| ___________________________________________________________ |
Eijerland 11 Januarij 1837
Den Wel Edelen Heer
Den Heer N. J. de Cock
Directeur der Sociteit van
Eigendom van Eijerland
te Rotterdam
Wel Edel Heer !
UWEd geëerde letteren van den 30ste der vorige maand zijn mij wel geworden, bij welke UWEd mij vraagd naar de lengte en breedte der Zaadkleden, men heeft dezelve in de Provincie Groningen van 20 Nederl. ellen lang en 15 breed zijnde tevens groot genoeg om ook met een dorschblok op dezelve te kunnen dorsen het welke ik altoos recommanderen zoude, – trouwens hier over zal den Heer & Vriend Reinders UWEd voor zeker reeds geschreven hebben – bij ieder groot kleed behoord een schoonkleed van 7½ Nederl. elle lang en 2.60 breed. – houten gaffels heeft men 8 à 9 bij ieder kleed, die weinig kosten en spoedig gereed zijn, doch voor het breken moet men er een paar overcompleet hebben. – zoo staat het ook met de rijven en stokken van de rijven heeft men 4 à 5 op een kleed en 30 tot 40 stokken om het kleed te spannen, – het tarief der wagenmaker van Eijerland staat gelijk aan die van het land te Groningen, zoo dat deze de voorkeur verdiend.
Schipper Metz heeft eene lading turf van Zwartsluis aangebragt, ook zijn wij er nog twee schepen met turf van Groningen wagtende zoo dat wij nu weder gered zijn.
Wij zijn ook bezig geweest met het dorschen van haver, die een weinig vochtig was, door dien dezelve in schelven staat het welke met hoeveel zorg ook voorzien en behandelt, nimmer zoo goed is, als het graan dat in schuren geborgen en gedorschen word, de ondervinding heeft dit probleem reeds genoegzaam opgelost, – weshalve UWEd vooral in het belang der zaak op het bouwen van ruime korenschuren insteren moet. – zoodra het vriest zullen wij de buiten staande Garst en haar afdorsen.
Ik heb mijn Rapport over Eijerland gereed, doch den Heer Bok die niet op de vergadering komt heeft mij verzocht hetzelve eerst ter lectuur te hebben, met belofte UWEd hetzelve voor de vergadering te zenden. –
De zaken gaan op Eijerland haar geregelde gang, en verblijde mij met de boeren, over het gunstige uitzigt dat ons 600 bunders koolzaad opleveren.
De smid van De Cocksdorp heeft tot mijn genoegen ook werk voor ’t Vlieland gekregen, men heeft hem een menigte bouten van gesloopte schepen gezonden, om daar van huisankers en andere benodigdeheden te maken. –
Ingesloten bekomt UWEd eene brief van de Heer van Bergen.
Na minzame groete heb ik de Eer met de meeste achting te zijn
UWE Dv Dienaar
De Directeur van Landbouw van Eijerland
M. D. Teenstra
___________________________________________________________
Naar Brieven 1836/1837