24-12-1896 Gemeenteraad Ulrum: “is de onderhavige zaak in ’t belang van ’t algemeen of niet” 

___________________________________________________________

30-12-1896 Nieuwsblad van het Noorden
Gemeenteraad van ULRUM.
Vergadering van 24 Dec.
[]
11. Adres van Reinders, Knol Bruins en Huurman, om gemeentelijken steun voor ’t aanleggen paardentram Winsum—Leens— Ulrum.
Tot steun van dit adres is nog ingekomen een adres van ingezetenen van Ulrum, verzoekende den Raad, op het adres van genoemde firma goedgunstig te beschikken, daar de zaak een punt van algemeen belang is en zeker zonder gemeentelijken steun niet tot stand zal komen.
B. en W. wilden eerst aan den Raad voorstellen een renteloos voorschot, op dezelfde wijze als dat geschied is door de prov., doch later zijn zij van meening veranderd en geven nu den Raad in overweging, 2 aandeelen te nemen groot f 1000 ieder. 
De heer Tebbens ondersteunt dit voorstel, omdat dit voor de gemeente niet zoo’n groote opoffering is, daar de lijn hoogstwaarschijnlijk zal rendeeren; mocht er schade komen, dan zal die zoo gering zijn, dat er hier geene redenen bestaan, om niet in het voorstel van B. en W. te treden.
De heer J. Rietema is van meening, dat vele ingezetenen zullen benadeeld worden, en hun geld buiten de gemeente zullen brengen. De heer P. Dijkhuis zou het vrij wat beter gevonden hebben, dat adressanten uit Ulrum aandeelen hadden genomen; door hunne onderteekening bewezen zij immers, dat de zaak voordeel zou aanbrengen. De gemeente-financiën zijn niet in staat, hier aan te doen en buiten dezen steun zal de tram wel gelegd worden. Hij had uit goede bron vernomen, dat reeds 140 aandeelen waren genomen, waarvan de gemeente Leens 30 aandeelen plaatste. Wij moeten zelf onderstand aanvragen en het past dus niet, deze zaak te steunen.
Ook de heer S. de Cock spreekt op dezelfde wijze.
De voorzitter zegt, dat wij geen onderstand krijgen, doch alleen subsidie aanvragen voor onderwijs, omdat anders de gemeente onevenredig zou bezwaard worden.
De heer Wiersema zal tegen stemmen met het oog op de gem.-financiën.
De heer Rietema drukt er op, dat de Raad niet mag meewerken om ingezetenen te benadeelen. De voorzitter antwoordt den heer P. Dijkhuis, dat de weg niet verzekerd is en dat de geruchten vaak overdreven zijn.
De heeren Beukema en Brands zullen tegen stemmen, eveneens met het oog op de gem.-financiën.
De voorzitter merkt op, dat de Raad zich op dit standpunt moet stellen: is de onderhavige zaak in ’t belang van ’t algemeen of niet.
Zoo ja, kunnen de gelden daarvoor disponibel gesteld worden, dan moet de Raad toestemmen. Nogmaals, hij gelooft, dat de tram niet gelegd wordt zonder gemeentesteun, immers, de prov. heeft dat ook begrepen, door het toestaan van voorschot, renteloos.
Tot stemming overgaande, blijkt het voorstel verworpen te zijn met 8 tegen 3.
Voor: Tebbens, Diekhuis en Loots.
___________________________________________________________

Naar Tramweg-maatschappij „Winsum-Ulrum”