27-03-1962: Zilveren Broodmand uitgereikt aan NOVIB

___________________________________________________________

Nieuwe Provinciale Groninger Courant 28-03-1962, woensdag

Zilveren broodmand voor de Prins als Novib-voorzitter
  De voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Meelfabrikanten, de heer H. J. de Koster, heeft gistermiddag in hotel Wittebrug in Den Haag de zilveren broodmand 1961 uitgereikt aan Z.K.H. Prins Bernhard in zijn functie van algemeen voorzitter van de NOVIB (Nederlandse Organisatie voor Internationale Bijstand).

  Eind 1956 reikt de Nederlandse Vereniging van Meelfabrikanten jaarlijks een zilveren broodmand uit aan personen of organisaties, die bijzondere verdiensten hebben voor de voedselvoorziening.
  De NOVIB werd eveneens in 1956 opgericht en heeft ten doel het propageren, coördineren en uitvoeren van projecten van internationale bijstand. Nadat Prins Bernhard uit handen van de voorzitter de zilveren broodmand aanvaard had, overhandigde hij deze aan de vice-voorzitter van de NOVIB, prof. dr. E. de Vries, die, aldus de Prins, de NOVIB door de moeilijke beginjaren heeft geleid, uw vereniging, aldus de Prins in zijn toespraak, heeft dit symbolische geschenk aan de NOVIB toegekend als erkenning van haar verdiensten, maar vooral ook als huldeblijk aan allen, die aan de activiteiten van de NOVIB medewerkten.
In de eerste plaats noemde de prins de 800 over heel Nederland verspreide actie-comité’s. Ook sprak de Prins voorden van dank tot de bestuursleen van de NOVIB.
  Tenslotte noemde de Prins zeer speiaal de Nederlandse jeugd, die zo zei hij met haar 10 x 10 acties ons ouderen een lesje heeft geleerd.
  Hoe belangrijk echter de hulp, verstrekt door individuele regeringen of der Verenigde Naties ook moge zijn, onmisbaar blijft, volgens de Prins, ook al om moreel-menselijke overwegingen, het particulier initiatief, zoals dat bijvoorbeeld in de NOVIB is belichaamd. Wij weten allen, dat het hier om een wereldvraagstuk van de eerste orde gaat, voor de oplossing waarvan wij allen volkeren en regeringen de verantwoordelijkheid dragen. Niemand kan zich aan zijn persoonlijke verantwoordelijkheid onttrekken door zich achter de collectiviteit te verschuilen.
  Als algemeen voorzitter gaf Prins Bernhard tot besluit aan de NOVIB broodmand gevuld wordt en gevuld de opdracht er voor te zorgen, dat de blijft. Alle Nederlanders en Nederlandse bedrijven en organisaties beval de Prins aan: „Vult, deze broodmand“. Tot de aanwezigen behoorden de minister van economische zaken, drs. J. W. de Pous, de minister van landbouw en visserij, mr. V. G. M. Marijnen en staatssecretaris dr. F. J. W. Gijzels.

___________________________________________________________

1962 De Nederlandse industrie

Beroep van Z.K.H. Prins Bernhard op het bedrijfsleven
„Zilveren Broodmand” voor de NOVIB
  De jaarlijkse uitreiking van de „Zilveren Broodmand”, een gebeurtenis, die zich in een steeds grotere belangstelling mag verheugen, heeft ditmaal wel in een bijzonder licht gestaan. Het bestuur van de Nederlandse Vereniging van Meelfabrikanten, dat de onderscheiding in het leven heeft geroepen, had namelijk besloten de Zilveren Broodmand uitte reiken aan de Stichting Nederlandse Organisatie voor Internationale Bijstand.
Namens de Stichting werd de onderscheiding uit handen van de heer De Koster in ontvangst genomen door de algemeen voorzitter van de Novib, Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Bernhard. De bijeenkomst werd o.m. bijgewoond door de minister van Economische Zaken, drs. J. W. de Pous, de minister van Landbouw en Visserij, mr. V. G. M. Marijnen, staatssecretaris drs. F. W. J. Gijzels en door de voorzitter van de Sociaal-Economische Raad, prof. mr. dr. G. M. Verrijn Stuart.
Het besluit van de Vereniging om de Zilveren Broodmand uitte reiken aan de Novib is gebaseerd op de overweging dat hier een organisatie is die inhoud poogt te geven aan de verantwoordelijkheid van de mensen in de welvarende landen tegenover de nood van de mensen in de ontwikkelingslanden.
De Novib doet dit op verschillende manieren en kan bogen op enkele goede initiatieven, die vrucht hebben gedragen.
De symboliek van de Zilveren Broodmand komt dus in deze organisatie op een bijzondere wijze tot uiting.
In zijn toespraak herinnerde de heer De Koster, de voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Meelfabrikanten, aan de situatie zoals die thans in de wereld is, met name de verhouding tussen het welvarende en het niet welvarende deel.
Het kenmerk van de huidige wereld is, dat naast elkaar bestaan, landen die veel, soms bijzonder veel hebben, en landen die over weinig, ja over veel te weinig beschikken.
Deze situatie zou op zich zelf niet verontrustend behoeven te zijn, indien het verschil kleiner werd, indien de ontwikkelingslanden hun historisch bepaalde achterstand inliepen. Het benauwende is echter, dat de kloof nog immer groter wordt, omdat de welvaart in de industriële landen veel sneller stijgt dan het groeitempo, dat tot nu toe in de ontwikkelingslanden bereikt kon worden.
Enkele jaren geleden beliep in 52 landen met in totaal 838 miljoen inwoners het inkomen per hoofd van de bevolking minder dan 100 dollar per jaar, d.w.z. minder dan 375 gulden. China met zijn honderden miljoenen nog niet eens meegeteld. Van sparen komt onder die omstandigheden niet veel! Ter vergelijking: in Nederland bedraagt het inkomen per hoofd ƒ 3.000,—.
Daar komt bij, dat de ruilvoet voor de ontwikkelingslanden de laatste jaren steeds slechter is geworden. De prijzen van de exporten van de ontwikkelingslanden vertonen een geleidelijke teruggang. Voor hun importen daarentegen voornamelijk machines en industrieprodukten moeten zij verhoudingsgewijs steeds meer betalen. Dit heeft tot gevolg gehad dat de ontwikkelingslanden door de voor hen ongunstiger geworden ruilvoet méér verloren hebben dan zij in totaal aan hulp ontvingen!”

