17-06-1986 Over merklappen, knoopsgaten, breischedes en de ‘sacrament-der-zieken-doek’

___________________________________________________________

17-06-1986 Nederlands Dagblad, dinsdag

Over merklappen, knoopsgaten, breischedes en de ‘sacrament-der-zieken-doek’
(Van onze noordelijke redactie)
LEENS
Elke dag een draadje…“.
Dat is de naam van een expositie in de Groningse borg Verhildersum bij Leens, die een beeld geeft van ‘nuttige en fraaie handwerken uit voorbije tijden’. De expositie wil een beeld geven van de meest uiteenlopende naai- en handwerkgereedschappen en de resultaten van de vroegere naai- en handwerkarbeid.

Vroeger leerden meisjes dit soort werk met name in naaiklassen. Sinds 1920 was het naai- en handwerkonderwijs op de scholen een verplicht vak en kwamen er ook gediplomeerde leerkrachten. Op de tentoonstelling zijn diverse foto’s van dergelijke naaiklassen te zien. Belangrijk tastbaar resultaat van de naai- en handwerklessen van vroeger waren de merklappen, die op de expositie in de borg Verhildersum ook ruimschoots aanwezig zijn. Aan de hand van die merklappen is ook uitstekend te zien hoe het onderwijs vroeger in elkaar zat, vertelt mevrouw W.C. Westers-Van Hoorn uit Leens, een van de vrijwilligsters die de expositie mee heeft opgezet.

Leerplan
Het leerplan bevatte indertijd verschillende fasen: Eerst moest gewerkt worden aan een letterlap. Vervolgens moesten de meisjes aan het werk met het inzetten van stukken, waarbij speciaal aandacht werd besteed aan het zo onzichtbaar mogelijk werken. Een volgende stap was wederom het inzetten van stukken, maar dan in een lap van streepjesstof. En om de zaak nog wat moeilijker te maken moest datzelfde tenslotte nogmaals gebeuren in ruitjesstof. Resultaten van die noeste arbeid zijn te bewonderen op de expositie in het Koetshuis van Verhildersum.
De letterlap was een niet onbelangrijk onderdeel van de lessen. De vaardigheid die daarbij werd opgedaan, was noodzakelijk om de kleding van alle leden van de familie later te kunnen merken. Want ieder droeg in de vorige eeuw tenslotte gelijke onderkleding en verwarring was dus heel goed mogelijk. Op dergelijke letterlappen stond vaak (vrijwel) het gehele alfabet. Slechts de letters ‘q‘ en ‘x‘ ontbraken, omdat er in die tijd toch geen voornamen waren die met die letters begonnen.
Het op verschillende manieren en zo sierlijk mogelijk merken van de kleding was dus iets wat moest worden geleerd.
De naaiklasjes van vroeger leverden echter meer op dan alleen merklappen. Voor het maken van kleding werd geoefend op poppen. De expositie ‘Elke dag een draadje…’ toont dan ook enkele fraai aangeklede poppen.

Knoopsgat
Ook het maken van knoopsgaten moest vroeger uitgebreid worden geoefend. Dat was een nogal arbeidsintensief en waarschijnlijk ook wel vervelend karwei. Want een van de strafmaatregelen die binnen de naaiklassen werd gehanteerd, was het voor straf maken van een rijtje knoopsgaten.
Ook op breigebied valt er op dit moment in Verhildersum het nodige te bezichtigen.
Vroeger, zo vertelt mevr. Westers, hadden de brei-onderwijzeressen zelf heel grote breinaalden. Dan konden namelijk alle leerlingen in de klas goed zien hoe de diverse handelingen van de edele breikunst moesten worden uitgevoerd.
Op de tentoonstelling zijn onder meer breischedes te zien. Dat zijn kokers die de breisters onder de armen hielden en waar de punten van de breinaalden tijdens het breien werden ingestoken. „Men was vroeger heel zuinig ook op de eigen kleding. Die breischedes waren er dus voor om de eigen kleding te beschermen tegen de punten van de breinaalden.”
Aan de breischedes was trouwens de status van de eigenaar af te lezen. Ze waren er van hout en leer tot zelfs zilver toe. Het gebeurde vroeger vaak dat een jongen zelf de breischedes voor zijn meisje maakte, aldus mevr. Westers.

Patroonrol
Om de verschillende mogelijkheden van de breikunst te tonen had men vroeger zogenaamde patroonrollen: Lange rollen met allerlei verschillende types breiwerk. Eveneens van patroonrollen zijn exemplaren te bezichtigen.
Ook handwerken op religieus gebied zijn er. Zo is er onder andere een doek te bezichtigen die werd gebruikt bij de toediening van het sacrament der zieken in de Rooms-Katholieke Kerk. De motieven die op de doek zijn aan te treffen, zijn onder andere druiventrossen, hostikruis.
Patroonbladen waren een eeuw geleden veel minder gemeen dan tegenwoordig, vrouwen gebruikten vaak patroonbladen van elkaar, die kwamen allemaal uit het buittenland, aldus mevr. Westers.
Ze werden gemaakt door garenfabrikanten, die deze bladen als reclamemateriaal gebruikten.
Opvallende figuur op de toonstelling is Bertus Zorg. Hij is de textielkoopman een eeuw geleden, die te voet het Groningse Marnegebied bereisde en de huisvrouw voorzag van de benodigd textiel. Een levensgrote pop is aangekleed op dezelfden zoals hij dat altijd was.

Verhildersum Leens Torringa Zuurdiek Marne mosterd Ewer Zijlma bos Pollux Castor Reitdiep teenstra
Bertus Zonder

 

Verzameling
Er zijn op de tentoonstelling tal van andere zaken te zien. Kantkloskussens, kantwerk uiterst fijn en kunstzinnig borduurde kussens en door vrouwen van de betere stand vervaardigde sierlijke handwerken. Tenslotte is een uitgebreide verzameling naai- en handwerkgerei van de meest uiteenlopende aard, zouts schaartjes, (ivoren) garenklosjes, en tal van andere zaken.
Die laatste verzarneling is afkomstig van een Groningse verzamelaarster. Zo is trouwens veel materiaal van tentoonstelling afkomt particulieren uit Noord-Groningen, vertelt mevr. Westers. Een ander deel was al in het bezit van het Ommelander Museum.
De expositie ‘Elke dag draadje…’ is te zien het’ koetshuis van de borg Verhildersum bij Leens.

___________________________________________________________

Naar Ommelander Museum en Verhildersum