07-10-1897 Statuten van de Naamloze Vennootschap:Tramweg-maatschappij „Winsum-Ulrum” te Groningen

___________________________________________________________

24-10-1897 Nederlandsche Staats-Courant, zondag Nr. 250 
NAAMLOOZE VENNOOTSCHAPPEN. No. 365.
NAAMLOOZE VENNOOTSCHAP: Tramweg-maatschappijWinsum-Ulrum” te Groningen.
Op heden, den zevenden October 1897, zijn voor mij mr. Fedde van der Tuuk, notaris ter standplaats Groningen, in tegenwoordigheid van na te noemen mij notaris bekende getuigen , verschenen:

  1. de heeren Geert Reinders, Harm Knol Bruins en Anne Reinders, kassiers, wonende te Groningen, als eenige leden der aldaar gevestigde vennootschap , onder de firma Reinders en Knol Bruins;
  1. de heer Pieter Marinus Arnoldus Huurman, architect, wonende te Groningen
  1. de heeren Geert Reinders, Harm Knol Bruins en Anne Reinders, als gemachtigden bij monde van de heeren:
  1. jhr. mr. Edzard Tjarda van Starkenborgh Stachouwer, advocaat en notaris, wonende te Groningen;
  1. Jan van Julsingha, wonende te Ulrum;
  1. Derk Willems van der Tuuk, wonende te Winsum;
  1. mr. Rienk van Veen, advocaat en procureur, wonende te Groningen;
  1. Cornelis Reinders, wonende te Warffum;
  1. Sijbrand Bruins, wonende te Usquert;
  1. Derk Bruins, wonende te Uithuizen;
  1. jhr. mr. Jacobus Johannes Aritius Quintus, ambtenaar van het openbaar ministerie bij de kantongerechten in het arrondissement Groningen, wonende te Groningen;
  1. van jonkvrouwe Agnes Maria Quintus, wonende te Groningen;
  1. van mevrouw Mensje Trijntje Abbring, weduwe Reinders, wonende te Groningen.

De comparanten verklaarden, zoo in privé als qualiteit, met Koninklijke bewilliging, verleend op het ontwerp dezer akte hij Koninklijke besluiten van 5 Augustus jongstleden n°. 32 en van 20 September jongstleden n°. 05, van welke besluiten een afschrift aan deze akte is gehecht, eene naamlooze vennootschap te hebben opgericht, waarvoor de volgende bepalingen zullen gelden, en waarin door de oprichters voornoemd wordt deelgenomen als volgt:
door den heer jhr. mr. Edzard Tjarda van Starkenborgh Stachouwer voor twee aandeelen, ieder van een duizend gulden;
door den heer Jan van Julsingha voor één aandeel van een duizend gulden;
door den heer Derk Willems van der Tuuk voor één aandeel van een duizend gulden;
door den heer mr. Rienk van Veen voor drie aandeelen, ieder van een duizend gulden;
door den heer Pieter Marinus Arnoldus Huurman voor één aandeel van een duizend gulden;
door den heer Harm Knol Bruins voor twee aandeelen, ieder van een duizend gulden;
door den heer Cornelis Reinders voor drie aandeelen, ieder van een duizend gulden;
door den heer Geert Reinders voor twee aandeelen, ieder van een duizend gulden;
door den heer Anne Reinders voor twee aandeelen, ieder van een duizend gulden;
door den heer Sijbrand Bruins voor vier aandeelen, ieder van een duizend gulden;
door den heer Derk Bruins voor twee aandeelen, ieder van een duizend gulden;
door jonkvrouwe Agnes Maria Quintus voor één aandeel van duizend gulden;
door jhr. mr. Jacobus Johannes Aritius Quintus voor een aandeel van duizend gulden;
door de heeren Geert Reinders, Harm Knol Bruins, Anne Reinders en Pieter Marinus Arnoldus Huurman gezamenlijk voor zeventien aandeelen, ieder van een duizend gulden, en
door mevrouw Mensje Trijntje Abbring, weduwe Reinders, voor vijf aandeelen, ieder van een duizend gulden.

