveren Broodmand”