Teenstra 12-10-1836: guur weer, het land staat hier en daar plas en dras, waterlozing verbeteren; vergadering met de zetboeren over het personeel; onbekende honden bijten schapen door, alle honden worden gedood of weggevoerd

___________________________________________________________

Eijerland 12 October 1836

Den Wel Edelen Heer
Den Heer N. J. de Cock 
Directeur der Sociteit van
Eigendom van Eijerland
te Rotterdam

Wel Edel Heer !

Ik heb de Eer UWEd te berigten dat ons Winterkoolzaad thans uitnemend goed aanslaat, zoo dat er weinig te planten over blijven zal; – Wij hebben nog steeds regen en guur weêr zoo dat dit gunstiger is op het uitgezaaide WinterKoolzaad, dan wel op het gesnedene en op het veld liggende ZomerKoolzaad.
Het land staat hier en daar plas en dras, zoo dat wij nog steeds aan het verbeteren der waterlozing werkzaam zijn, doch zonder ook sommige slooten meerdere inhoud te mogen geven, zal dit zoo heilzame doel moeijelijk bereikt worden.
Ik ben bezig met een Kort en Zakelijk verslag van den staat van Landbouw van Eijerland op te maken, het welke ik UWEd met den Heer Bok zenden zal.
Ik heb met de vier Groninger Boeren gisteren eene Comparitie gehad het welke ik heden met de Zeeuwsche houden zal, als verschillende in gebruiken te zeer om voor beide gelijke bepalingen te maken, en dezelfde Tarieven van loon voor de dienstboden in te voeren, welke bijeenkomst tot de volgende voordragt aanleiding gegeven heeft.

1./ Om aan Zes Knechts het volgende Jaarlijksch loon te betalen met verdere bepaling van Kostgeld zoo als het Contract der Zetboeren vermeldende is.
1ste knecht, met verplichting om het andere andere dienstvolk ’s morgens te wekken ƒ 145-,,
2de id. ƒ 130-,,
3de id ƒ 115-,,
4de id ƒ 100-,,
5de id ƒ 85-,,
6de id ƒ 70-,,
De 1ste dienstmeid onder verplichting van den gebruikelijk veldarbeid te moeten verrigten ƒ 55-,,
allen de Huur met 15 tot 15 Mei ingaande en eindigende.

2./ Vaste Arbeiders. Zoolang dezelve in Riete Keeten wonen, geene huur te laten betalen, doch vervolgens in woningen van Hout of Steen komende eene daar aan geevenredig de huur van van huur te vorderen, en hun voor het tegenswoordige nog vrije brand te verstrekken en wel van 21 Sept. tot 21 Maart ƒ 0,60 ’s weeks en de overige 6 Zomermaanden ƒ 0.40 ‘d weeks. Het dagloon op eigen kost vast te stellen in het eerste tijdvak op ƒ 0.35 en in het 2de op ƒ 0.50 per dag.- Met vergunning om voor zich te mogen bebouwen zonder eenige huur daar voor te betalen 1024 ellen tuin en wel van 32 ellen lang en breed, en verders het vruchtgebruik te genieten van twee lamschapen voor elk huisgezin, met teruggave der Lammeren aan de Sociteit.

3./ Ingeval van verschil tusschen den Zetboer en zijne dienstboden of Arbeiders, zal den Directeur van Landbouw beide partijen horen, en zulks goedvindende, Dienstboden of Arbeiders met haar huisgezin c.a. binnen drie maal vier en twintig uren nagedane aan[] Eijerland kunnen doen verlaten.

4./ De vaste werkuren te bepalen als: – van 1 April tot 1 October om 4 Uuren ’s Morgens aangespannen in het veld te zijn tot 7 Uuren, het 2de werkschoft van 8 tot 12, en het 3de of achtermiddag schoft van 2 tot 6 Uuren ’s avonds, en van 1 October tot 1 April ’s morgens van 7 Uuren tot ’s middags 11½ Uren en ’s achtermiddags van 1 tot 5½ Uur ’s avonds, welke tijdafdeeling door eene Seinpaal bij iedere Stal of Hofstede zal worden knbaar gemaakt, zoo dat bij gewone omstandigheden gemiddeld den dag in 10 werkuren voor den Veldarbeid verdeeld is.

5./ Ook stemden de hier zijnde Zetboeren met mij in, om sommige van het Duin naar het Kanaal lopende dwarsslooten, tot op 4 ellen breedte te verwijderen, ten einde door deze de waterlozing te bevorderen, en door andere het gezaaide land schutbaar voor het indringen van Paarden en Vee te maken, het land met de specie te egaliseren, en te verhogen, waar door zoo wel het weideland, als het bouwland merkelijk verbeteren zoude, zoo dat wij dringend verzoeken dit voorstel wel in rijpe overweging te willen nemen.

6./ Ook ben ik gisteren te De Cocksdorp door Schipper A. Dekker, wonende te Kolhorn bij Schagen aan het Noordholl. Kanaal verzogt geworden om hem in eerst gemeld dorp eene woning te verhuren, willende hij met zijne twee eigene schuiten het schulpe-rapen, en visschen door zetten en zijn bestaan op zee zoeken,- ik heb beloofd UWEd dit verzoek te berigten.

Maandag den 10 dezer hebben wij hier ongemeen zware regens gehad vergezeld van Donder en Blixem, zoo dat wij hoog binnen water hebben, gisteren stond het aan de sluis van Cocksdorp 0.50 ell. ÷ volzee, en aan de Kilsluis op 0.32 ell. – en ofschoon 18 duinen hoger in de Hooge Zandskil, dan in de Roggesloot staande heeft de Kilsluis kort en zeer gering geloosd.

In de Nacht tusschen den 10 en 11 dezer hebben weder ons niet bekende honden onder onze schoone Kudden Schapen geweest, – waar van zij 6 dood en 3 ijselijk gebeten en verscheurd hebben – bij hooge vloeden zoude eene op die wijze verstrooide Kudde geheel hebben kunnen verloren gaan, – dit heeft mij doen besluiten om alle op Eijerland zijnde honden groot of klein, los of vast, (uitgezonderd 6 Herdershonden) te laten dooden of wegvoeren, – en wel voor Zaturdag e.k. – merendeels zijn dezelve reeds opgeruimd, – hoe zeer sommige polderwijven hunne hondjes al zoenende vaarwel zeiden.
Over een paar dagen schrijf ik UWEd nader.

Ik heb de Eer met de meeste Hoogachting te zijn Wel Edele Heer !
UWEDv Dienaar !
Den Directeur van Landbouw van Eijerland
M. D. Teenstra

___________________________________________________________

Naar Brieven 1836/1837