Art. 1. De vennootschap draagt den naam: Tramweg-maatschappij, “Winsum-Ulrum”.
Zij is gevestigd te Groningen en heeft ten doel het aanleggen en exploiteeren van tramwegen in de provincie Groningen, en wel in de eerste plaats een tramweg, loopende van af het spoorwegstation te Winsum langs en door Maarhuizen, Mensingeweer, Hoorn, Wehe, Leens tot de kom van de gemeente Ulrum.
Art. 2. De vennootschap wordt aangegaan voor den tijd van 39 jaar en 8 maanden, aanvangende den 15den der maand volgende op die waarin de akte van vennootschap is verleden. In eene algemeene vergadering, uiterlijk zes maanden voor het einde van dien termijn te houden, kan, behoudens de Koninklijke bewilliging, tot verlenging worden besloten.
Art. 3. Het maatschappelijk kapitaal bedraagt honderd tachtig duizend gulden, hetwelk geheel is geplaatst. De aandeelen zijn groot een duizend gulden. Ieder aandeel kan worden gesplitst in onderaandeelen van vijfhonderd gulden.
De aandeelen luiden na volstorting aan toonder; zij worden doorloopend genommerd; de onderaandeelen met bijvoeging van een letter. Bij elk aandeel en onderaandeel wordt een stel dividendbewijzen afgegeven, benevens een talon ter verkrijging van een nieuw stel dividendbewijzen, als het voorgaande is ingelost.
Alle aandeelen worden geteekend door twee leden van den raad van commissarissen.
Art. 4. De aandeelen worden volgestort. De aandeelhouders storten tien procent van elk aandeel vóór of op den tienden der maand, volgende op die waarin de akte van vennootschap is verleden. De verdere stortingen op de aandeelen geschieden binnen veertien dagen nadat de aandeelhouders daartoe door den raad van commissarissen zijn aangeschreven. Mocht aan deze aanschrijving binnen den gestelden termijn geen gevolg zijn gegeven, dan verbeuren de nalatigen , zonder dat eene voorafgaande gerechtelijke ingebrekestelling noodig is, hunne aandeelen en komen de daarop reeds gedane stortingen ten bate van de vennootschap, door wie de verbeurde aandeelen aan anderen kunnen worden uitgegeven, onverminderd hare bevoegdheid om de niet voldane stortingen in rechten van de nalatigen op te vorderen. De stortingen hebben plaats tegen recepissen op naam, door twee leden van den raad van commissarissen onderteekend, welke recepissen bij de voldoening der laatste storting tegen de bewijzen van aandeel zullen worden verwisseld. De overdracht van de recepissen heeft plaats door eene verklaring van den vennoot en van den verkrijger, welke verklaring aan den penningmeester moet worden beteekend.
De vennootschap erkent voor ieder aandeel of onderaandeel slechts één eigenaar. Alle aandeelhouders worden geacht doimicilie te hebben gekozen ter griffie van de arrondissements-rechtbank te Groningen.
Art. 5. Door de firma Reinders en Knol Bruins en door den heer comparant Huurman worden ter volstorting van de aandeelen waarvoor door hen gezamenlijk is deelgenomen, ingebracht in de vennootschap de aan hen of hunne rechtverkrijgenden door de provincie Groningen, de gemeenten Winsum , Leens, Ulrum en het waterschap Hunsingo verleende vergunningen tot het aanleggen en exploiteeren van den in artikel 1 bedoelden tramweg, loopende van af het spoorwegstation te Winsum langs en door Maarhuizen, Mensingeweer, Hoorn, Wehe, Leens tot de kom van de gemeente Ulrum, met alle daaraan verbonden rechten en verplichtingen, speciaal ook met de te dien opzichte toegezegde voorschotten, en voorts:
1. het contract tot aankoop van rails door concessionarissen aangegaan met den heer J. A. van Laer te Amsterdam;
2. de beklemming van 7 aren 10 centiaren grond , gelegen te Wehe, doende jaarlijks op den 1sten Mei tot vaste huur vijf gulden, benevens den eigendom van de daarop staande gebouwen , voorkomende op den kadastralen legger der gemeente Leens in sectie C, nummer 545, door de inbrengers verkregen ten gevolge van de overschrijving ten kantore van hypotheken te Appingedam 20 Maart laatstleden, deel 473, nummer 13, van eene akte van verkoop en koop 22 Januari te voren verleden voor Jan Theodorus Wicherus Reilingh, notaris te Leens;
3. ongeveer 2 ½ are grond, zijnde gedeelten van de te Ulrum gelegen perceelen , kadastraal bekend gemeente Ulrum, sectie F, nummers 306 en 367, zoodanig als het op het terrein is aangeduid en door de inbrengers is verkregen bij akte verleden voor mr. S. M. S. de Ranitz, notaris te Winsum, 7 September dezes jaars, overgeschreven ten kantore van hypotheken te Appingedam 23 September daaraanvolgende, deel 474 , nummer 85.
Art. 6. Voor bewijzen van aandeelen en dividendbewijzen, welke in het ongereede zijn geraakt, kunnen op schriftelijke aanvraag van den eigenaar duplicaat bewijzen worden uitgereikt, mits van de vermissing naar genoegen van den raad van commissarissen blijke. De nommers der in het ongereede geraakte stukken zullen, ten koste van den rechthebbende, bekend worden gemaakt bij zoodanige aankondiging in de dagbladen als dooiden raad van commissarissen noodig zal worden geoordeeld. De benadeelde zal tevens ten genoegen van dien raad zekerheid moeten stellen voor alle schade, welke voor de vennootschap uit de afgifte der duplicaat-bewijzen zou kunnen voortvloeien.
Art. 7. Het bestuur der vennootschap is opgedragen aan eenen raad van zeven commissarissen , die door de aandeelhouders uit hun midden voor den tijd van zeven jaren worden verkozen , behoudens het recht der algemeene vergadering om het bestuur te allen tijde te ontslaan. 

