28-05-1974: uitreiking boek Berend Kunst, reizende portretschilder 

___________________________________________________________

28-05-1974 Nieuwsblad van het Noorden, dinsdag 

Jong kunsthistoricus voltooit laatste werk van predikant
De tentoonstelling die het afgelopen weekend voor het laatst te zien was op Verhildersum in Leens, heeft weer eens het licht geworpen op een type mens dat je weinig tegenkomt, iemand die niet zozeer in als wel mét het verleden leefde: ds. E. J. F. Smits, Nederlands Hervormd predikant ondermeer in Aduard, Loppersum en Adorp.
Ds. Smits — die in 1970 overleed — had namelijk een zo grote belangstelling voor de geschiedenis, dat hij door professionele historici als een van de hunnen wordt beschouwd. Dat verzekert mij tenminste de jonge kunsthistoricus drs. P. J. Huizinga uit Groningen, de man die het materiaal dat ds. Smits de laatste jaren van zijn leven verzamelde over de portretschilder Berend Wierts Kunst heeft geordend tot het boek „Berend Kunst, reizend portretschilder”.

Het boek is onlangs in het Schathuis van Verhildersum — waar een tentoonstelling over Berend Kunst zijn portretten werd gehouden — overhandigd aan de schoonzuster van ds. Smits, de vrouw van zijn overleden broer. Mevrouw H. M. Smits, een Zwitserse die nu weer in Zwitserland woont, heeft samen met de heer J. M. van Diepen uit Haren — een vriend van ds. Smits, die de uitgave van het boek financieel mogelijk maakte — en de heer J. Kamstra van het Groninger Museum destijds de heer Huizinga gestimuleerd het werk van de overleden predikant af te maken.

  Ds. Smits — zo vertelt mij drs. Huizinga — was al lang bezig met de figuur Berend Kunst. Al vanaf de tentoonstelling „Reünie van ons voorgeslacht”, die jaren geleden in het Groninger Museum is gehouden. Bij de voorbereiding van die expositie — die bestond uit portretten van 19e eeuwse Groninger burgers, boeren en buitenlui — stiet men op talloze portretten van de hand van Berend Kunst. Zo werd de tentoonstelling volgens de woorden van voormalig museum-directeur De Gruyter „in plaats van een algemene kunsttentoonstelling een Berend Kunsttentoonstelling”.
  De predikant heeft nog in leven zijnde familieleden van de schilder kunnen opsporen en vond langs deze weg een werkregister van Berend Kunst, waarin de namen van alle door hem geportretteerden stonden. Dit register is ook in het boek van het duo Smits-Huizinga opgenomen en wel in de originele zetting. Ds. Smits heeft, na het werkregister in zijn bezit te hebben gekregen, de nazaten van de geportretteerden opgezocht, vaak samen met fotograaf Piet Boonstra die foto’s van de portretten maakte.
 De dominee had echter dezelfde moeilijkheid als sommige andere historici: hij kon slecht schrijven. De opzet van het boek over Berend Kunst was klaar, al het materiaal was aanwezig, maar toen de predikant overleed moest het boek nog geboren worden.
  Drs. Huizinga kreeg uit de nalatenschap van ds. Smits — die zijn overbuurman was geworden aan het Schuitendiep — „hele dozen met correspondentie, een hele ongeorganiseerde bende”.
Na een maandje op de geschriften gestudeerd te hebben besloot de kunsthistoricus — wiens doctoraalscriptie had gehandeld over Europese vorstenportretten van enkele eeuwen geleden en die nu een dissertatie over Europese vorstenportretten in de 17de eeuw voorbereidt — het werk van de predikant af te maken als een laatste hulde aan ds Smits.
Hij heeft niets aan het werk van de dominee toegevoegd of afgedaan, niets herzien of opnieuw onderzocht en zich zoveel mogelijk proberen voor te stellen wat de predikant bij de opzet van zijn studie voor ogen moet hebben gestaan. De basistekst was al in 1971 gereed, geschreven in het zomerhuisje van de familie Huizinga (drs. Huizinga is een zoon van de farmaceut prof. dr. T. Huizinga) op Schiermonnikoog. Maar pas nu is het werk helemaal klaar.
Drs. Huizinga, stadjer van geboorte („maar de bakermat van de Huizinga’s is ongetwijfeld Huizinge bij Middelstum”) is sinds 1972 eindredacteur van de afdeling Kunst en Cultuur van de Rono, een baan die hem de tijd laat om daarnaast een hele hoop andere dingen te doen. Zo is hij adviseur van het Veenkoloniaal Museum, bestuurslid van de Stichting Verhildersum, redacteur van het maandblad Groningen en bestuurslid van de Gerrit van Houtenstichting, die de Fraeylemaborg in Slochteren restaureert. Hij vindt zijn eigen beroep „een merkwaardig beroep,” omdat je bezig bent met mensen die allemaal al lang dood zijn. „Je bent met eeuwen cultuur bezig en dan besef je hoe belangrijk het is dat we de continuïteit in de cultuur in het oog blijven houden”.
  Aldus de man die van zichzelf zegt: „Ik ben een extreem exponent onder mijn leeftijden studiegenoten; men beschouwt mij als erg conservatief.”
Maar toch niet zo conservatief dat hij aan musea niets wil veranderen. „Kunst is niet voor de happy few”, „Kunstenaars moeten voeling houden met de maatschappij”, „De ivoren toren is te huur.” aldus een naar van zijn uitspraken. Verhildersum heeft die drempel geslecht: „Dat is een informeel en gezellig museum, waar je op een persoonlijke manier behandeld wordt.”
  Een uitspraak die de meesten van ons goed zal doen: „Ik word altijd erg moe in musea. In wezen zijn het vreselijke dingen, een noodzakelijk kwaad, ze moeten gewoon en gezellig zijn, dan worden ze ook weer aantrekkelijk.”

 

berend kunst ds Smits verhildersum boek leent borg portretten zuurdijk zuurdiek hayemaheerd louwes torringa zijlma westpolder Ewer siccama

___________________________________________________________

Naar 17-05-1974 boerenkunst van Berend Kunst in Verhildersum