| ___________________________________________________________ |
09-06-1970 Nieuwsblad van het Noorden
LEVENDE NATUUR door dr. Fop. I. Brouwer
GALLEN EN INSEKTEN
De uitnodiging om de tentoonstelling „Het kleine wonder in der natuur“, welke in de komende weken op de borg Verhildersum nabij Leens te bezichtigen is, te openen, was mij een welkome gelegenheid er nog eens op te wijzen, dat reeds in het begin van de ontwikkeling der biologische wetenschap ook Nederlandse onderrzoekers hun bijdrage daartoe leveren.
Een van de merkwaardigste figuren op dit terrein was onze landgenoot Jan Swammerdam (1665-1737), die al uitvoerige studies wijdde aan de insecten en die onder meer bijzonder goed beschreef en tekende hoe de ontwikkeling van een vlinder ging via de reeks ei-rups-pop-vlinder. Hij was ook reeds op de hoogte van het feit, dat verschillende galvormingen bij planten hun oorzaak vonden in de aanwezigheid van insektenleven in die gallen. Nevenstaande illustratie heeft daarop betrekking en is aan een van zijn werken ontleend.
Het aardige van bovengenoemde tentoonstelling is, dat men naast de vlinders ook de voedsterplanten heeft tentoongesteld, waarop de rupsen van vlinders leven. Een en ander is op rrn bijzonder kunstzinnige wijze opgesteld en wij worden daardoor op een doeltreffende wijze gevonfronteerd met een vn de boeienste onderwerpen uit de natuurstudie: het verband tussen planten en de insekten.
Dit is uiteraard een thema met oneindig veel variaties. Men denke daarbij bijvoorbeeld aan het feit, dat bepaalde bloemen een zeer speciale bouw bezitten om daardoor de bestuiving met behulp van zeer bepaalde insekten mogelijk te maken.
Ik heb in dit verband herinnerd aan het verhaal van Darwin, die van een collega uit de tropen een plant toegezonden kreeg. De bloembouw van deze plant deed bij Darwin het vermoeden rijzen, dat er een zeer bepaalde vlinder moest zijn, die voor de bestuiving van die bloem zou kunnen zorgen. Darwin schreef derhalve zijn vriend een uitvoerige brief, waarin hij hen verzocht te willen uitzien naar een vlinder, waarvan hij de eigenschappen vrij nauwkeurig omschreef, hoewel hem het bestaan van een dergelijke vlinder dus niet bekend was. Binnen korte tijd was zijn collega in staat Darwin de vlinder te zenden, waarvan hij de eigenschappen uit de bouw vaan de bloem had kunnen afleiden.
De tropische vlinders zijn op de tentoonstelling eveneens vertegenwoordigd, hoewel ze niet de hoofdschotel vormen. Vooral deze soorten zijn zeer smaakvol geëtaleerd.
Deze vlinders hebben reeds zeer zeer lang gesproken tot de verbeeldingskracht der aanschouwers en zij hebben talrijke kunstenaars geïnspireerd tot het maken van fraaie werkstukken. Ook daarvan is er een aantal op Verhildersum te bewonderen. Enkele ervan vertegenwoordigen een zeer grote waarde.
Daarbij denk ik in de allereerste plaats aan het fraaie werk van Maria Sibylle Merian. Deze vrouw werd op 2 april 1647 geboren te Frankfurt aan de Main, als dochter van Mattheus Merian, die uitgever en kopergraveur was.
In 1699, dus op 52-jarige leeftijd ondernam Sibylle een reis naar Suriname. Enkele jaren eerder was zij gescheiden van haar echtgenoot, de schilder Graf, om vervolgens met haar beide dochters naar Friesland in Nederland te verhuizen. Met de oudste dochter reisde Sibylla met een zeilschip naar Suriname, welke reis twee maanden in beslag nam.
Zij had toen reeds veel bekendheid gekregen door haar fraaie kunstwerken over bloemen en insekten. Door ook de teelt van zijderupsen was zij ook bijzonder goed op de hoogte van de gang van zaken in het het vlinderleven en zij was met haar tijdgenoot Swammerdam een van de wegbereiders van het insektenkundig onderzoek.
In Suriname was men uiterst verbaasd, dat iemand naar dat land gekomen was om vlinders en bloemen te bestuderen en te tekenen en niet om suikerriet te verbouwen en veel geld te verdienen. Daarbij ondervond zij veel steun van haar dochter, die ook zeer begaafd bleek te zijn. Dag in dag uit verzamelden zij materiaal en vervaardigde zij prachtige afbeeldingen.
Gedurende twee jaren hebben beide vrouwen in dit land gewerkt om in de herfst van 1701 terug te keren naar Amsterdam, waar in 1707 haar werk over de insekten van Suriname verscheen onder de titel „Metamorphosis Insectorum Surinamensium”. Hoewel de wetenschap gevormde biologen van die. tijd nogal argwanend tegenover haar werk stonden, werd het niettemin ook in Nederlandse, Franse en Duitse versie uitgegeven.
Haar werk is van uitzonderlijke kwaliteit en graag zou zij nog eens naar het land waar het ontstond zijn teruggekeerd. Haar krachten waren evenwel niet meer toereikend. Haar oudste dochter Johanne Helene, inmiddels gehuwd met de koopman Herolt, ging echter nogmaals naar Suriname. Terwijl zij met haar man op zee was, stierf haar moeder op 13 januari 1717 in ons land. Haar werken nog verschillende keren herdrukt en een enkele bijdrage eruit kan men thans op Verhildersum aanschouwen.
| ___________________________________________________________ |
Naar Vlinders