| ___________________________________________________________ |
25-03-1960 Het Vaderland, vrijdag
Zilveren broodmand 1959 voor een veelzijdige H. D. Louwes
Nederland moet vooral zijn landbouw niet verwaarlozen
Nog nimmer was de belangstelling bij de plechtige overhandiging van de zilveren broodmand zo groot als gistermiddag in de terraszaal van hotel Wittebrug, waar deze onderscheiding van de Ned. Vereniging van Meelfabrikanten voor Nederlanders, die zich bijzonder verdienstelijk hebben gemaakt voor onze voedselvoorziening, voor de vierde keer werd uitgereikt. En wel aan de heer H. D. Louwes voor zijn verdiensten op het gebied van bestuur en organisatie, zowel op nationaal als op internationaal agrarisch gebied.
Temidden van zijn drie zoons met hun vrouwen en verdere familie, hoorde de heer Louwes naar de vele prijzende woorden van de heer H. J. de Koster, voorzitter van de Ned. Ver. van Meelfabrikanten, die na een opsomming van een deel van zijn vele functies herinnerde aan de veelzijdige belangstelling van de heer Louwes, ook op godsdienstig en cultureel gebied. Het is een raadsel hoe u al dat werk verzetten kon van voorzitter van Landbouwschap en Centraal Bureau, van Kamerlid en voorzitter van het K.N.L.C., zelfs in de trein werkte u nog en daarbij beheerde u al die jaren uw grote Groninger boerderij.
U bent, aldus de heer De Koster, een man van ideeën en visie, scherpzinnig in het debat, waarschijnlijk dank zij een zeer sterk geheugen.
Dan herinnerde spreker er aan hoe zijn vader en de broer van de heer Louwes samen met de heer K. Gaaikema Schuuringa in 1930 de tarwecrisiswet tot een succes maakten. Helaas steeg daarna wel de kwantiteit, maar niet de kwaliteit van de inlandse tarwe. Gelukkig streven landbouw en maalindustrie nu samen naar verbetering.
Thans betekenen de agrarische voorstellen van de E.E.G. een gevaar voor onze maalindustrie, onze broodvoorziening, en onze veredelingsbedrijven. Hij prees de heer Louwes voor de wijze, waarop hij steeds op de bres stond voor de belangen van de kleine houders van varkens en pluimvee, die nu door de Euro-plannen met ondergang worden bedreigd.
Dankend voor de onderscheiding zeide de heer Louwes zijn werk steeds als een groot voorrecht te hebben beschouwd en met veel plezier te hebben gedaan. Graag zou hij de zilveren mand hebben afgestaan aan z’n broer. De tarwewet werd in de crisisjaren inderdaad een redding voor velen.
Ook de landbouw heeft het liefst prijzen, die door een vrije markt worden bepaald. En uit principe, én uit economische overwegingen, èn op grond van opgedane ervaringen is de landbouw huiverig voor toeslagen uit de schatkist. Binnen de Ned. landbouw geeft de uitvoer tussen akkerbouw en veredelingsbedrijven aanleiding tot veel wrijving. Het blijft in wezen een onoplosbaar probleem.
Ten slotte waarschuwde de heer Louwes het Ned. volk voor zijn toekomst. Honderden miljoenen mensen lijden nu nog honger, en de snelle ontwikkeling in Azië en Afrika kan onze overschotten als sneeuw voor de zon doen verdwijnen en ons afsluiten van de gebieden, die ons nu nog van belangrijke grondstoffen als olie, ertsen, vezels en dergelijke voorzien. Dan zal het weer van groot belang zijn over een landbouwareaal te beschikken, dat ons overbevolkt land kan voeden.
De heer Louwes noemde de E.E.G. een groot avontuur, maar over honderd jaar zal men de wijze mannen prijzen, die dit avontuur aandurfden. Het zal niet gemakkelijk zijn de partnerlanden te overtuigen welke grote Nederlandse belangen hier gevaar lopen. Laten handel, industrie en landbouw in goed overleg gaan samenwerken; de Nederlandse boer is daartoe ten volle bereid.
Oudbakken Euro-brood
DRIEKWART van de werkende bevolking van Nederland neemt iedere dag naar het werk brood mee, dat ongeveer dertig uur tevoren is geproduceerd. Wanneer de agrarische voorstellen van de Europese commissie worden gerealiseerd, zo betoogde de voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Meelfabrikanten, de heer H. J. de Koster, gisteren, zal dat na 1965 niet meer mogelijk zijn.
De harde Amerikaanse tarwe zal van de Europese markt verdwenen zijn en brood van voornamelijk zachte tarwe wordt na enkele uren al kruimelig en oudbakken, zoals dat in Frankrijk nu reeds het geval is. Ook zal de nieuwe tarwe-melange in zes jaar tijds tien à twaalf gulden per honderd kilogram en het brood ongeveer zes cent duurder worden.

