Teenstra 10-04-1836: Teenstra noemt zich Directeur van Cultuur; Houwinga en de smid zijn teruggekeerd met huisgezin; Stoepker is zijn vrouw gaan halen; het gras en koolzaad groeit ongemeen sterk

___________________________________________________________

Eijerland 10 April 1836 

Den Wel Edelen Heer
N. J. de Cock
te Rotterdam 

Wel Edele Heer !

  Gisteren heb ik van schipper Mets ontvangen f 6000 -. en later UWEd geeerde letteren – van 7 dezer – 

  Het door UWEd afgescheepte met schipper T. Mets  zie ik eerst daags te gemoet – hoop dat de haver beter zijn zal dan de vorige, doch in allen gevallen zal ik dezelve over de windmolen laten lopen. – 

  Houwinga is hier vrijdag j.l. terug gekomen met zijn huisgezin, mede brengende 10 vaarzen en twee stieren, doch de eene bevalt mij niet, ik zal er eene Os van maken, om er geen klaven van te hebben.- ook hebben wij 2 waaijers (windmolens) en 6 Molborden met Houwinga ontvangen. 

  Ook de Smit is met derzelfs vrouw en Kinderen hier geretourneerd, zijnde derzelfs vrouw ook bijzonder wel te vreden. – haare woning is klaar. – 

Morgen zal ik aan den Burg de Schapen, planken en ook de zaken van Schol betalen, en mij nader na 10 a 12 jonge Ossen informeren. – 

  Voor de zetboeren en vaste schippers heb ik reeds een boek aangelegen – de f 40-. aan Mets voorgeschoten zal geboekt worden. 

  Van de vragtlijst zal ik nota nemen en ook Landser de lijst van verschotene gelden in rekening brengen.- 

  Wij hebben thans geene zieke paarden meer, enkelde hoesten nog een weinig. 

  Het gras en het Koolzaad groeit ongemeen sterk, ook worden onze werkzaamheden door het schoone weder begunstigd, – de 4 Bunders Maartegarst zijn ingezaaid, – en heb met Kivit eene hooge drooge plaats aan de  Roggesloot bepaald om Beetwortels enz te zaaijen.- Vlas oordeelen wij beter om uit te stellen. 

  Stoepker is heden morgen op reis gegaan om zijne vrouw te halen. 

Bij aankomst van Mets schrijf ik UEd nader, wanneer zullen we het genoegen smaken UEd hier weer te zien? 

Met de meeste Hoogachting, heb ik de Eer te zijn
Den Directeur van Cultuur van Eijerland
M. D. Teenstra

___________________________________________________________

Naar Brieven 1836/1837