Art. 8. Bij vacature van de betrekking van commissaris geschiedt de aanvulling door de aandeelhouders binnen twee maanden na het ontstaan der vacature in eene algemeene vergadering, op eene aanbeveling van drie personen, door commissarissen aan te bieden. Deze aanbeveling is niet bindend.
Art. 9. Commissarissen vertegenwoordigen de vennootschap zoo in als buiten rechten. Zij ontvangen en beleggen de gelden, dragen zorg dat inden dienst behoorlijk worde voorzien , stellen de tarieven vast, zorgen voor het leggen en in goeden staat houden der wegen, de aanschaffing en het onderhoud van het noodige rollend materieel, de paarden, gebouwen en gereedschappen. Onverminderd hunne verantwoordelijkheid benoemen en ontslaan zij den directeur, de controleurs, conducteurs en verdere beambten en bedienden der vennootschap, regelen hunne bezoldigingen en stellen hunne instructiën vast. De instructiën voor den directeur en voor het verdere personeel, alsmede de daarin gebrachte wijzigingen worden gedrukt en voor de aandeelhouders gratis verkrijgbaar gesteld. 

Art. 10. Voor de eerste maal treden op als commissarissen: jhr. mr. Edzard Tjarda van Starkenborgh, Jan van Julsingha, Derk Willems van der Tuuk, mr. Rink van Veen, Pieter Marinus Arnoldus Huurman, Harm Knol Bruins en Cornelis Reinders , allen voornoemd.
Deze raad van commissarissen treedt in zijn geheel af in de algemeene vergadering van aandeelhouders. te houden in de maand April 1898. Daarna worden de commissarissen benoemd en ontslagen door de algemeene vergadering van aandeelhouders. Genoemde commissarissen kunnen ook vóór de algemeene vergadering van aandeelhouders, te houden in de maand April 1898, ontslagen worden. Elk lid van den raad van commissarissen moet eigenaar zijn van minstens een duizend gulden nominaal aan aandeelen, welke gedurende de waarneming zijner betrekking niet mogen worden vervreemd en door en op kosten der vennootschap gedeponeerd worden bij de Nederlandsche Bank.
Art. 11. Telken jare, voor de eerste maal in de jaarlijksche algemeene vergadering welke in de maand April 1899 zal worden gehouden , treedt een der commissarissen af volgens een door het lot vast te stellen rooster. De aftredende is terstond herkiesbaar. In eene vacature, tusschentijds ontstaan, kan door den raad van commissarissen voorloopig tot aan de eerstvolgende algemeene vergadering worden voorzien door de benoeming van een der aandeelhouders, eigenaar van minstens een duizend gulden nominaal aan aandeelen, tot commissaris-plaatsvervanger.
Art. 12. Commissarissen kiezen uit hun midden een voorzitter en een secretaris-penningmeester. Zij vergaderen minstens eenmaal in de drie maanden en overigens zoo dikwijls als door den voorzitter of vier der leden van den raad noodig wordt geoordeeld. De vergaderingen worden, indien de raad dit wenschelijk acht, door den directeur bijgewoond. De besluiten van den raad worden genomen bij meerderheid van stemmen. Bij staking van stemmen heeft de voorzitter eene beslissende stem , behalve indien het personen betreft, in welk geval het lot zal beslissen. De stemming omtrent zaken geschiedt by hoofdelijke omvraag en die omtrent personen schriftelijk. Tot het nemen van een wettig besluit wordt de aanwezigheid der meerderheid van de commissarissen vereischt.
Art. 13. Commissarissen genieten persoonlijk vrijdom van vervoer op de lijnen der maatschappij, zoomede vergoeding van hunne in het belang ‘ er maatschappij gemaakte reis- en verblijfkosten uit de kas der vennootschap; overigens kunnen zij enkel aanspraak maken op het hierna te bepalen aandeel in de overwinst. Commissarissen mogen noch middellijk noch onmiddellijk leveringen aan de maatschappij doen.
