| ___________________________________________________________ |
Noordpolder d: 8 Maart 1836
N J de Cock
te Rotterdam
Vriend !
“Aanhouden, zei de Meid; doet verkrijgen”.
Ik wil ook zoo denken, en vaar dus maar voort met aan UEd brieven te schrijven, eenmaal krijg ik antwoord zonder te letten aan wien de schuld ligt.- Ik voor mij geef die schuld op rekening van de Eijerlandsche Meisjes.
Trouwens blijf ik echter zeer nieuwsgierig hoe het UEd en de overige leden der directie een en ander op het Eijerland bevonden hebben, en welke bepalingen er opzigtelijk de cultuur der landen, het vertimmeren der oude Schuuren, en de constructie der nieuwe Schuren bepaalt is geworden. – Ik wensch dat men weinig in de oude Schuuren, en grote & sterke nieuwe schuuren zal timmeren, benevens een lage waterstand, en veel landen en den Herfst met Koolzaad mogen bezaaid worden.
De Wentel- of rolblokken gaan aanstaande woensdag met een lading Stroo van hier.
De arbeiders verlangen alle voor Mei en ten langsten in t laats van deze Maand van hier te vertrekken.- Ook ik ben van oordeel dat zij in begin April op het Eijerland moeten zijn, om voor haar zelven Aardappels, grote bonen enz: in de grond te brengen, anders kunnen die Menschen volstrekt daar niet leven, als zij niet zorgen om haar eigen eeten te verbouwen.-De vrouwen & kinderen kunnen later komen.
Drie arbeiders welke voor het Eijerland zijn aangenomen, en een knappe Jonkman door Teenstra aangenomen om hem in een of ander betrekking op het Eijerland te plaatsen, heb ik als knegts op de paardenschepen mede gezonden, doch de eersten komen terug.
De knegts en arbeiders, die van hier komen, heb ik alle gewonnen, om des zomers, om 4 Uur en des Winters des morgen om 3 a 4 Uur bij hun werk te zijn, tot des avonds 6 Uur en des winters tot zoo lang als zij zien kunnen.- doch in de oogst zoo lang als zulks verkozen wordt tegen betaling van 10 Cents per uur.-
De laatste 26 paarden kosten ƒ 5706,95 of per stuk ƒ 160.- ofschoon de eersten maar op ƒ 142.- kwamen zijn de laatsten mijns inzziens beter koop:- en heb dezelven met meer genoegen dan de eerste ontvangen.
Met mijn reken courant zal ik wagten als het Stroo & Rolblokken verzonden zijn.-
Het rood Klaverzaad is wel ontvangen, en hetzelve is zeer mooi bevonden.-
Het jonge Koolzaad staat hier zeer slecht doch het oudere benevens de andere winter vruchten zeer goed.-
Met droog weder beginnen wij hier met de landarbeid, alsmede met het zaaien van Koolzaad.-
Het Mangel & Lucerne-zaad heb ik nog niet ontvangen.
Na mij in uwe vriendschap te hebben aanbevolen, noem ik mij met ware hoogachting
UEd DWDr & Vriend
GReinders
___________________________________________________________
Naar Brieven 1836/1837