Reinders 14-01-1836: 50 paarden aangekocht; De zetboeren nemen voor haar rekening beddegoed voor de knegts en meiden mede; waterwipmolen 

___________________________________________________________

Noordpolder den 14 Januari 1836 

den Heer N. J. de Cock
te Rotterdam 

Heer & Vriend ! 

  Uwe letteren van den 7 dezer zijn mij gisteren door Teenstra in handen gesteld. – Met genoegen zal ik de daarin vermelde order uitvoeren.- 

  Daar het zeker wat vroeg is, en niet buiten zorg is of de schepen kunnen wel een of drie dagen oponthoud krijgen zoo zal ik rijkelijk hooi & stroo met de Paarden mede geven; wat er over blijft  kan met de paarden op het Eijerland gelost worden.- De schepen varen Harlingen uit. –
  Vijftig paarden heb ik op dit ogenblik aangekocht daar de prijzen zijn hoger als ik verwagt heb, echter door elkander f 150.- 

  Stoepker  (een der zetboeren) is bijkans klaar met 6 knegts & arbeiders.- Het loon der eersten loopt vrij juist, zoo als dat bepaalt was; en dat der arbeiders des zomers f 3.- en des winters f 2.10 per week en de kost, vrije woning en twee schapen. –
  De zetboeren nemen voor haar rekening beddegoed voor de knegts en meiden mede, als zijnde dit door mij bedongen.
  Hoe moeten de zetboeren handelen, moeten zij vee om te melken aankopen Ja, of neen. 

Het spijt mij dat ik geen bonke meelkan krijgen. 

  Hoe zoudt gij denken, zoude het deelnemers bij uw vinden, als ik eens een plan opende bij wijze van aandeelen om hier een Bonke Molen op te richten1? 

1 Bonkemolen: waterwipmolen

  UEd spreekt in uwe laatste brief dat UEd om lijnzaad geschreven heb voor mij, dat heb ik niet besteld maar klaverzaad (rood) en mangelwortelzaad – nu UEd gelieve dit eens na te zien.  

  Na mij in uwe vriendschap aanbevelende en na groete van Teenstra & mij, verblijf ik met hoogachting UEd vriend

GReinders 

___________________________________________________________

Naar Brieven 1836/1837