Art. 14. De boeken worden jaarlijks op 31 December afgesloten. De commissarissen zullen daaruit de balans en de winsten-verliesrekening opmaken, die door hen met een nauwkeurig verslag van de verrichtingen der vennootschap in het afgeloopen boekjaar en een volledig overzicht van den fiancieelen, technischen en administratie ven toestand der maatschappij vóór den 1sten Maart daaraanvolgende aan eene daartoe uit en door de aandeelhouders te kiezen commissie van drie leden ter onderzoek worden aangeboden. Daarna zullen de balans en de winst-en-verliesrekening nog minstens veertien dagen vóór het houden der jaarlijksche algemeene vergadering ten kantore der maatschappij voor de aandeelhouders ter visie moeten liggen.
Art. 15. Als winst van de vennootschap zal worden aangemerkt wat van de opbrengsten overblijft na aftrek van alle lasten, daaronder begrepen de renten van met goedkeuring van Gedeputeerde Staten opgenomen gelden, benevens eene afschrijving van twee percent van het aanlegkapitaal, waarvan het bedrag onder goedkeuring van Gedeputeerde Staten wordt vastgesteld, wegens jaarlijksche afschrijving op de tram-onderneming, met alles wat hiertoe behoort. Van de winst zal in de eerste plaats aan de aandeelhouders vier percent van hun gestort kapitaal worden uitgekeerd.
Het overschot zal daarna worden verdeeld als volgt:
5 percent voor den directeur;
10 percent voor de beambten der maatschappij, onder hen te verdeelen naar een door den raad van commissarissen te bepalen maatstaf;
15 percent voor de commissarissen;
25 percent voor restitutie van het eventueel van de provincie Groningen genoten renteloos voorschot; behoeft echter geene restitutie te geschieden, zoo wordt deze 25 percent aangewend tot vorming van een reservefonds;
45 percent voor de aandeelhouders.
Bedoelde 15 percent voor de commissarissen worden door hen niet genoten over het jaar 1897, doch eventueel gevoegd by het reservefonds.
Art. 16. De uitkeering van het dividend heeft plaats binnen veertien dagen na de goedkeuring der balans door de algemeene vergadering. Het bedrag van het dividend zal in de hierna vermelde dag- of weekbladen worden aangekondigd. De dividenden welke niet binnen vijf jaren nadat ze betaal baar waren gesteld, zijn ingevorderd, vervallen door verjaring aan de vennootschap en worden bij het reservefonds gevoegd , ook al mocht het daarvoor hierna te melden maximum zijn bereikt.
Art. 17. Het reservefonds is bestemd tot dekking van buitengewone verliezen, die de vennootschap mocht lijden. De wijze van belegging der kapitalen van dat fonds wordt door den raad van commissarissen geregeld. De rente wordt bij het kapitaal gevoegd.
Zoodra en zoolang dit fonds een-vijfde van het maatschappelijk kapitaal bedraagt, wordt ten behoeve daarvan niets meer van de winst afgezonderd en zal het daarvoor volgens artikel 15 bestemde deel van de winst worden uitgekeerd aan de aandeelhouders.
Art. 18. Indien in eenig jaar het verlies de winst overtreft zonder uit het reservefonds te kunnen worden gedekt, zal de winst van de volgende jaren in de eerste plaats tot aanzuivering van het tekort worden besteed.
Art. 19. De algemeene vergaderingen worden gehouden te Groningen. De gewone jaarlijksche algemeene vergadering heeft plaats in de maand April, te beginnen in het eerstvolgend jaar na den aanvang der vennootschap. Buitengewone algemeene vergaderingen worden belegd, wanneer de raad van commissarissen dit noodig acht of wanneer een getal aandeelhouders, minstens een-vijfde gedeelte van het maatschappelijk kapitaal vertegenwoordigende, hiertoe schriftelijk aanzoek doet bij de commissarissen, onder mededeeling van de voorstellen, welke zij behandeld wenschen te hebben. Aan zoodanig verzoek moet door de commissarissen binnen eene maand gevolg worden gegeven. Blijven de commissarissen daarmede in gebreke, dan kunnen de verzoekers zelven de vergadering beleggen. De oproepingen tot het bijwonen der vergaderingen geschieden minstens veertien dagen te voren door bekendmaking in de hierna vermelde dag- of weekbladen, met vermelding der te behandelen punten.
Art. 20. Op de algemeene vergadering kunnen tegenwoordig zijn alle aandeelhouders, op vertoon van hunne aandeelen. Iedere vijfhonderd gulden aandeel in het maatschappelijk kapitaal geeft recht tot het uitbrengen van ééne stem. Eén aandeelhouder zal niet meer dan zes stemmen mogen uitbrengen. 