In hotel Wittebrug werd gisteren ,de zilveren broodmand” aan de heer H. D. Louwes (rechts) overhandigd door de heer H. J. de Koster als hulde van de Nederlandse Vereniging van Meelfabrikanten voor „een veelzijdig persoon, die zozeer heeft bijgedragen tot de grote en goede naam van de Ned. landbouw”.
| ___________________________________________________________ |
25-03-1960 Algemeen Dagblad, vrijdag
Voorzitter meelfabrikanten vreest: OVER VIJF JAAR IS HET AFGELOPEN MET ONS „BOTERHAMMEN MEE”
Eigen nieuwsdienst DEN HAAG —
Drie kwart van onze werkende bevolking neemt elke ,dag naar het werk brood mee, dat dertig uur tevoren is geproduceerd. Maar als de Europese landbouwvoorstellen werkelijkheid worden, zal dat over een jaar of vijf afgelopen zijn. Want dan zullen wij vrijwel geheel aangewezen zijn op zachte tarwe. Brood dat daarvan in hoofdzaak wordt vervaardigd, wordt al na enkele uren kruimelig en oudbakken, zoals dat in Frankrijk nu al het geval is. Bovendien zal de broodprijs dan ongeveer zes cent hoger komen te liggen.
KLOK TERUG
Dit zei gisteren de heer H. J. de Koster in een toespraak, toen hij als voorzitter van de Nederlandse vereniging van meelfabrikanten de „zilveren broodmand 1959” uitreikte aan de voorzitter van het Landbouwschap H. D. Louwes, omdat deze zich naar het oordeel van de vereniging, bijzonder verdienstelijk heeft gemaakt voor de voedselvoorziening. De heer Koster meende dat wij op deze wijze de klok meer dan twee eeuwen zouden terugzetten en terugkeren tot het continentale stelsel.
NOODZAAK
Over de gewraakte Europese landbouwvoorstellen zei de onderscheiden heer Louwes, dat de mannen die ze hebben opgesteld, misschien de eerste dertig jaar voor „stomme kerels” zullen worden uitgekreten, maar over honderd jaar als wijze staatslieden zullen worden beschouwd.
Het is noodzakelijk dat de E.E.G. er komt, al zijn er veel „hardheden” mee verbonden aldus de heer Louwes.
De Nederlandse landbouw is van mening dat ons land een exportnatie zal moeten blijven voor varkensvlees, zuivelprodukten en eieren. Bij het zoeken naar een oplossing zullen we echter tegenover E.E.G.-partners komen te staan, die een heel andere politiek dan de onze achter zich hebben staan.
Als „pressure-group” gebruikt de Nederlandse landbouw het middel van de overtuiging, niet de agitatie.
Het is evenwel niet gezegd dat dat in Duitsland, waar het regeringsapparaat nog min of meer traditioneel sterk in de agrarische belangensfeer denkt, niet anders zal zijn.
De Franse landbouw is een veel militanter groep dan de Nederlandse en ook in Italië steunt de landbouw op grote politieke invloed.
Wij in Nederland hebben nog wel eens de neiging tegenover anderen de schoolmeester te spelen, zo meende de heer Louwes, maar in de andere landen zal men dat niet nemen.
___________________________________________________________
25-03-1960 Friese Koerier, vrijdag
Eerbewijs aan veelzijdig persoon
Zilveren broodmand voor H.D. Louwes
DEN HAAG — De heer H. D. Louwes, voorzitter van het Landbouwschap, heeft gistermiddag tijdens een drukbezochte bijeenkomst in Den Haag de „zilveren broodmand 1959” van de Nederlandse Vereniging van Meelfabrikanten ontvangen. Sinds 1959* kent de vereniging deze onderscheiding jaarlijks toe aan een Nederlander, die zich naar haar oordeel bijzonder verdienstelijk heeft gemaakt op het gebied van de voedselvoorziening.
De voorzitter, de heer H. J. de Koster, die de broodmand aan de heer Louwes overhandigde, zei dit te doen om eer te bewijzen aan een veelzijdig persoon, die zeer heeft bijgedragen tot de niet alleen grote, maar ook goede naam, die de Nederlandse landbouw alom en volkomen terecht heeft verworven.
In zijn toespraak noemde de voorzitter van de Nederlandse vereniging van meelfabrikanten de heer Louwes de vertegenwoordiger bij uitstek van de Nederlandse landbouw, in wie grote verdiensten verenigd zijn, voornamelijk op het gebied van bestuur en organisatie. Na een opsomming van de functies, die de heer Louwes in de agrarische wereld bekleed heeft of nog bekleedt, merkte spreker op dat men de heer Louwes moet zien als iemand die voortdurend buiten de geijkte kringen en kringetjes weet te treden, zonder nochtans het contact met de mensen daarbinnen te verliezen. In internationaal milieu beweegt hij zich gemakkelijk, in zijn eigen omgeving spreekt hij het Gronings, draagt hij liefst een pet en is hij in alle opzichten een boer van het Groningerland. Hij voelt zich verknocht aan het land, maar is in eigen bedrijf voortdurend geconfronteerd met de tegenpool: de zee dien grenst aan zijn grond, zijn zee, de „Louweszee“.
* moet zijn 1956
| ___________________________________________________________ |
Naar Gebroeders Louwes