06-01-1970 Hebben pepernoten en kalkoenen u van het maken van een lied weerhouden?

___________________________________________________________

06-01-1970 Nieuwsblad van het Noorden, dinsdag 

Hebben pepernoten en kalkoenen u van het maken van een lied weerhouden?

Pepernoten, kalkoenen en het zingen van passende liederen remmen het maken van — een lied van een bericht — blijkbaar sterk af. Voor onze wedstrijd kwamen dit keer tenminste een record aantal inzendingen binnen. Alleen is het nu eens een minimum record geworden. Slechts negen inzendingen die een totaal van tien liederen opleverden vonden de weg naar Uw Blad brievenbus. Daaronder waren maar liefst vier vroegere eerste prijswinnaressen en één prijswinnaar, maar hij presteerde dat als enige dan ook twee keer en weert zich zodoende uitstekend tegen de deelnemende vrouwelijke overmacht.

Dat laatste is misschien een verklaring voor de weinige inzendingen. De anders deelnemende dames zullen het dit keer wel overstelpend druk gehad hebben om hun gezinnen van lekkere hapjes te voorzien.

Aangezien wij daar ook de buik vol van hebben zijn we dan ook vol begrip inplaats van teleurgesteld. Het is ook mogelijk dat de belangstelling om een lied van een bericht te maken aan hst afnemen is; ook de vorige keer was het aantal inzendingen niet zo hoog.

Er was dit keer iemand bij van wie het adres verloren is gegaan. Zoiets kan worden voorkomen wanneer het adres niet alleen op de envelop maar ook op het lied zelf vermeld wordt. De onbekende inzendster maakte van een moord te Papendrecht een lied dat gezongen kan worden op de wijze: „De Transvaalse Boerenoorlog.”

Als meestgekozen onderwerp kwam de onverwachte geboorte van een baby in Gelderland uit de bus. Verder werden liederen gemaakt over het verbranden van huwelijkscadeaus, het roven door zigeuners, het gevaar voor kinderen bij het snoepen van tabletten waarmee sommige kinderfornuisjes gestookt worden en de ontvoering van een klein meisje. 

Van het bericht over wadlopers die in een sneeuwstorm verdwaalden maakte mevrouw Bos uit Uithuizermeeden een lied met als grappig couplet: 

„Nooit zullen zij weer het wad op gaan 
De schrik zit hun wel hoog 
Ze zoeken ’t nu maar in de tuin 
Da’s ook een lust voor ’t oog.”

Lang hebben we geaarzeld tussen haar inzending en die van de heer Medendorp uit Warffum om het te publiceren als eervolle vermelding in deze rubriek. 

Dat het tenslotte toch het lied van de heer Medendorp is geworden is vooral gebeurd in de hoop dat het gezongen wordt bij de uitreiking van de culturele prijs van de provincie Groningen aan Mevrouw Clevering-Meyer, want naar aanleiding van dit bericht heeft de heer Medendorp zijn lied gemaakt (uiteraard in het Gronings). 

De eerste prijs komt dit keer terecht bij mevrouw Boertien-Zandbergen, uit Tynaarlo die reeds eerder eervol vermeld is. Waarom zij de winnares geworden is van de decemberronde maakt haar lied eigenlijk zelf wel duidelijk. 

Aan het eind van negen-zestig 
zingen wij nog eens ons lied! 
Vlijtig lezen maar de kranten, 
wat of ze voor nieuws ons biedt! 
En wat trof ons nu het meeste, 
wat was onze lofzang waard? 
’t Wordt ten tweede maal bezongen! 
’t Heeft mijn dichtersziel besnaard!  

’t Is de „one-woman show” uit Kollum 
door een jonge vrouw „gepland”! 
Wat zij voor Biaira verzamelt 
heeft nog lang – en lang geen end! 
Haar spontane één-vrouws-actie 
opende al menig hart! 
’n Halve ton is er gegeven! 
Na een vlugge, goede start! 

Zie, dat deed ze voor de mensheid! 
Voor de arme, zeer berooid! 
Is dat niet „de ware boodschap” 
die rond Kerstmis wordt verstrooid? 

Want we zijn toch in de wereld 
om elkander bij te staan! 
Laat ons dat ook in de toekomst 
elke dag voor ogen staan!

Hieronder het lied van de heer Medendorp.

(Te zingen op de wijze: „Die winter is vergangen”).

1 Mevrouw Clevering-Maier, 
Ien kunsthistorie wies. 
Won deur studie van klaier 
De kulturele pries. 
Gedeputeerde belde, 
Heer Post hed heur verrast! 
Dou zai ’t heur man vertelde, 
Was ’n haildronk goud en gepast! 

2 Aal ien Griepskerk geboren, 
Trouwt jonk nor Aainderom. 
Heur haart tweei keer verloren, 
Aan oldhaid en aan hom, 
Dei „Huningoa” beheerde, 
Heur kreeg as zien Boerin. 
Het ien Bakkeveen geleerde 
Daailt z’over kunst en gezin. 

3 Ol klaiderdracht bewoaren 
Wordt toak en oardighaid. 
Woarom droug men veur joaren 
’n Laank slipjas en zoo’n klaid? 
Doar achter aal heur vroagen 
Zigt ze de menschen stoan, 
Zuks boksems en jakken droagen, 
Ien ’t waark of feesten te goan. 

4 Heur aarbaid aan het börgstee, 
Verhildersum bie Laains, 
Wat dei mevrouw veur niks dee, 
Beloont provincie aains! 
De oetgesturven planten 
Kriegen weer levenskracht. 
Borg pronkt er van aalle kanten 
Ien bosch en bloumen vol pracht. 

5 De „Hibiscus” mout bluien 
Noast „Klinkend Vogelmelk“. 
Het „Haarlems Klokspul” gruien 
Bie „Geelsters” Bloumenkelk. 
Theetoen ien Paiterboeren
Verbouwt ze vremd gewas,
Komt vrucht, zoad en knop beloeren
Van kruuden, planten en gras. 

6 Mevrouw zegt hail beschaiden: 
„Dou ’t waark toch nait allain. 
Zol ik het meugelk laiden, 
‘k Heb hulp van iederaain! 
As ik nou straks de pries kreeg, 
Bouw ‘k vast ain groode schuur! 
Op bórgstee komt din wel plek leeg 
Veur kunstenoars en kultuur!”

___________________________________________________________
 
Naar Groninger Dracht 

Naar Ommelander Museum en Verhildersum