| ___________________________________________________________ |
12-08-1911 Nieuwsblad van het Noorden
Spoorweg Winsum-Zoutkamp.
Den 9 dezer is te Wehe eene vergadering gehouden van de Dagel. besturen der betrokken gemeenten met het voorloopig comité; mede was aanwezig de heer inspecteur der M. t Expl. van Staatsspoorwegen voor de Noordelijke provinciën.
De voorz. opende de vergadering met een hartelijk welkom, vooral aan den genoemden vertegenwoordiger der Maatschappij, die zich bereid heeft verklaard de bedoelde spoorlijn te exploiteeren op niet onaannemelijke voorwaarden. Hij wees er op dat thans twee plannen bestaan en in kaart zijn gebracht, welker uitvoering op kleinigheden na verzekerd zou kunnen worden geacht. Voor het oorspronkelijke plan C. ontbreekt nog ongeveer f 35000 aandeelenkapitaal, gerekend op rentelooze voorschotten van het Rijk en de Provincie van 40 en 15 pct.
Men heeft willen trachten in dit tekort te voorzien door dit plan eenigszins te combineeren met het vroegere plan A, door zijne richting zoodanig te wijzigen, dat het station Eenrum aan de Noord- inplaats van aan de Zuidzijde van dit dorp kon worden geplaatst, in welk geval hoogere bijdragen van uit die gemeente het tekort geheel dus zou aanvullen.
De goedkeuring van dit gewijzigde plan is aan de verschillende gemeentebesturen gevraagd, maar de antwoorden zijn zeer onvolledig. De Raad van Leens besloot bij wijziging der richting de deelneming door dié gemeente met f 25000 te verlagen, en tevens belanghebbende particulieren voorloopig niet te hooren. Dit laatste was voor de overige gemeentebesturen aanleiding om desgelijks le doen, ofschoon bij deze geene overwegende bezwaren legen het gewijzigde plan bleken te bestaan. Dientengevolge ontbreken thans de gegevens, om de kansen van beide plannen met elkaar te vergelijken en welke het comité noodig zou hebben gehad om thans bepaalde voorstellen te kunnen doen.
Er volgde eene zeer uitvoerige bespreking, gevolg van veel verschil van gevoelen, vooral over de volgende punten:
a. De beteekenis der wijziging van plan C voor de gemeenten Leens en Eenrum. De vertegenwoordigers van beide zien wel het groote vóór-, r.p. nàdeel er van voor de hunne, maar niet voor de andere. Door buitenstaanders wordt beweerd dat een station ten Z. van Eenrum voor die gemeente niet minder gunstig geplaatst zou zijn dan aan de Noordzijde; het Bestuur dier gemeente acht de verplaatsing van groot belang omdat bijna de geheele gemeente noordwaarts is gelegen en alle aanvoer van producten van die zijde moet komen, mèt belanghebbenden gaf het blijk van deze voorkeuur de toezegging van deelneming met plm. f 100000, d. i. ruim het dubbele van die voor het ongewijzigde plan. Eenerzijds ziet men in wijziging voor de gem. Leens groote bezwaren met het oog op plaatsing van stations en benadeeling van het Oostelijkste deel dier gemeente en de Raad verlangde daarom dan ook hare deelneming en verwacht van particulieren hetzelfde; anderen achten een en ander niet gemotiveerd omdat de stations in de gem. Leens op dezelfde plaatsen zijn ontworpen en ten behoeve van Mensingeweer nog eene halte zal worden gevestigd, zoodat het eenige nadeel zou bestaan in eene kleine verlenging der lijn, plm. ¼ K.M.
b. Eventueele aanvulling van het tekort voor hot ongewijzigd plan C.
Tegenover de uitgesproken meening dat dit tekort hoofdzakelijk door Eenrum zal moeten worden gedekt, daar eene bijdrage van f 47000 veel te gering wordt geacht, vooral ook omdat reeds geruimen tijd de behoefte aan aansluiting aan spoor- en tram wel in die gemeente is gebleken, werd aangevoerd, dat slechts een tipje der gem. zal worden doorsneden, dat voor een groot deel, ⅓ à ½, Baflo het naaste spoorw.-station zou blijven, dat dus bij dit plan zeer weinig rekening is gehouden met de belangen van deze gemeente, maar daartegen veel met die van Leens en Ulrum, zoodat deze ook het leeuwendeel van de aanvulling zullen hebben te dragen, zoo zij niet willen ingaan op het aanbod van aanvulling door Eenrum bij eenige wijziging ten behoeve van deze gemeente.
Ten slotte kwam de vergadering overeen, dat nog in alle gemeenten definitieve opgaven van deelneming in het gewijzigd plan C zullen worden verzameld en bij het comité zullen worden ingezonden.
En wekken wij bij deze nogmaals allen die belang hebben bij en belangstellen in eene verbinding van de Marne met het spoorwegnet op, om door algemeene handhaving van de toegezegde deelneming, die binnenkort gevraagd zal worden, eene zaak te bevorderen, welke den bloei van de streek in haar geheel en die van het landbouwbedrijf in het bijzonder, ten zeerste zal bevorderen ! Het voorl. comité:
J. D. HEFTING. voorz.
L. WIERSUM Tz.. secr.
| ___________________________________________________________ |
Tramweg-maatschappij „Winsum-Ulrum”