| ___________________________________________________________ |
Eijerland 7 October 1836
Den Wel Edelen Heer
Den Heer N. J. de Cock
Directeur der Sociteit van
Eigendom van Eijerland
te Rotterdam
Wel Edel Heer !
Aangenaam zoude het mij zijn te mogen vernemen dat UWEd in goede welstand over gekomen waard, misschien zal Schipper Dubois ook reeds te Rotterdam zijn, met 174 Mudd. Winter en 81 Mudden Zomer Koolzaad, dezelve heeft ook de Barometer met roode vloeistof in de pijpen; in dien zulks geschiedden kan verzoeken wij de Barometer met Dubois terug.
De retour lading zoude bestaan in Kannen, buizen, Haver en boonen.
Wij hebben hier nog steeds regen, zoo dat het dorschen van Zomerzaad merkelijk vertraagd, dan heden is het zonneschijn.
De sluis aan de Hooge Zandskil heeft den 4 October met een verval van 15 à 20 dm. Nederl. ruim twee Uren gespuid.
Volgens mijn Boek waar van UWEd op de Keerzijde een kort extract vind zijn de pretentien van UWEd op de volgende personen deze:
[spreadsheet]
Verzoeke mij van de bevinding der bovenstaande Noto, UWEd berigt te doen toekomen.
Wij zijn voor Zaai-Zaad benodigd Tarwe het Ontvangene
Rog 33 Mudden dus te kort 13 Mudden
Garst 58 Mudden dus te kort 48 Mudden
verzoeke deze 61 Mudden Zaai-Zaad ten spoedigste met Dubois te zenden.
Ik haast mij UWEd nader te schrijven, en heb de Eer met de meeste achting te zijn
Den Directeur van Landbouw van Eijerland
M. D. Teenstra
P.S. – Johanna verzoekt Dubois haar een Leeuwrik-mand voor eene Kooij te koopen.
| ___________________________________________________________ |
Naar Brieven 1836/1837