| ___________________________________________________________ |
Eijerland 26 Maart 1837
Den WelEdelen Heer Den Heer N. J. de Cock
Rotterdam
Wel Edele Heer !
Gisteren avond ontving ik UWEd geleerde letteren van 21 dezer en haast mij dezelve te beantwoorden. – ofschoon nog geen schrijven van Ulrum gehad hebbende wil ik mij van nu af aan reisvaardig stellen, wij zullen dan zien, dat wij onze Meubelen hier of daar te Ulrum onder dak krijgen, althans zal ik zorgen dat de schipper die ons derwaards voert, volstrekt geen oponthoud heeft. – Wij zijn dus gereed om elk uur te vertrekken. – Maar nu een vaartuig.
Schipper Dubois konde ons met de Eijerlander niet binnen Schouwerzijl brengen, als zijnde een weinig te breed, en kan dus met zijn vaartuig niet te Ulrum komen, doch er ligt over een paar dagen een vaartuig te Rotterdam, schipper R. J. Bonninga te bevragen bij de Heeren van Dulken & van Dorp Branders te Rotterdam, deze schipper heeft een geschikt vaartuig en is wel genegen eene lading Haver of Turf naar Eijerland, en ons naar Ulrum te brengen. – welke schipper hier geweest is, en die ik dan ook nu geschreven heb, om zich deswege bij UWEd te vervoegen. –
Hier is thans geen vaartuig met welke wij zouden kunnen overvaren, ik wensch echter hartelijk met UWEd dat er spoedig eene scheepsgelegenheid voor ons voordoen zal, wat echter de vraagt betreft, neem ik de vrijheid UWEd te herinneren, dat mij op Donderdag morgen den 16 februarij j.l. op Eijerlandshuis door den Heer P. Langeveld hz. in de vergadering der Commissie in bijzijn van UWEd en den Heer Bok beloofd is, om ons franco te Ulrum te leveren. –
Wanneer er zich ten aanzien van schipper Bonninga bezwaren mogten voor doen, zoude het mijns inziens best zijn, dat UWEd aan den Heer U. G. Schilthuis of Reinders te Groningen schreef, om een vaartuig met eene lading (door UWEd te bepalen) naar Eijerland te zenden, het welke binnen Schouwerzijl komen kan, ten einde ons deszelfs terug reis met onze goederen naar Ulrum te brengen. – Hier door zal de onzekerheid in het afwachten eener andere gelegenheid ophouden, en ons vertrek bespoedigd worden. –
UWEd zal mij bijzonder verplichten met het zenden der mij beloofde stukken, vermeld in UWEd geëerde missives van 4 en 12 dezer; – als:
a Bewijs van eervol ontslag uit mijne nu ge[]ijrprimeerde betrekking
b Acte van decharge
c Bewijs van de aandelen in de Negotie
d. id. – voor de resterende mij komende f 200 – 79 ten einde, deze penning hier te kunnen ontvangen. –
Ik hoop het genoegen te hebben UWEd na mijn vertrek van hier spoedig te komen zien, en denk wanneer ik niet in mijne verwachting teleurgesteld worden, een reisje naar de Verenigde Staten van Noord Amerika te doen, dan dit hangt nog van nader in te winnen berigten af. –
Mijne ongesteldheid is wel is waar nog niet geheel voorbij, doch reeds van eenen lichteren aard. –
Aangenaam zal het mij zijn, spoedig, met UWEd antwoord te mogen worden vereerd, en Heb de Eer na minzame grote te zien
Wel Edele Heer !
UwEDvDienaar !
M. D. Teenstra
| ___________________________________________________________ |
Naar Brieven 1836-1837