Reinders 25-09-1836: twee schoonkleden, zaai-zaad & zakken worden nog verzonden; aanhoudend regen in Groningen; prijs voor werktuig toegekend 

___________________________________________________________

Noordpolder d 25 Sept: 1836 

den Heer N. J. de Cock
te Rotterdam 

Vriend ! 

  Uwe mij altoos aangename letteren van de 21 dezer zijn mij wel geworden; en het moet mij zeer aangenaam uit dezelve te vernemen, dat gij behouden & gezond van uwen reis van België zijt geretoeneerd. – Als mede dat op Eijerland alles wel was. 

  Aangaande uw verlangen om de rekening nu te zenden ben ik zoo vrij aan te merken, nl: of het niet beter ware daarmede zoo lang te wagten als ik hier alles betaalt heb, als daar is nog te betalen, een van twee gezondene Koolkleden met de losse gereedschappen van beide; benevens twee schoonkleden, zaai-zaad & zakken welke laatste ik in de loop van deze week denk te verzenden enz – trouwens, alles betaalt zijnde, zal de uitgaaf weinig boven de ontvangst zijn. 

  Door de aanhoudende regen wordt het werk van den Landbouw hier agterlijk: De haver & Zomerkoolzaad is hier meerendeels nog buiten. – Het eerste verlies zijn koleur en beide worden zeer  waarschijnlijk nat gewonnen. – 

  Ook mag ik voor uwe niet verzwijgen dat ik het genoegen heb van op een door mij uitgevonden werktuig de gouden Medaille te trekken van de Nederlandsche Maatschappij ter bevordering van Nijverheid; gevestigd te Haarlem. – dit werktuig is zeer geschikt om allerlei zaad op rijen te zaaien. – Bij Uwe  komst aanstaande te mijnent zal ik u het laten zien. Ik verwagt u stellig vriend met veertien dagen; dog schrijft mij wanneer UEd in Groningen denkt te zijn. – 

  Mij in uwe vriendschap aanbevelende teken ik mij met hoogachting UEd vriend
GReiinders

___________________________________________________________

Naar brieven 1836/1837