07-08-1974: dr. Fop. I. Brouwer Tuin Verhildersum: lustoord voor de plantenliefhebbers

___________________________________________________________

07-08-1974 Nieuwsblad van het Noorden, woensdag 

LEVENDE NATUUR door dr. Fop. I. Brouwer Tuin Verhildersum: lustoord voor de plantenliefhebbers

  Vorige week waren mijn vrouw en ik met een aantal vrienden de gasten van Mevr. T. Clevering-Meijer op de borg Verhildersum te Leens. Hoewel ik de borg reeds kende van vroegere bezoeken en tentoonstellingen — Ik verrichtte destijds zelf de opening van de tentoonstelling van de afbeeldingen van vlinders en bloemen van Maria Sybilla Merian (1647-1717) — was het voor mij de eerste keer, dat ik mij te goed kon doen aan de welverzorgde dis in het gerestaureerde schathoes van de borg.
Bij de meeste Groninger borgen waren destijds een of twee schathoezen aanwezig. Volgens K. ter Laan heeft schat hier nog de oude betekenis van vee, zodat een schathoes eigenlijk een schuur was, waarin hooi, koren, vee en boerenbeslag waren ondergebracht.
  Na de maaltijd begaven de gasten zich naar de borg, waar naast de verschillende wisseltentoonstellingen, op de zolder een permanente expositie over het waddenlandschap en alles wat daarmee verband houdt aanwezig is.
Zelf heb ik die tijd gebruikt door nog wat door de prachtige tuinen van de borg te dwalen, waar mevr. Clevering voor een zich voortdurend uitbreidende collectie van gekweekte planten zorg draagt. De kruidentuin bevindt zich aan de westzijde van de borg. Huisvrouwen, die zich op dit terrein zouden willen oriënteren, zou ik willen adviseren tijdens het bezoek het boekje van Julia Voskuil over „Keukenkruiden in kleur” mee te nemen (uitgave van Kosmos, Amsterdam-Ant werpen).
  Op het oostelijke gedeelte van het omsingelde borgterrein is een zeer uitgebreide verzameling van gewassen aanwezig, waarbij de keus vooral gevallen is op planten, zoals die eertijds bij borgen, havezaten en stinsen gekweekt werden.
  Daarbij werd niet niet alleen maar gelet op de praktische toepasbaarheid van die planten, doch het exotische karakter van verschillende soorten speelde ook een voorname rol. Laatstgenoemde planten trekken veelal onmiddellijk de aandacht van de bezoekers door hun kolossale afmetingen, hun merkwaardige vormen of de opvallende bloeiwijze.
  Meters hoog waren de exemplaren van de distel Onopordum, die in de vrije natuur van ons land vrij zeldzaam voorkomt, maar die sinds het midden van de zestiende eeuw veelvuldig is gekweekt. Het is een wild vertakte plant, waarvan de stengels breed stekelig gevleugeld zijn doordat de bladeren ver langs de stengels aflopen.
  De bloemhoofdjes hebben een doorsnede van 5 cm en dragen in het midden een dichte toef van purperkleurige bloemen.
  Een andere bijzonder opvallende reus id de Reuzenbereklauw (Heracleum mantegazzianum). In de beschutting van het borgterrein wordt deze plant nog aanzienlijk hoger dan in de meeste flora’s wordt aangegeven. Exemplaren van drie meter hoogte zijn hier geen uitzondering. De plant behoort tot de schermbloemigen en de schermvormige bloeiwijzen bereiken soms een doorsnede van bijna een meter! De duizenden witte bloemen, die in één scherm voorkomen, vormen een zeer decoratief geheel, doch hetzelfde geldt voor de schermen tijdens de vruchtvorming. Deze soort is afkomstig uit de Kaukasus én is tegen het einde van de vorige eeuw in Nederland ingevoerd. In verband met de enorme afmetingen, die de plant bereikt, vraagt ze om een aparte plaats, zoals midden in een gazon, bij een open vijverrand en in soortgelijke situaties. Enkele exemplaren, die zich gevestigd hebben op de zuidelijke grachtmuur van de borg geven daar een wonderbaarlijk effect.
  De wetenschappelijke naam van de plant zou wegens de krachtige bouw van de planten kunnen worden afgeleid van de sterke halfgod Hercules.
  Een derde in het oog springende en tevens zeer decoratieve plant is de kaardebol, die vroeger vrij veel gekweekt werd, omdat de uitgebloeide bloemhoofdjes gebruikt werden bij het kaarden van de wol. Het gaat hierbij om de soort Dipsacus fullonum, die oorspronkelijk uit het zuiden van Europa afkomstig is. Deze soort komt hier en daar verwilderd in ons land voor, maar zij is zo zeldzaam, dat ze een jaar geleden is opgenomen in het „Koninklijk Besluit beschermde plantensoorten”.
  In ieder bloemhoofdje komen honderden kleine bloempjes voor, die niet alle tegelijk bloeien, zodat men de bloei meestal zeer duidelijk in etages ziet voortschrijden. Op onze foto is de bloei ongeveer halverwege gevorderd. Zeer duidelijk is te zien hoever de stroschubben tussen de bloemen naar buiten uitsteken, zodat die met elkaar het effect van een kam kunnen hebben. Dit is ook de reden dat men de plant in Z.Limburg Wil Kem noemt. In bepaalde streken van Duitsland spreekt men van „Kamme“.
  Verschillende planten in de tuinen van Verhildersum worden juist na de bloei bijzonder opvallend. Menigeen zal zich in de tweede helft van augustus afvragen met welke plantesoort de 25 cm. hoge stokjes bezet met rode bessen te maken hebben. Dit zijn de vruchtstengels van de wilde aronskelk, die al vroeg in de lente bloeit en waarvan de gewone bladeren en ook het schutblad dat aanvankelijk de bloeiwijze omgeeft, inmiddels zijn afgestorven.
  In het bestek van dit artikel is het niet mogelijk een volledig overzicht te geven van alle planten, die de borgtuin herbergt. Dit is ook niet nodig, want de meeste n behoorlijk geëtiketteerd en dan helpt de flora u wel verder op weg.
Een bekende slagzin van de Groninger V.V.V. luidt: U bent veel rijker dan U denkt.
Wie daarvan nog niet overtuigd is, moet Verhildersum beslist eens gaan bezoeken!

De kaardebol die in ons land zeer zeldzaam is en vorig jaar werd opgenomen bij de beschermde plantensoorten.

___________________________________________________________

Naar Ommelander Museum en Verhildersum