| ___________________________________________________________ |
22-02-1907 Nieuwsblad van het Noorden
Treurige toestanden.
Het reizen in de richting Ulrum—Groningen vice versa per tram en trein laat op menig dag veel te wenschen over. Zij die van die gelegenheden gebruik maken zijn dikwijls aan een benauwend gedrang blootgesteld. Wanneer men ’t Noorderstation verlaat, wordt behalve ’s Dinsdags de uitgang zoo nauw gehouden, dat nauwelijks één persoon er door kan gaan.
Het opdringend publiek maakt het verlaten van ’t station dikwijls tot eene marteling. Zoo weder een gedrang om dóór maar een voor de helft geopende deur van uit de wachtkamer 2e kl. het perron te bereiken; en om dan in den trein te komen, men moet dan menigmaal oppassen niet onder den voet te geraken.
En dan weder bij ’t verlaten van ’t perron te Winsum. ’t Is dikwijls meer dan treurig. Moet dat toegeschreven worden aan de onhebbelijkheid en ongemanierdheid van t reizend publiek? ’t Kan niet ontkend worden, dat er dikwijls onder zijn, die zich niet bekommeren om ouderdom of sexe maar zich met kracht of geweld een doorgang banen. En toch is dat, mijns bedunkens, niet de hoofdoorzaak van die dikwijls zoo treurige toestanden.
De oorzaak ligt meer in de te weinige zorg, die èn tram- èn spoorwegmaatschappij voor ’t reizend publiek heeft.
Wanneer men er van verzekerd was dat en in tram en in de trein altijd een behoorlijke zitplaats te verkrijgen was, ’t publiek zou zien allicht rustiger gedragen, men zou gedrang vermijden. Maar dat laat niet zelden te wenschen over en vandaar de haast om zich in tram of trein een plaats te veroveren.
Het gebeurt niet zelden dat maar een tramwagen reeds bijna gevuld Wehe verlaat, zoodat er voor de reizigers te den Hoorn en te Mensingeweer maar een enkele zitplaats overblijft en menigeen een staanplaats op vóór- en achterbalcon moet innemen; terwijl bij ’t verlaten van Winsum de directie schijnt te meenen, dat zoolang er nog staanplaatsen over zijn, op de van binnen gevulde tram geen nieuwe wagen behoeft ingespannen te worden; en buiten te staan in de koude is niet alles.
En waarom wordt op den trein niet altijd dezelfde maatregel genomen als ’s Dinsdags nl. voor het bereiken van ’t Noorderstation de plaatskaarten ophalen door conducteurs; men behoefde zich dan niet meer door die te nauwe doorgang te wringen, om het perron verlaten, en waarom wordt ook niet in de wachtkamer bij aankomst van den trein da geheele deur opengedaan.
Waarlijk er wordt veel te weinig gedacht aan ’t gemak van het reizend publiek. Voor ouden van dagen en voor zwakke gestellen is, zooals het nu gaat, het reizen per spoor en tram richting Groningen—Ulrum vice versa, dikwijls hoogst bezwaarlijk. En dat is al jaren lang geweest. Wanneer zal daarin eens ver’ betering worden aangebracht.
Eén uit ’t publiek.
| ___________________________________________________________ |
Tramweg-maatschappij „Winsum-Ulrum”