| ___________________________________________________________ |
Eijerland 14 Julij 1836
Den Wel Edelen Heer
Den Heer N. J. de Cock
Directeur der Societeit van
Eigendom van Eijerland
te Rotterdam
Wel Edele Heer !
Gisteren en eergisteren hebben wij een weinig regen gehad, echter zoo weinig dat de grond wegens hardheid op veele plaatsen niet meer te beploegen is.- Het is verwonderlijk te zien hoe het latere aangeslagene Zomerkoolzaad tegenswoordig in kragt en fleur voortgroeid, ofschoon voor eene oogst te laat aankomende doch het geeft het troostrijke bewijs van de kragt der grond, zoo dat het zeer te bejammeren is wij met zulk een voortdurende droogte geplaagd zijn geworden, – in dit jonge geile Zomerzaad vind men nu ook een menigte graauw geele rupsen met zwarte stippen, – gelukkig hebben wij de groene spanrups nog niet ontdekt.- Met het winder zaad zijn wij gisteren begonnen te snijden het welke niet uit de hand valt en zeer top zwaar is, – de peulen kort maar hebben veele, en zwarte dikke korrels, – over 14 dagen hopen wij te dorschen. –
Morgen zaaijen wij het Zweedsche en Engelsche Knolzaad ten Noorden de Roggesloot na bij Cocksdorp aan de Kleine Zwin Sectie E.
Van de Zomergewassen staat de Haver, Boonen, en een gedeelte Aardappelen het beste, – de Zomergarst heeft veele dunne plekken, – de Lucerne het welke zich zeer taai houd staat dun en schraal, – terwijl de weinige planten van het Oeillette Zaad bijna zwart gewaaid zijn, – van de Meekrap zijn nog slechts enkelde kiemen in leven, terwijl de Beet en Mangelwortels als ook de Turksche Tarwe door droogte en gezeling van stuifzand verloren zijn; waaronder ook het Kanariezaad.
De lucht is thans weder schoon gewaaid, zoo dra wij zoo veel regen krijgen dat de grond eenigzins inweekt beginnen wij met het zaaijen van Winterkoolzaad. –
Wij hebben eene drukke maand voor handen. Koolzichten, Grasmaaijen, Hooijen, Hooijmennen, Kooldorschen, Koolzaaijen, Garstzichten, binden, mennen enz – Eggen, en het transporteeren der materialen voor de nieuwe Boere hofsteeden. –
Den Heer Reinders schrijft dat de Koolkleden gereed zijn. –
Dadelijk zullen wij Dubois naar Groningen zenden om de Kleden af te halen. –
Na minzame groete mede van den Heer Plooster
Wel Edele Heer !
UWE DvDienaar
De Directeur van Landbouw van Eijerland
M. D. Teenstra
___________________________________________________________
Naar Brieven 1836/1837