| ___________________________________________________________ |
Eijerland den 8 April 1836
Den Wel Edelen Heer
Den Heer N. J. de Cock
te Rotterdam
Wel Edele Heer !
UWE Geeerde van 5 dezer is mij heden avond geworden, welke ik onmiddelijk zal beantwoorden. – v.d. Helm zoo als UWEd uit eene latere brief van mij zal hebben vernomen is reeds op Eijerlandshuis, dewelke ik wegens zijn lang weg blijven mijn ontevredenheid te kennen heb gegeven, – ook Schipper Dubois zal deszelfs verplichting nader onder het oog brengen.
Den Heer Bok heb ik, de Sociteit geleende ƒ 1333-.. reeds terug gegeven, wijl zijn Ed mij heeft laten weten hier om verlegen te zijn. –
Wanneer de verwer zich behelpen wil kan hij overkomen, doch heb de goedheid de Menschen naar Eijerland willen overkomen, wel nadrukkelijk voor te stellen, dat men zich hier voor de toekomst en op vooruitzigt vestigd, – en er niet dadelijk eene geschikte woning gereed is – zoo ook zijn alle Groningers voorbereid en gelijk de Smit best tevreden. –
Het goed mij leed UWEd te moeten berigten dat wij reeds drie paarden verloren hebben, – en wel tengevolge eene longontsteking, – ik heb de veearts van de Helder laten komen, welke de oorzaak aan de muffe haver en het Hooij toeschrijft, de ziekte is kort van duur, bepalende zich binnen de 24 uren, doch ik kan dit aan geen verzuim van Oppassing der boeren toeschrijven, – Kivit op de Boe heeft een verloren, – eene op Zanddijkshuis (welke reeds lang ziek was, en bestendig []) en de 3de op de Kweller bij Houwinga. –
[]
De lompen van Eijerl. laten wij op verschillende plaatsen onder de paarde mest zetten. –
Lanser, waarvan ik de vrijheid neem in leggende nota in te sluiten, zal ik de f 500 niet betalen alvorens daartoe door UWEd geautoriseerd te zijn.
Mag ik UWEd wel verzoeken om ook voor v.d. Helm in levering van wijn en sterke drank te willen zorgen, met een vertrouwd Kantoor aan hem op te geven.
Wel Edele Heer !
UWEDvDienaar
De Directeur van Landbouw van Eijerland
M. D. Teenstra
| ___________________________________________________________ |
Naar Brieven 1836/1837