Art. 21. Over alle onderwerpen wordt beslist met meerderheid der aanwezige stemmen , ook over verandering in de statuten der vennootschap , behoudens het bepaalde bij artikel 25. Stemming over zaken geschiedt bij hoofdelijke omvraag, over personen schriftelijk. Bij staking van stemmen wordt het voorstel als verworpen beschouwd; tenware het de benoeming van personen betreft, in welk geval het lot beslist. Bij elke stemming benoemt de voorzitter drie stemopnemers.
Art. 22. De voorzitter-commissaris, en bij zijne afwezigheid een der andere commissarissen, is met de leiding der algemeene vergaderingen belast, terwijl de secretaris van den raad van commissarissen tevens secretaris is van de algemeene vergadering der aandeelhouders.
Art. 23. De raad van commissarissen stelt de onderwerpen vast, die op de algemeene vergaderingen behandeld zullen worden. De beraadslaging kan slechts plaats hebben over de onderwerpen in de oproeping tot de vergadering vermeld, tenware met eene meerderheid van twee-derde der aanwezige stemmen mocht worden beslist, dat een in de vergadering door een of meer aandeelhouders gedaan voorstel terstond in behandeling zal worden genomen. Behoudens het zoo even bepaalde kunnen geene voorstellen in behandeling komen welke niet minstens drie weken te voren op de agenda zijn gebracht, welke gedurende de laatste drie dagen vóór de vergadering ten kantore der vennootschap voor de aandeelhouders ter inzage moet liggen.
Art. 24. De commissarissen en de directeur geven in de gewone en buitengewone algemeene vergaderingen alle noodige inlichtingen. In de jaarlijksche algemeene vergadering zal door commissarissen het verslag van de verrichtingen der vennootschap in het afgeloopen jaar en het overzicht van den toestand der maatschappij worden uitgebracht. De door hen en de hiervoor in artikel 14 bedoelde commissie uit de aandeelhouders onderzochte balans en winst-en-verliesrekening zullen aan de vergadering ter goedkeuring worden voorgelegd. Hare goedkeuring strekt aan den raad van commissarissen tot décharge.
Art. 25. Voorstellen tot verandering in de statuten der vennootschap zullen niet anders dan op eene buitengewone vergadering kunnen worden gedaan, behoudens de Koninklijke bewilliging.
Wanneer op het bepaalde uur in eene buitengewone algemeene vergadering niet minstens de helft van het geplaatste maatschappelijk kapitaal vertegenwoordigd is, zal de vergadering worden verdaagd en binnen vijftien dagen eene andere vergadering worden bijeengeroepen, wier besluiten, onafhankelijk van het daarin vertegenwoordigd kapitaal, voor de vennootschap verbindend zullen zijn.
Art. 26. Alle bekendmakingen en oproepingen, de vennootschap betreffende, zullen worden geplaatst in de Provinciale Groninger Courant, de Nieuwe Groninger Courant en in een of meer andere door den raad van commissarissen aan te wijzen dag- of of weekbladen.
Art. 27. Bij ontbinding der vennootschap is de raad van commissarissen met de liquidatie belast. Waarvan akte in minuut is opgemaakt en verleden te Groningen ten tijde gemeld, in tegenwoordigheid van Frederik Bock, schoenmaker, en Johannes Lambertus Oosterwijk, winkelier, beiden wonende te Groningen, als getuigen. Onmiddellijk na voorlezing hebben de comparanten, mij notaris bekend, de getuigen en de notaris deze akte geteekend.
(Geteekend:) G. Reinders, H. Knol Bruins, A. Reinders, P. M. A. Huurman; F. Bock, J. L. Oosterwijk, F.v.d. Tuuk.
Geregistreerd te Groningen 11 October 1897, deel 251, folio 152 recto , vak 5; 6 bladen, 1 renvooi Ontvangen voor recht f 15. De ontvanger b. a., (geteekend 🙂 A. Westra. 

