| ___________________________________________________________ |
21-11-1953 Nieuwsblad van het Noorden, zaterdag
Uit Groningens historie DE BORG VERHILDERSUM
Op korte afstand van Leens staat aan de Noordzijde van de weg naar Wehe de borg Verhildersum. Een zeer in het oog lopende oprijlaan, aan weerszijden begroeid met hoog opgaand hout, leidt naar het huis. Dit is een door singels omgeven rechthoekig gebouw van één verdieping met een hoog zadeldak.
Boven de ingang bevinden zich de wapens van het echtpaar Tjarda van Starkenborgh—Lewe van Middelstum. Deskundigen stelden vast, dat het tegenwoordige gebouw uit het laatste kwartaal van de zeventiende eeuw dateert. Van het typische interieur zijn een marmeren schoorsteen in Lodewijk XV stijl en een haard uit de tijd van Lodewijk XVI de merkwaardigste stukken.
Een geheime kamer
Hoogst interessant is een geheime kamer, gelegen aan de achterzijde van het gebouw. Dit vertrek heeft geen deur. Op de zolder is echter een luik, op listige wijze gecamoufleerd, waardoor men met een ladder in de kamer kan afdalen. Het vertrek is zo gebouwd, dat de aanwezigheid er van niet opvallend is. De huisbewaarder vertelde omstreeks 1936, dat in de Franse tijd verstekelingen in deze kamer hebben vertoefd.
Om te controleren of het huis ook verborgen ruimten bevatte, zouden de Franse soldaten voor ieder raam van het huls een brandende kaars hebben geplaatst teneinde vast te stellen, of er ook een raam overbleef. De verstekelingen, die dit hoorden, plaatsten eveneens kaarsen en bleven daardoor uit handen der Fransen.
De geschiedenis van het huis is niet rijk aan grote gebeurtenissen. De naam ontleent het aan het geslacht Verhildema, dat er blijkens oorkonden reeds in het laatst der 14e eeuw woonde. In 1398 werden Aylcko Verhildema en Reyner Eysinga leenmannen van hertog Albrecht van Beyeren. Zij droegen hem het landschap Hunsingo, zomede alles wat zij tussen Eems en Lauwers bezaten, op en ontvingen het in erfleen terug. Deze Aylcko behoorde ook tot de Ommelander hoofdelingen, die aannamen de hertog te zullen helpen bij de verovering van Coevorden, Drente en Twente. Medestanders in dezen waren Tammo Gockinga en Menno Houwerda, die in het Oldambt een machtige positie bekleedden.
Verhildema wil zeggen: het nageslacht van ver of vrouw Hilda. Verhildersum betekent: het heem van Verhildema.
Theoretisch had de naamvorming wel iets anders moeten luiden, doch de spreektaal stelt ook haar eisen. Het eindresultaat is de naam Verhildersum en deze wordt al eeuwen lang gebruikt
Verwoest in 1514
In de vijftiende en in de zestiende eeuw waren de heren Onsta hoofdelingen op Verhildersum. In 1514 trokken de stad-Groningers de Ommelanden in om er orde op zaken te stellen. Zij plunderden Eilco Onstas huis te Sauwerd, dat reeds voor de tweede maal herbouwd was, en staken het in brand. Ook Verhildersum moest het toen ontgelden. Het werd vernietigd doch vrijwel direct herbouwd op de oude fundamenten.
De herstelling kostte 1200 goudguldens. Hierin waren o.a. het brouwhuis, de schuur, de stal en de brug niet begrepen.
Hidde Onsta, erfdochter van Verhildersum, bracht door haar huwelijk in 1586 met Ludolf Tjarda van Starkenborgh het landgoed aan laatstgenoemd geslacht.
Deze familie, oorspronkelijk Tjaerda geheten, woonde oudtijds op het Tjaerdahuis te Rinsumageest. Nadat omstreeks het midden van de 15e eeuw ook het huis Starkenborgh, ten Zuiden van Sibrandahuis, was verworven, werd de naam Tjaerda van Starkenborgh, al spoedig verkort tot Van Starkenborgh. Een nakomeling van dit geslacht, Barthold, vestigde zich in de Ommelanden. Zijn vrouw bezat daar uitgestrekte landerijen, waarop hij in 1530 de Dykumborg bouwde.
In deze jaren begon de adel weelderiger te leven. De borgen werden meer ingericht als landhuis dan als verdedigingswerk. De zoons gingen studeren aan buitenlandse universiteiten. Zij kwamen terug met nieuwe ideeën, die de Hervorming voorbereidden.
Barthold’s vrouw, een sterke persoonlijkheid, liet op zekere dag de deur van de kerk te Garsthuizen openbreken en beschadigde in gezelschap van haar kinderen het altaarkleed. Deze symbolische daad voortgesproten uit een religieuze overtuiging, deed haar haar leven en haar bezit in de waagschaal stellen. Weldra stond zij dan ook te Brussel op de zwarte lijst van de Inquisitie.
Hun kleinzoon Ludolf was het, die in 1586 trouwde met Hidde Onsta van Verhildersum. Door dit huwelijk werd de hoofdzetel van het geslacht Tjarda van Starkenborgh verplaatst naar de borg te Leens. In de eeuwenoude dorpskerk aldaar vindt men nog de grafsteen van deze echtelieden, die beiden in 1618 overleden.
Het lijkt er wel op, dat de dorpsheren in deze eeuwen met elkaar hebben gewedijverd om hun kerken zo fraai mogelijk te doen zijn. Ook de kerk te Leens kan daarvan getuigen. Zij is een bezoek meer dan waard. In 1632 werd voor de kerk van Leens een grote torenklok gegoten met het volgende randschrift:
Joncker Lambert Tjarda van Starckenborgh tot Verhildersum heeft mij doen gheeten unde heeft my Sinte Peter doen heeten doen Johannes Wolphius pastor unde M. Johan Hindrichs kerckvoogden tot Leens waren anno MDCXXXII.
Onder op de klok stond buiten een spreuk de naam van de klokkengieter Nicolaas Sicmans. In de fraaie kerk vraagt het rijkbewerkte orgel de meeste aandacht. Het draagt de wapens van de generaal-majoor Edzard Jacob Tjarda van Starkcnborgh en zijn tweede vrouw Anna Habina Lewe van Middelstum zomede de wapens van hun voorouders. Ook het avondmaalszilver, de zeldzaam voorkomende koperen bankversiering en het adellijke gestoelte herinneren aan de goede zorgen die de bewoners van Verhildersum aan de kerk besteedden.
Nadat de borg na enige verbouwingen een tijdlang verhuur was geweest en tenslotte in verval was geraakt, werd zij in de Groninger Courant van 25 December 1821 te koop aangeboden. De publieke velling vond 31 Januari 1822 plaats ten huize van L. E. Marringa te Wehe. Koper was Mr Hendrik van Bolhuis, notaris te Leens en procureur te Appingedam. Ook hij droeg het zijne bij tot verfraaiing van de kerk en liet daar een bank met zijn wapen aanbrengen.
Nadat de notaris in 1861 op Verhildersum was overleden kwam het landgoed door vererving aan de familie Frima.
Kort geleden ging het door koop over aan de gemeente Leens.
P.
| ___________________________________________________________ |
Naar Ommelander Museum en Verhildersum