| ___________________________________________________________ |
Eijerland 13 April 1836
Den Wel Edelen Heer
Den Heer N. J. de Cock
te Rotterdam
Wel Edele Heer !
UWEd geeerde letteren van 10 dezer zijn mij geworden, hoop de f 3000 -,, van den Hr Bok in specie ontvangen, gepasseerde maandag heb ik aan den Burgt voor schapen, planken, rekening van Schol f 4004 -,, van de laatst Ontvangene f 6000 -,, uitgegeven en heb nu nog 17 à 18 hondert gulden in kas. –
Met genoegen kan ik UWEd melden dat ik heden morge met de Veearts Goedhard van het Ne diep, en de smit van der Kloot bij alle onze stallen de paarden naziende, dezelve veel beter bevonden dan vroeger, slechts een oud zwart paard dat buiten dien afgewerkt is, kan men ziekelijk noemen,- mogten er weder paarden ziek worden dat bij zulk een transport en een zoo guur voorjaar niet te veranderen zijn zoude, heb ik Zandijkshuis als het Hospitaal verkozen, – ook heb ik de vrijheid genomen eenige medicijnen voor de smit te ontbieden om dezelve bij voorkomende gelegentheden toe te dienen, – twee voerlieden heb ik wegens mishandeling de paarden onmiddelijk afgezet en weggezonden, en ieder welke paarden toevertrouwd zijn ernstig eene goede behandeling en bezorgdheid voor de paarden voorgehouden, – UWEd kan zich verzekerd houden dat ik alles aanwenden zal om de paarden wel te doen oppassen, daar het mij hoogst onaangenaam is UWEd deswege ongunstige rapporten te moeten maken.
De stieren, (welke Reinders zelve niet gezien had) die hier door Houwinga overgebracht zijn, moeten mijns inziens beide Stier blijven, de eene heeft wél is waar is zwarte hoorns maar is voor het overige een fijn en vierkant beest.
Het van Kampen ontvangen hooij, ofschoon niet zeer krachtig is echter frisch en als paardenvoeder niet af te keuren.-
Heden is Alderliefste hier gearriveerd, – morgen zal ik bij een nadere verdeeling de paarden, ook hem zijn getal doen toekomen. –
Wij zijn bezig met het zaaijen van Zomergarst – en hoe zeer de verschrikkelijke transporten, per as, op lange zware wegen ons veele paarden uit het veld doen houden, gaan de werkzaamheden, met ploegen, en eggen, ofschoon in eene mindere uitgebreidheid dan wij ons primitief voorgesteld hadden, bij de 3 aanwezige boeren geregeld haren gang; – waaraan nu ook Alderliefste werkzaam zijn kan. –
De werkman Dirk Allaar heden avond aangekomen zal ik plaatsen. –
Den Heer Reinders beknort mij dat ik ZEd niet meer schrijf, doch verzoeke mij deswege op grond mijner veelvuldige bezig heden, bij gelegentheid, bij ZEd te willen verschonen.
DE haver komt merkelijk op, – zal UWEd de goedheid hebben de afzending van foerage te bespoedigen? –
Ik heb de Eer mij met de meeste hoogachting noeme
Wel Edele Heer !
UWEDvDienaar
De Directeur van Cultuur van Eijerland
M. D. Teenstra
| ___________________________________________________________ |
Naar Brieven 1836/1837