Koninklijk besluiten van goedkeuring.
5 Aug. 1897 no. 32.
In naam van Hare Majesteit WILHELMINA; bij de Gratie Gods , koningin der Nederlanden , — Prinses van Oranje-Nassau , enz. , enz., enz.
Wij EMMA, Koningin-Weduwe, Regentes van het Koninkrijk, Beschikkende op het verzoekschrift van mr. R. van Veen, wonende te Groningen, ter bekoming van de Koninklijke bewilliging op het daarbij overgelegd ontwerp der akte van oprichting van de naamlooze vennootschap: Tramweg-maatschappij „Winsum-Ulrum”, te vestigen te Groningen;
Gelet op de artikelen 36 tot en met 56 van het Wetboek van Koophandel;
Op de voordracht van den Minister van Justitie van den 30sten Juli 1897, 1ste afdeeling B, n°. 147; Hebben goedgevonden en verstaan:
Onze bewilliging te verleenen op het bij het verzoekschrift overgelegd ontwerp der akte van oprichting van de naamlooze vennootschap: Tramweg-maatschappij „Winsum- UIrum” te vestigen te Groningen.
De Minister van Justitie is belast met de uitvoering van dit besluit.
Het Loo, den 5den Augustus 1897.
EMMA.
De Minister van Justitie, Cort v. d. Linden. 

20 Sept. 1897 n°. 65.
In naam van Hare Majesteit WILHELMINA, bij de Gratie Gods , koningin der Nederlanden , — Prinses van Oranje-Nassau , enz. , enz., enz.
Wij EMMA, Koningin-Weduwe, Regentes van het Koninkrijk; Beschikkende op het verzoekschrift van mr. R. van Veen, wonende te Groningen, ter bekoming van de Koninklijke bewilliging op de daarbij overgelegde nota, houdende wijzigingen in het ontwerp van de akte van oprichting van de naamlooze vennootschap: Tramweg-maatschappij „Winsum- Ulrum”, te vestigen te Groningen; Gelet op de artikelen 36 tot en met 56 van het Wetboek van Koophandel, mitsgaders op het ter zake betrekkelijk Koninklijk besluit van 5 Augustus 1897 n°. 32;
Op de voordracht van den Minister van Justitie van den 13den September 1897, 1ste afdeeling B, n°. 124;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Onze bewilliging te verleenen op de bij het verzoekschrift overgelegde nota, houdende wijzigingen in het ontwerp der akte van oprichting van de naamlooze vennootschap: Tramweg-maatschappij „Winsum-Ulrum”, te vestigen te Groningen.
De Minister van Justitie is belast met de uitvoering van dit besluit.
Het Loo, den 20sten September 1897.
EMMA. De Minister van Justitie,
Cort v. d. Linden. 

NB. Heeren notarissen worden, in verband met art. 38 van het Wetboek van Koophandel, met aandrang verzocht akten van oprichting, verandering of verlenging van naamlooze vennootschappen, vergezeld van een afschrift van het daarop betrekkèlijk Koninklijk besluit, met een begeleidend schrijven, in te zenden rechtstreeks aan den directeur van de Nederlandsche Staatscourant.
Ook van akten betrekkelijk coöperatieve vereenigingen wordt de toezending aan hetzelfde adres verzocht. Duidelijk schrift, vooral van namen, wordt met aandrang verzocht.

___________________________________________________________

Naar Tramweg-maatschappij „Winsum-Ulrum” te Groningen