Sprekend over de rationalisatie van de landbouw in de geïndustrialiseerde landen zei de heer De Koster dat een van de belangrijkste taken van de westerse wereld ten opzichte van de ontwikkelingslanden is het stimuleren van een soortgelijke omschakeling.
„Men zal daarbij echter terdege rekening moeten houden met de situatie in de betreffende landen”, aldus de heer De Koster. „Met name met de omstandigheid, dat kapitaal uiterst schaars is, terwijl arbeidskrachten in overvloed aanwezig zijn.
Dit betekent, dat adviezen en steun van onze kant er niet direct op gericht kunnen zijnde modernste westerse produktiemethoden met een ingang te doen vinden. Misschien zijn er vele nuttige verbeteringen mogelijk waar de wetenschapsmensen niet op komen. Het komt mij daarom voor, dat enthousiaste jonge mensen, die bereid zijn met de bevolking ter plaatse samen naar oplossingen te zoeken, uitermate waardevol werk kunnen verrichten.”
Aan het slot van zijn toespraak noemde de heer De Koster enkele projecten, waaraan de Novib in nauw overleg met de verschillende organen van de Verenigde Naties heeft gewerkt. Een lagere technische school in een Grieks dorp werd voorzien van een volledige inventaris. In twee Griekse bergdorpjes werden waterleidingen aangelegd om het schaarse water van verafgelegen bronnen naar de kern van de dorpen en naar de omliggende akkers te brengen. In een ander dorp werd de bevolking verblijd met een greppelploeg om het bouwland te kunnen draineren.
In de Republiek Soedan werd een veeverbeteringsstation gebouwd als Nederlandse bijdrage aan een groot ontwikkelingsplan voor het woestijndorp El Huda, dat door een gigantisch irrigatieproject straks het hart zal vormen van een rijk landbouwgebied tussen de Witte en de Blauwe Nijl.
„De hulpverlening door de Novib moeten wij durven zien”, aldus spreker, „als een uiting van de moreel, humanitaire overwegingen, die ons volk beroeren, nu het zich bewust begint te worden van de ontzaglijke achterstand waarin anderen leven.”

Na zijn toespraak overhandigde de heer De Koster de „Zilveren Broodmand” aan Z.K.H. Prins Bernhard, die haar vervolgens ter hand stelde aan de vice-voorzitter prof. dr. ir. E. de Vries in verband met het feit dat deze de Novib door de moeilijke beginjaren heeft geleid en de organisatie heeft gemobiliseerd voor de strijd tegen de honger in de onderontwikkelde gebieden.

De Prins zei in zijn antwoord dat wij allen weten dat het hier om een wereldvraagstuk van de eerste orde gaat, voor de oplossing waarvan volkeren én regeringen de verantwoordelijkheid dragen. „Niemand onzer”, aldus de Prins, „kan zich aan zijn persoonlijke verantwoordelijkheid onttrekken door zich achter de collectiviteit te verschuilen.”
Hij herinnerde eraan dat de Nederlandse Vereniging van Meelfabrikanten wel een heel bijzonder voorbeeld gegeven had door naast de overhandiging van deze onderscheiding, in januari van dit jaar bij haar 75-jarig jubileum een bedrag van 75 X duizend gulden aan de Novib te schenken.

„Daarmee werd een daad gesteld”, aldus de Prins, „die ik het Nederlandse bedrijfsleven van harte ter navolging aanbeveel. Niet echter aan het bedrijfsleven alléén wil ik deze daad ten voorbeeld stellen. Onder de talrijke organisaties, die tezamen het Algemeen Bestuur van de Novib vormen, zijn er vele, die in eigen kring iets kunnen doen.”

Zijne Koninklijke Hoogheid eindigde zijn toespraak met te zeggen dat de broodmand nog leeg is. „Wil zij aan haar bestemming beantwoorden, dan moet zij worden gevuld, telkens weer.
Uw vereniging is daarin voorgegaan, want tijdens Uw jubileumviering schonk U de Novib een prachtig goudgeel brood, dat vele malen zijn gewicht in goud waard was. Ik zou nu als algemeen voorzitter aan de Novib de opdracht willen geven te zorgen, dat deze mand gevuld wordt en gevuld blijft. En alle Nederlanders en Nederlandse bedrijven en organisaties beveel ik van harte aan: „vul deze broodmand.”

___________________________________________________________

Naar Uitreikingen “Zilveren Broodmand”